Er ligt een baksteen op de vensterbank van zijn werkkamer in het University College Maastricht. Die vloog afgelopen weekend door de ruit, miste op een haar na zijn beeldscherm, en ketste af tegen de muur. Hij grinnikt, nee, die baksteen heeft niets te maken met zijn nieuwe functie, het is waarschijnlijk het werk geweest van baldadige nachtbrakers.
Hij noemt zichzelf een “vrij-zwevende hoogleraar”, een filosoof die boeken schrijft over onder andere de rol van het democratisch gesprek aan de universiteit, die af en toe colleges geeft in Parijs, een tijd interim-dean van het UCM was, samen met anderen het eerste semester van de bachelor Global Studies ontwikkelde, voorzitter van de ethische commissie binnenstad is, bestuurslid van Stichting Observant, en een veelgevraagd gespreksleider. En nu kiest hij dan voor het voorzitterschap van de universiteitsraad. Een klus waarop zijn laatste twee voorgangers – onlangs Amanda Kluveld en daarvoor Jonathan van Tilburg - zich uiteindelijk stuk beten.
Afbreukrisico
“Ik besef dat er een afbreukrisico is. Zij haalden de eindstreep niet, dus je denkt: waar stap ik in? Maar tegelijkertijd betekent dit voor mij ook dat hier iets op het spel staat: de universitaire democratie. Ik ben een universitaire patriot, ik ben plichtsgetrouw en dacht toen ik de advertentie voor een universiteitsraadvoorzitter zag: misschien kan ik hier iets betekenen.”
En nee, hij heeft geen contact gezocht met zijn twee voorgangers. “Het is niet dat ik dat niet wil, maar ik vond dat ik de sollicitatieprocedure op mijn eigen manier moest doen. Ik wilde open en zonder al te veel vooroordelen de gesprekken ingaan. In zo’n gesprek met het presidium moet iets kunnen ontstaan.”
Hij wil niet ingaan op het conflict tussen de raad en Kluveld. “Ik was er niet bij”, zegt hij meer dan eens tijdens het interview. “Ik weet net als iedere UM-burger dat er eind vorig jaar een vergadering van de universiteitsraad is geschrapt vanwege ‘interne aangelegenheden’, dat vervolgens de voorzitter is opgestapt en dat daarna een onderzoek naar sociale veiligheid is ingesteld. Ik ga geen partij kiezen. Er gebeuren mooie dingen aan deze universiteit, maar ook zaken die ik niet begrijp. Op dat laatste ga ik geen commentaar geven.” Ook blijft hij nagenoeg stil als het gaat over de uitslag van het onderzoek naar sociale veiligheid dat zeer recent in opdracht van het college van bestuur is afgerond en waarover niemand wil praten. De huidige (tijdelijke) voorzitter van de U-raad verwijst voor vervolgstappen naar Dekker. Die fronst zijn wenkbrauwen als hij dat hoort. “Ik weet net zoveel als iedere medewerker en student. Ik weet niet meer dan wat er op intranet staat.”
Democratisch gesprek
Terug naar zijn nieuwe baan. Wat trekt hem daarin aan? “Ik vind het boeiend om na te denken over de rol van de universiteit. Wat voor instelling willen we zijn? Wat is daarvoor nodig? Hoe gaan we om met internationalisering? Wat doen we met Erkennen en Waarderen? De universiteitsraad is bij uitstek de plaats waar het wetenschappelijk personeel, het ondersteunend personeel en de studenten met het college van bestuur hierover in gesprek gaan. Mijn rol als technisch voorzitter, ik ben niet verkozen, is om het democratisch gesprek aan de gang te houden en met de raad te bepalen wat onze spelregels zijn.” In de ideale versie van het democratisch gesprek - onder andere beschreven in zijn laatste boek Seven Democratic Virtues of Liberal Education - wordt er niet op de persoon gespeeld, verzanden discussies niet in een welles-nietes-spel, maar wordt er naar elkaar geluisterd, is men kritisch en staat de inhoud centraal, legt hij uit. En dat alles in een positieve sfeer. “De uitdaging is om de theorie in de praktijk te brengen.” Grinnikend: “Al ben ik voor een filosoof best praktisch: toen ik de kapotte ruit zag en de baksteen, dacht ik meteen: hoe gaan we dit regelen?”
Leven
Zijn belangrijkste doel voor de komende twee jaar? “Ik wil dat de universitaire democratie weer gaat leven. Vorig jaar was de opkomst tijdens de verkiezingen voor de universiteitsraad 15,5 procent. Dat is niet goed. We zullen beter moeten communiceren, we moeten de boer op en de gemiddelde student en medewerker laten zien waar we als U-raad mee bezig zijn. Ook is het belangrijk dat we het gesprek met de achterban aangaan over verschillende thema’s. Hoe? Daar moeten we het nog over hebben, maar het kan via sociale media, via themabijeenkomsten, via Observant. Daarnaast is het ook van belang dat de U-raad meer gaat samenwerken met de faculteitsraden, als je gezamenlijk zaken kunt aankaarten, sta je veel sterker.”
Vergaderdeur
Dekker zal de vertrouwelijke agenda zo kort mogelijk houden, belooft hij. “We moeten echt zwaarwegende redenen hebben om een agendapunt niet in het openbaar te behandelen. Dichte vergaderdeuren helpen immers niet als je de democratie wil doen opleven.”
Als het gaat om de stijl van de voorzitter, dan neemt hij een voorbeeld aan emeritus hoogleraar Wiebe Bijker. “Hij is oud-voorzitter van de ethische commissie binnenstad en een van mijn idolen als het gaat om voorzitten. Zijn vriendelijke rust, zijn analytische zuiverheid, de jongensachtige speelsheid en de humor waren een genoegen. Je moet je leden een podium bieden en ervoor zorgen dat zij kunnen schitteren. Dat lukt alleen als je ze op allerlei manieren steunt: door ze bijvoorbeeld faciliteiten en informatie te verschaffen, maar ook in persoonlijk opzicht bij te staan. Zeker voor studenten die vaak maar een jaar in de raad zitten en minder goed weten hoe het werkt, is ondersteuning cruciaal.”
Geslaagd
Wanneer is zijn missie geslaagd? “Als over twee jaar de opkomst tijdens de verkiezingen verdubbeld is naar 30 procent én het lidmaatschap van de universiteitsraad als een eervolle en belangrijke functie wordt gezien.” Zodat bijvoorbeeld ook hoogleraren, de laatste jaren veelal afwezig, hun weg weer naar de raden vinden.