“We gaan samen op zoek naar de ultieme safe space”, vertellen de acteurs van stichting Time Out aan het begin van hun toneelstuk. Het blijkt al snel dat die niet bestaat. Waar karakter Arnoud onder sociale veiligheid verstaat dat hij “kan zeggen wat ik wil zeggen, zonder dat ik bang hoef te zijn dat iemand op me let”, vindt het personage Puck het juist “een tijd waarin mensen die nooit gehoord werden een stem krijgen en mensen die altijd een stem hadden hun mond houden.”
Hand op billen
In een scène legt een professor zijn hand op de billen van een studente, die hem net enthousiast heeft omhelsd. Vertoont hij grensoverschrijdend gedrag? De meeste mensen in de zaal vinden van wel, al twijfelen er een paar of het wel expres was. Betekent dit dat je nooit je handen op iemands billen mag leggen, vragen de acteurs. Een student staat op: “Dat ligt eraan wat de verhouding is tussen die twee. Tussen een student en een hoogleraar is het zeker grensoverschrijdend gedrag, maar tussen twee vrienden absoluut niet.” Wie bepaalt waar de grens ligt? “Iedereen bepaalt dat voor zichzelf, dus als jij het te ver vindt gaan zeg je nee. Nee is ook echt nee.”
Zouden ze er zelf iets van hebben gezegd als ze erbij waren, is de vraag nu. Best lastig, zeggen de studenten. “Een omstander kent de situatie niet”, zegt de een. “Tussen een prof en een student bestaat er een machtsverhouding, dat is altijd grensoverschrijdend”, zegt de ander. En dan er echt iets van zeggen, tegen de prof… tja. “Ik zou aan de student vragen of het goed met haar gaat en een melding doen. Als student is het moeilijk om zomaar een hoogleraar aan te spreken.”
Huisgenoten
Hoe zit het eigenlijk met de studente in de scène? De eerste omhelzing was op haar initiatief – was dat grensoverschrijdend gedrag? Veertien mensen in de zaal vinden van wel, volgens de peiling op het scherm achterin de zaal waar gedurende de avond stellingen op worden geprojecteerd. “Als de prof dat vervelend vond, dan mag hij dat ook vinden.”
Dichterbij komt het als het over de rol van de huisgenoten gaat. Voordat de studente naar de borrel gaat waar ze de prof wil vragen om haar scriptiebegeleider te worden, moedigen zij haar aan om toch een paar shotjes te nemen (“anders ben je een suffe doos”), een rokje aan te trekken in plaats van een broek en “zakelijk te flirten”. Vooral het opdringen van alcohol is herkenbaar voor sommige studenten in de zaal. “Dat gebeurt mij iedere maandag- en woensdagavond”, laat iemand weten via het scherm.
Veilig én onveilig
Na nog een paar scènes wordt de avond besproken. “Het viel me op dat jullie de vereniging en de kroeg noemden als plek waar je sociaal veilig bent”, zegt Frederiek Nabben, creatief directeur van stichting Time Out. “Dat is in de andere steden waar wij zijn geweest niet zo.” Een meisje licht het verder toe. “Er zijn twee kanten. Soms voel ik me onveilig op de vereniging, bijvoorbeeld als een jongen je in een hoek drukt of geen nee accepteert. Maar de mensen die me wel veilig laten voelen zijn er óók. Daar kan ik naartoe, die spreken iemand erop aan.”
Gaat grensoverschrijdend gedrag ooit helemaal verdwijnen, vraagt Nabben. De meerderheid denkt van niet. Eerder die avond bleek iedereen het eens met de stelling ‘je kunt niet zeker weten of je niet iemands grens overgaat’ en dacht de zaal dat ze allemaal zelf wel eens een grens over waren gegaan. Rector Pamela Habibović – ook in het publiek – vat het probleem samen: “Niemand is tegen een veilige omgeving, maar dan moet je wel begrijpen wat dat voor een ander is.”