In de jaren 2019 tot en met 2021 was het verzuim vrij laag en stabiel: 2,7 procent. Daar zitten in elk geval twee coronajaren bij met meerdere lockdowns waarbij menigeen thuis moest blijven. En laat medewerkers zich in eigen huis meestal vrijer voelen om hun werk in te plannen. Wie zich niet zo lekker voelt, probeert vaak toch nog even wat mailtjes te beantwoorden.
Arbodienst Human Capital Care presenteert deze woensdagmiddag het jaarlijkse verzuimrapport aan een van de universiteitsraadscommissies. Zorgen zijn er over het stijgende aantal zieken in 2022. Want wat betekent het voor collega’s die dat werk moeten overnemen, of voor de zieke zelf die op een later moment de boel moet inhalen? In het oog springt verder de groep die zich vaker dan drie keer per jaar ziek meldt: dat aantal steeg van 182 in 2021 naar 410 in 2022.
De servicecentra en het Maastricht University Office (waar Juridische Zaken, communicatie en marketing en onder andere HR onder vallen) telden vorig jaar de meeste zieken: 4,5 procent. Facility Services en de universiteitsbibliotheek zijn koplopers onder de diensten. Ook opvallend in de grafieken en tabellen: het hoge aantal uitvallers onder het ondersteunend personeel van de faculteit Arts and Social Sciences. In 2021 was dat 5 procent, in 2022 is het toegenomen tot 7,2 procent. Is er een verklaring voor? Faculteitsdirecteur Cerien Streefland was niet bereikbaar voor commentaar.
Langdurig zieken kampen vaker met psychische problemen. In 60 procent van de casussen speelt het een rol (in 2021: 46 procent). Bedrijfsartsen zien het vooral bij vrouwen. In meer dan de helft van de gevallen is werk de boosdoener, denk aan conflicten, pesterijen of druk. Tegelijkertijd zijn privékwesties en iemands persoonlijkheid niet uit te vlakken, aldus de rapportschrijvers. Het is immers vaak een combinatie van factoren waardoor iemand voor langere tijd uitvalt. De arbodienst hoopt dat de UM meer aandacht besteedt aan “het ontstaan van verzuim” en re-integratie na terugkeer op de werkvloer. Hier ligt een taak voor het management; alleen een aanpak vanuit ‘de medische hoek’ is volgens de bedrijfsartsen niet voldoende. “Een aanzienlijk deel van de gevallen had voorkomen kunnen worden als waarschuwingssignalen vroegtijdig waren opgemerkt.” Dus op tijd zien en vervolgens ingrijpen als iemand niet gemotiveerd is of niets uit zijn vingers krijgt. Afdelingsleiders zouden daarin moeten worden bijgespijkerd, menen de artsen.