Voor de komende jaren was er al zo’n 16 miljoen euro gereserveerd voor het energiezuiniger maken van universiteitsgebouwen. Met een extra investering van meer dan 11 miljoen, waarmee de universiteitsraad vorige week instemde, denkt de UM haar klimaatdoelstelling voor 2030 te halen: bijdragen aan het nationale doel van een afname van 55 procent in CO2-uitstoot vergeleken met 1990. Daarnaast moet het tot lagere energiekosten leiden, zodat de investeringen op termijn terugverdiend worden.
In de binnenstad zal het geld ingezet worden voor onder meer het isoleren van gevels, daken en vloeren en het aanbrengen van ledverlichting. “Dit zijn maatregelen die, zonder ingrijpende renovaties, direct bijdragen aan het reduceren van het gasverbruik en het comfort verhogen”, zegt Nick Bos, lid van het college van bestuur. Ze worden overgenomen uit een rapport van een extern bedrijf dat drie panden in de binnenstad – Bouillonstraat 1-3 (rechten), Tongersestraat 53 (SBE) en Grote Gracht (FASoS) - onder de loep nam. Vanwege de monumentale status zijn bepaalde maatregelen, zoals het plaatsen van dubbelglas of zonnepanelen, hier niet (altijd) toegestaan. De UM neemt de voorstellen voor deze gebouwen ook over voor andere panden in de binnenstad.
De voorgestelde aanpassingen zouden volgens het rapport tegen 2030 het aardgasverbruik in de binnenstad met zo’n 34 procent verminderen ten opzichte van 2019 (van het jaar 1990 heeft de UM geen gegevens). Daarnaast wordt er ook gekeken naar het verder verduurzamen van de gebouwen in Randwyck, en het universiteitsbreed plaatsen van zonnepanelen op platte daken en – waar technisch mogelijk – installeren van warmtepompen. Samen met de vergroening van elektriciteit (en een verminderd gebruik hiervan) moet dit voldoende zijn om in 2030 een CO2-reductie te behalen die hoger ligt dan de doelstelling.
Voor de doelen voor 2050 (volledig van het aardgas af) zijn volgens het externe rapport grootschalige renovaties nodig. Waarom wordt dat niet direct aangepakt? “Voor nu is gekozen voor een pakket maatregelen dat haalbaar en betaalbaar is op korte termijn”, zegt Bos. Voor het halen van de doelstellingen ná 2030 is de UM afhankelijk van financiële steun en regelgeving voor monumentale panden vanuit overheden als de gemeente en het Rijk, legt hij uit. “De gesprekken en verkenningen hierover zijn al jaren geleden gestart, maar zullen de komende tijd geïntensiveerd moeten worden.”