UM-hoogleraar Marcelis vrijgepleit na klachten over sociale onveiligheid

UM-hoogleraar Marcelis vrijgepleit na klachten over sociale onveiligheid

Jim van Os: " GGzE en de RGS zouden een moreel beraad moeten houden, waarin ze zich bezinnen op hun eerdere beslissingen"

14-02-2023 · Nieuws

MAASTRICHT. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat de Maastrichtse psychiatriehoogleraar Machteld Marcelis zich sociaal onveilig heeft gedragen tegenover haar promovendi. Die hadden daarover een klacht ingediend.

Afgelopen zomer hebben vijf promovendi, van wie twee anoniem, bij de UM geklaagd over sociale onveiligheid in de omgang met hun begeleider Marcelis. Ten onrechte, blijkt uit onafhankelijk onderzoek van bureau Bing, in opdracht van het college van bestuur. Bing voerde gesprekken met de promovendi en met Marcelis en andere onderzoekers die met de hoogleraar hebben samengewerkt. 

In het persbericht meldt de UM dat “uiteenlopende verwachtingen” aan de basis van het conflict lagen. “Dan moet je denken aan promovendi die stuk voor stuk verschillende verwachtingen over de begeleiding koesteren”, zegt collegevoorzitter Rianne Letschert. “Het draait in dit geval allemaal om communicatie.”

Geofferd

Niet alleen aan de UM maar ook aan de Eindhovense instelling GGzE, waar Marcelis als hoofdopleider werkte, waren klachten gemeld over sociale onveiligheid. Na een spoedvisitatie door de toezichthouder RGS (Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten) hebben Marcelis en de twee andere opleiders aan de GGzE op verzoek van de interim-bestuurder hun functie neergelegd. De RGS schrapte in eerste instantie de hele opleiding tot psychiater, maar kwam later op die beslissing terug.

De klagers en de klachten in Eindhoven zijn deels hetzelfde als die in Maastricht, zegt de voormalig Maastrichtse psychiatriehoogleraar Jim van Os, die zelf op onderzoek is uitgegaan. “Alleen is de zaak nu onderzocht door een professioneel bureau, en niet door de RGS die in alle haast orde op zaken probeerde te stellen.”

Van Os meent dan ook dat de bevindingen van bureau Bing consequenties moeten hebben voor de GGzE en de RGS. “Die twee organisaties zouden een moreel beraad moeten houden, waarin ze zich bezinnen op hun eerdere beslissingen. Hebben ze juist gehandeld? Of hebben ze Marcelis en de andere twee opleiders nodeloos geofferd?”

Verbijsterd

De GGzE ziet dat anders, laat woordvoerder Jeroen Hurkens weten. “Het onderzoek en de besluitvorming aan de Universiteit Maastricht staan wat ons betreft los van die van de GGzE. De rol die Marcelis bij de GGZ-instelling speelde, en de context daarvan zijn anders dan die aan de universiteit.” Marcelis laat weten dat ze met de interim-bestuurder van GGzE in gesprek is over de uitkomsten van het Bing-onderzoek. Ook met de RGS heeft ze binnenkort een gesprek hierover.

Marcelis is opgelucht dat ze haar werk aan de UM kan voortzetten. De heldere conclusie van het onderzoek ziet ze als de afronding van een moeilijke tijd. “Er zijn veel onwaarheden verteld, deels op grond van anonieme meldingen, die alle ruimte kregen in de media. Ik was soms verbijsterd en dacht: hoe durven jullie iets wat zo aantoonbaar en feitelijk onjuist is, op te schrijven? Je voelt je heel kwetsbaar, zeker als er geen hoor en wederhoor wordt toegepast.” 

Net als collegevoorzitter Letschert is Marcelis zeer te spreken over het onderzoek van Bing, waarin zowel de klagers als de beklaagde gelijk behandeld worden en uitgebreid worden gehoord. Al pleit Marcelis ervoor om beide partijen, na toestemming, eerst met elkaar in gesprek te brengen alvorens een onderzoek of spoedvisitatie te starten.