Eind februari verhuisde ik van Maastricht naar Roermond en ruilde ik de collegezaal in voor een baantje in de bediening van een restaurant. En hoewel er veel in mijn leven hetzelfde is gebleven (ik schrijf veel, zie nog dezelfde vrienden) zit ik niet meer in mijn vertrouwde UCM-omgeving.
Het UCM wordt niet voor niets liefdevol ‘The Bubble’ genoemd. Studenten zijn er over het algemeen links en progressief, hoewel iedereen er nét een andere mening op nahoudt en de discussies echt wel diepgang hebben. Hetzelfde geldt voor de literaire wereld waarin ik me vaak bevind. Ook al wist ik dat er mensen zijn met andere politieke voorkeuren, ik kwam ze niet vaak tegen. Nu gebeurt dat vaker, waardoor ik die andere voorkeuren niet meer als op zichzelf staande stellingen kan zien, maar als gedachten met een achtergrond en een context.
Soms is het frustrerend om een gesprek te voeren over politiek met iemand wiens mening je echt niet deelt, maar ik heb gemerkt dat het ook veel begrip op kan leveren. Hoe voor de hand liggend het misschien ook is, ik realiseer me dat de vraag of een mening ‘goed’ of ‘fout’ is, niet per se relevant is. Toch zie ik (en ik heb me hier zelf ook schuldig aan gemaakt) dat dat onderscheid steeds opnieuw gemaakt wordt. In het verslag van UCM’s diversity survey van 2021 wordt het antwoord van een student genoemd: “There is almost an unwritten code between UCM students that certain things are advocated for and others rather disliked.” Zo zijn veel studenten geen fan van het kapitalisme maar wel van zo inclusief mogelijk taalgebruik. In mijn eerste jaar vertelde een studiegenoot dat ze het ongemakkelijk vond om vlees te eten in het gebouw, omdat bijna iedereen vegetarisch is. En ook al ben ik het met veel ‘UCM-meningen’ eens, ze zouden niet zo dominant moeten zijn dat ze niet meer bevraagd worden, lijkt me.
Het gros van mijn standpunten is onveranderd sinds mijn afscheid van het UCM, maar het horen van andere argumenten, uit een andere politieke hoek, helpen me te reflecteren op hoe mijn eigen ideeën tot stand komen. Het is zonde dat sommige studenten hun mening niet durven uiten omdat die afwijkt van wat de meerderheid vindt. Gaat dat niet juist in tegen het idee van diversiteit?