De Universiteit Maastricht heeft volgens de AOb afgesproken dat hooguit 10 tot 15 procent van haar docenten een tijdelijk contract mag hebben. Momenteel is gemiddeld 60 procent van de docenten aan universiteiten in tijdelijke dienst, ook bij de Universiteit Maastricht. Deze docenten vormen een 'aparte categorie', zij hebben geen onderzoekstaken (het zijn dus niet de hoogleraren en universitair (hoofd)docenten; bij hen speelt het probleem niet of minder).
Ondanks de 60 procent noemt de AOb de universiteit een voorbeeld voor andere universiteitsbesturen. Voorzitter Tamar van Gelder: “Deze prijs is een aanmoediging en laat zien dat de Universiteit Maastricht stappen zet tegen flexibilisering en streeft naar een menswaardig personeelsbeleid, gericht op goed onderwijs en onderzoek.”
Afkicken
Eerder dit jaar startte de AOb de ‘What-the-Flex’-campagne om het grote aantal flexcontracten op universiteiten aan te kaarten. Met een mobiele ‘afkickkliniek’ hielp de bond universiteitsbesturen om hun ‘flexverslaving’ aan te pakken en te voorkomen dat er telkens nieuwe mensen moeten worden ingewerkt. Te veel tijdelijke contracten zorgen bovendien voor een onveilige werksfeer en een stijging van het aantal burn-outs, aldus de vakbond.
HOP, Hein Cuppen