Leesproblemen voorspellen nog voordat kinderen kunnen lezen

Leesproblemen voorspellen nog voordat kinderen kunnen lezen

Vici-winnaar wil kinderen geen extra label opplakken

28-03-2023 · Interview

Steeds meer kinderen in Nederland hebben leesproblemen. Hoe kun je die zo vroeg mogelijk opsporen? Dat is de Maastrichtse neurowetenschapper Milene Bonte nu aan het uitzoeken. Als enige UM-onderzoeker sleepte ze onlangs een Vici-beurs van anderhalf miljoen euro in de wacht.

Om maar meteen een misvatting uit de wereld te helpen: het is niet zo dat steeds meer kinderen op de lagere school de diagnose dyslexie krijgen. Dat ligt stabiel rond de 6 à 7 procent, zegt Milene Bonte, hoogleraar cognitieve neurowetenschap van taal en leesontwikkeling. "Dit zijn kinderen die echt langzaam en heel hakkelend lezen. Als je niets doet, dan schaadt dat hun sociaal-emotionele ontwikkeling, hun zelfvertrouwen en uiteindelijk ook hun carrièreperspectief." 

Wel groeit het aantal kinderen in Nederland met leesproblemen. Op de middelbare school staat de teller, inclusief de kinderen met dyslexie, op 14 tot zelfs 24 procent. "Dat kinderen tegenwoordig minder lezen heeft er zeker mee te maken. Door de overheid wordt geprobeerd om lezen aantrekkelijker te maken, onder meer door interessantere boeken naar voren te schuiven."

Dan gaat het vaak over begrijpend lezen, zegt Bonte. "Maar als je al veel moeite hebt om de letters te ontcijferen, begrijp je een tekst ook minder goed. Je hebt maar een beperkte capaciteit voor informatieverwerking. Ook hier wil je eigenlijk al op vroege leeftijd weten of kinderen in de problemen zullen komen." 

Het probleem is nu dat dyslexie rond het achtste jaar betrouwbaar vastgesteld kan worden en de behandeling daarna pas begint.

Letterkennis

Wie leesproblemen dan wel dyslexie heeft, vindt het moeilijk om symbolen (letters) te koppelen aan klanken. "Het heeft niets te maken met intelligentie of luiheid, maar alles met het feit dat ons brein van nature niet is ingericht om te lezen. Het kost zeker twee tot vijf jaar om letters en klanken automatisch aan elkaar te koppelen. En bij de een verloopt dat proces nu eenmaal soepeler dan bij de ander."

De aandacht voor "vroege detectie" is niet van gisteren. Al in de jaren zeventig ontstond het idee om kinderen die moeite hebben met lezen vroegtijdig op te sporen. "Niet te vroeg omdat de hersenen er dan nog niet klaar voor zijn, maar ook niet te laat. Liefst net voordat ze leren lezen."

Hoe kun je dan testen of er later leesproblemen ontstaan? "Dat gebeurt tot op de dag van vandaag met taakjes die laten zien wat een kind al weet, bijvoorbeeld hoeveel letters ze kennen of hoeveel gevoel ze hebben voor spraakklanken, voor rijm bijvoorbeeld. "Inmiddels weten we dat deze taakjes onvoldoende betrouwbaar zijn. Want 'letterkennis' hangt onder meer samen met het milieu waarin je opgroeit, waarbij het verschil maakt of je als kind wel of geen boeken in huis tegenkwam."

MRI-scans

Bonte gaat het anders aanpakken. Ook vanuit het besef dat leesproblemen niet één oorzaak kennen, maar een waaier aan zaken die een rol spelen. Behalve de omgeving waarin je opgroeit, speelt erfelijkheid een belangrijke rol, maar ook de mate van plooibaarheid van de auditieve en visuele hersengebieden. Ook dat laatste verschilt per persoon.

"In ons onderzoek gaan wij niet tellen hoeveel letters kinderen kennen, maar we proberen te achterhalen hoe goed vijf- en zesjarigen in staat zijn om letters en klanken te leren koppelen. Om niemand een voorsprong te geven, schotelen we kinderen een reeks nieuwe symbolen voor, en laten ze daarbij een klank horen. Hoe snel lukt het om de koppeling te maken? Leren ze van hun fouten? Hoe snel gaan ze vooruit?"

Vervolgens, met behulp van EEG en MRI-scans, probeert Bonte de vooruitgang die kinderen boeken, te linken aan de veranderingen die in de hersenen zichtbaar zijn. “Wat gebeurt er in auditieve, visuele en andere gebieden? Hoe hoog is daar de hersenactiviteit? Stijgt die of neemt die misschien af in sommige gebieden? Dat laatste kan betekenen dat een kind vooruitgaat, dat lezen dan minder moeite gaat kosten."

Game-designers

Nadat de leertaken zijn gemaakt en de hersenactiviteit in kaart is gebracht, zullen de onderzoekers honderdvijftig kinderen twee jaar lang volgen. Dit om te zien of hun voorspellingen over de leesproblemen zijn uitgekomen. "Maar we willen ook weten waar precies de voorspellende waarde zit. Is het de activiteit in het auditieve hersengebied? Of kun je dat misschien afmeten aan het leerproces? Aan het tempo waarin een kind vooruitgaat, om maar eens wat te noemen."

Uiteindelijk moet dit alles uitmonden in een digitale leertaak, die de onderzoekers samen met kinderen, leraren en game-designers ontwikkelen. Die moet een goede indicatie geven van hoe goed het kind het lezen onder de knie zal krijgen. "Een taak die in de klas kan worden gedaan, die interessant en amusant is voor kinderen om te maken, en die een duidelijk resultaat geeft. Die laat zien welk kind een extra steuntje in de rug kan gebruiken. Hiervoor zullen driehonderd kinderen op school worden gevolgd.”

2-0 achter

De studie kan ook bijdragen aan het verkleinen van de kansenongelijkheid, zegt Bonte. "Je ziet dat kinderen al snel in een hokje worden geplaatst in het Nederlandse onderwijssysteem, alleen al op grond van het milieu waarin ze opgroeien. En als iemand dan ook nog slecht scoort op een lettertestje, dan is het: zie je wel! Dit gebeurt allemaal onbewust, maar toch."

Mede daarom wil Bonte leraren ervan bewust maken dat het brein op die leeftijd kneedbaar is, dat een kind een achterstand goed kan maken. "Krijgen deze kinderen vroegtijdig extra steun, dan voorkomt dat dat ze steeds falen en daardoor hun motivatie en zelfvertrouwen verliezen."

Maar moeten kinderen op zo'n jonge leeftijd al een label opgeplakt krijgen? Dat is een kritisch geluid dat ze soms hoort. Nee dus, het is niet haar bedoeling om kinderen te labelen. Met de juiste ondersteuning zullen waarschijnlijk minder kinderen de diagnose ‘dyslexie’ krijgen."

De label-kritiek maakt deel uit van het maatschappelijke pleidooi voor neurodiversiteit, waarin de individuele verschillen worden gevierd, waarin wordt beklemtoond dat ieder een unieke bijdrage aan het geheel levert. "Tegelijk worden kinderen met dyslexie dan weer creatief genoemd. Maar ook daar moet je mee uitkijken, want dit verschilt evengoed van kind tot kind. Voordat je er erg in hebt, staan sommige kinderen 2-0 achter. Én leesproblemen én niet creatief."