Ze vallen nauwelijks op tussen alle andere foto’s en posters aan de muur, maar ze hangen er wel degelijk: een kruisje en enkele plaatjes met bijbelteksten. Al betekent dat niet dat het geloof maar een kleine rol speelt in het leven van Judith Pool. “Ik ben er dagelijks mee bezig. Ik bid voor het eten en slapengaan, maar bijvoorbeeld ook voorafgaand aan een tentamen. En ik neem het mee in mijn normen en waarden.”
Het christelijke geloof is haar met de paplepel ingegoten. Ze gaat al haar leven lang iedere zondag naar de kerk. In Almelo, waar ze opgroeide, maar tegenwoordig ook regelmatig in Maastricht, naar de Waalse kerk. “Vroeger ging ik omdat het moest van mijn ouders, maar nu omdat ik het zelf echt wil. Ik heb me nooit afgezet tegen het geloof, maar rond mijn achttiende heb ik wel af en toe getwijfeld aan het bestaan van God. Gelukkig laten mijn ouders mij daar vrij in. Ik ben nog steeds zoekende naar welke stroming het beste bij mij past, maar de twijfel is weg.”
Bij die zoektocht heeft ze veel aan de gesprekken en discussies met haar vrienden bij de christelijke studentenvereniging Lux ad Mosam. “Een hecht clubje van zo’n veertig mensen, met veel verschillende opvattingen. Om de week houden we bijbelstudies, en er zijn bijvoorbeeld ‘taboedoorbrekende’ discussieavonden over gevoelige thema’s zoals mentale gezondheid en homoseksualiteit.” Al draait niet alles om het geloof. “Er zijn ook ‘gewone studentikoze’ activiteiten, zoals borrels, cantussen en weekendjes weg.”
Patiënten
Ze werd al een paar maanden voordat ze naar Maastricht kwam lid. En daar is ze maar wat blij mee. “Ik werd heel goed opgevangen, het voelde als een warm bad. Fijn, want als nieuwe student kun je je ook eenzaam voelen.” Was ze daar bang voor? “Ik heb wel getwijfeld om de overstap naar Maastricht te maken. Ik kende hier niemand en de reistijd naar huis is fors: zo’n vier uur van deur tot deur, en dat is zonder de stakingen of storingen die er zowat altijd zijn. Maar de hbo-opleiding verpleegkunde, die ik hiervoor volgde in Zwolle, was het toch niet helemaal. Ik zocht meer verdieping.”
De twijfel bleek ongegrond. “Al tijdens de INKOM merkte ik dat het goed zat. De stad en de natuur hier zijn erg mooi. En de studie bevalt beter dan gedacht. Omdat ik al wat praktijkervaring heb met patiënten, kan ik me soms beter dan medestudenten voorstellen waar het over gaat.” Heeft ze geen heimwee naar Almelo? “In het begin wel, maar inmiddels voel ik mij hier thuis. Ik ga ook niet meer ieder weekend naar huis. De vrijheid van het op mezelf wonen bevalt erg goed. Ik zou niet weer bij mijn ouders willen intrekken.”
Getto
Haar kamer vond ze al in juni, ruim voor de start van haar studie. “Via de interne ‘kamerdatabase’ van mijn vereniging. Leden die verhuizen bieden hun kamer hier als eerste aan.” Voor Pool was er een plek beschikbaar in een huis met vier andere meiden, middenin de woonwijk Wittevrouwenveld. “Wat door studenten ook wel het ‘getto van Maastricht’ wordt genoemd. Omdat het er niet bepaald mooi is. Maar ik voel me hier eigenlijk wel thuis, Almelo is ook een vrij verpauperde stad”, lacht ze.
In haar straat wonen vooral gezinnen en ouderen. Levert dat weleens frictie op? “Niet echt. We zijn een vrij rustig huis. Er is geen gezamenlijke woonkamer, dus huisfeestjes houden we niet. Het contact met de buren is eigenlijk best goed. Zo kunnen we onze overbuurman regelmatig als ‘klusjesman’ inschakelen. Laatst heeft hij nog houten planken in de keuken geplaatst om de ratten weg te houden.”
André Rieu
Ratten in de keuken? Ja, verzucht Pool, er wordt niet zo goed gepoetst. “Mijn eigen kamer houd ik schoon. Maar in de keuken en op de gangen is het erg vies, en de douche zit vaak verstopt. We hebben een poetsrooster voor de gemeenschappelijke ruimtes, maar eigenlijk houdt niemand zich daar echt aan. Inmiddels heb ik geaccepteerd dat dat zo is. Het hoort ook een beetje bij het wonen in een studentenhuis. Plus je krijgt er een goede weerstand van”, zegt ze lachend.
Op een foto aan de muur is Pool te zien in een felrood pak. “Dat was bij de kerstconcerten van André Rieu in het MECC, afgelopen december. Daar werkte ik als ‘piccolo’, die het publiek vermaakt en de plaatsen wijst. Dat ging via mijn vereniging. Een klein deel ging naar hen, maar ik hield er zelf ook een mooi zakcentje aan over.” Het is haar enige baantje, want verder heeft ze het te druk. “Gelukkig is dat prima, want mijn huur is niet ontzettend hoog.” Gaat ze dit vaker doen? “Hopelijk weer komende zomer op het Vrijthof.”