Het begon in januari met een discussie in de U-raad over de opkomst en voorkeursstemmen. Wie met voorkeursstemmen in een raad wil komen moet 50 procent van de stemwaarde van een zetel (dus hoeveel stemmen je nodig hebt voor een zetel; dit fluctueert, het hangt af van het totaal aantal uitgebrachte stemmen) behalen. Enkele studentleden stelden voor om daar 25 procent van te maken. Dat zou de verkiezingen volgens hen “dynamischer en democratischer maken”.
Daar zitten nogal wat haken en ogen aan, merkte de raad al snel, waarop men besloot een commissie in te stellen. “We willen ook de faculteitsraden en dienstraden erbij betrekken, met een expert spreken en kijken hoe men het elders in het land doet: zouden wij iets kunnen overnemen?”, zegt Jonas Lindenaar, studentlid en voorzitter van de verkiezingscommissie.
Lage opkomst
De commissie hoopt ook iets te doen aan de lage opkomst. De nieuwe voorzitter Teun Dekker zei eerder al in Observant: “We zullen beter moeten communiceren, we moeten de boer op en de gemiddelde student en medewerker laten zien waar we als U-raad mee bezig zijn.” Een mening die gedeeld wordt door onderwijsminister Dijkgraaf die onlangs 11,5 miljoen euro extra ter beschikking stelde voor scholing, ondersteuning, communicatie en vergoeding van de medezeggenschap. “Nu moeten wij met een plan komen: wat gaan we daarmee doen?”, aldus Dekker.
Evaluatie
Om te beginnen worden de verkiezingen van afgelopen mei geëvalueerd – de commissie verzamelt op dit moment feedback. “Die bespreken we in juni met het Kiesbureau en de rest van de raad”, zegt Lindenaar. Na de zomer staan mogelijke veranderingen op de agenda.
Mocht men inderdaad het kiesstelsel willen aanpassen, dan is het niet aan de U-raad, maar het college van bestuur om daar een voorstel voor te schrijven, aldus de statuten. “Maar zij hebben in januari al gezegd onze input heel serieus te nemen”, reageert Lindenaar.