“Het verschil tussen gemaakte en uitbetaalde uren is onaanvaardbaar”

“Het verschil tussen gemaakte en uitbetaalde uren is onaanvaardbaar”

Opinieartikel over “uitbuiting” aan de UM

15-05-2023 · Opinie

Wie aan de Universiteit Maastricht is er niet voor diversiteit en inclusiviteit? Interessanter dan deze retorische vraag is te weten waar de pas verkozen leden van de universiteitsraad eigenlijk tegen zijn? Ik ben daar zelf open over: ik ben tegen de uitbuiting aan de UM. Dat schrijft René Gabriëls, filosoof aan de faculteit Arts & Social Sciences. Hij stelde zich vorige week verkiesbaar, maar bemachtigde geen zetel in de universiteitsraad.

De UM wordt als een bedrijf geleid en onder bestuurders heerst een neoliberale cultuur die uitbuiting in de hand werkt en ervoor zorgt dat het onmogelijk is om onderzoek, onderwijs en ondersteunende taken zo goed mogelijk te doen. Erkenning en waardering ontbreken en het nieuw managementspeeltje dat diezelfde woorden in de titel draagt, schept geenszins de voorwaarden om ons werk goed te doen.

Kloof

De kloof tussen normuren en werkelijkheid is een indicator voor uitbuiting. Onder uitbuiting versta ik een situatie waar structureel onbetaald werk wordt verricht. Aan de UM noemen ze dit eufemistisch werkdruk. Wat dit precies betekent zoekt men niet uit. Integendeel, onderzoek ernaar werd effectief geblokkeerd door de ‘projectgroep Normuren UM’, waarvan ik deel uitmaakte, ad hoc op te heffen en een algemene maatregel af te kondigen: een korter academisch jaar. Er wordt dus met een therapie begonnen voordat er een goede diagnose is. Een algemene maatregel als het inkorten van het academisch jaar doet geen recht aan verschillen in uitbuitingsgraad. Een voorbeeld van zo’n verschil is dat voor exact hetzelfde werk bij FASoS meer wordt uitbetaald dan bij het University College. Dit los je niet op zonder een fatsoenlijk beleid dat recht doet aan het eenvoudigste rechtvaardigheidsprincipe: loon naar werk.

Meten is weten

Voordat beleidsmakers en bestuurders aanbevelingen geven om een einde te maken aan de uitbuiting, moet het verschil tussen de uren die medewerkers daadwerkelijk werken en het aantal uren waarvoor ze betaald krijgen, wetenschappelijk onderzocht worden. Meten is weten. Dit onderzoek moet de verschillen tussen faculteiten in kaart brengen en die tussen typen medewerkers (professor, UHD, UD, docent 4, etc.). Ook de loonverschillen tussen bijvoorbeeld een hoogleraar en een docent 4 die dezelfde taak verrichten moeten we transparant maken. Hoe kunnen we anders nagaan of de loonverschillen aan de UM rechtvaardig zijn?

Eveneens moet hierbij worden uitgezocht in hoeverre de tijd die docenten besteden aan onderwijs ten koste gaat van onderzoek en, vice versa, in hoeverre het najagen van onderzoeksfinanciering en loterijconstructies ten koste gaat van het onderwijs. Bovendien zal voor een goede diagnose moeten worden verhelderd hoe de normuren binnen een faculteit door de tijd heen zijn bijgesteld en hoe dit door bestuurders is gelegitimeerd. Van eventuele fouten uit het verleden kan men immers leren.

Gratis werken

Ook moeten we duidelijk krijgen welke invloed de uitbuiting van medewerkers heeft op onze studenten die zonder dat dit wordt geproblematiseerd aan hun universiteit les krijgen van docenten die gratis werken. Het zou zomaar kunnen zijn dat zij het gebruik maken van uitgebuite werknemers normaal gaan vinden of later als werknemer deze situatie niet als onaanvaardbaar herkennen.

Er zijn tal van wetenschappelijke theorieën die een verklaring voor dit fenomeen hebben. Op grond van zo’n theorie moeten we ook de situatie aan de UM analyseren. Want zolang we niet weten waarom het zo is zoals het is, denk aan het verschil tussen gemaakte en uitbetaalde uren, is het aandragen van oplossingen zinloos.

Imploderen

Mijn hypothese is dat het hele onderwijssysteem van de UM implodeert wanneer iedereen stopt met het verrichten van onbetaald werk. De onderwijskwaliteit zal er sowieso onder lijden.  

Van ons CvB valt weinig te verwachten. Het benadert de UM als een bedrijf in plaats van een academische gemeenschap. Anders had het wel de structurele oorzaken waarmee onze gemeenschap worstelt publiekelijk erkend, bijvoorbeeld dat er sinds 2000 68 procent meer studenten zijn en de rijksbijdrage per student 25 procent lager is.

Het onder druk zetten van het CvB wordt bemoeilijkt vanwege de hiërarchische organisatie en democratische tekorten, waaronder de gezapige, gesloten kaasstolp van de universiteitsraad.

René Gabriëls, filosoof aan de faculteit Arts & Social Sciences