Ligt er voldoende op tafel voor ontslag en is er sprake van ernstig verwijtbaar handelen? Daar moet de rechter zich over buigen. Afgelopen donderdag vond de zitting plaats in de rechtbank van Maastricht. De arbeidsjurist van de UM somt de bevindingen op: een seksuele relatie met een ondergeschikte, ongewenst zoenen en aanraken van borsten, vragen of een student bij hem thuis bleef slapen, misbruik van drugs en alcohol. “Hij liet tot diep in de nacht toe dat studenten bij hem thuis kwamen”, klinkt het. “En daarbij vindt de UM het totaal niet relevant wie de zoenincidenten begon. De vraag is: ‘Hoe raak je hierin verzeild, gelet op je rol en positie aan de universiteit?”
De UM-jurist vraagt zich hardop af of er geen alternatieven waren dan de student uit te nodigen voor een overnachting bij hem thuis. “Als ze dronken was, had hij ook een taxi kunnen regelen.” De termen machtsmisbruik en seksuele intimidatie vallen. Daarbij maakt het volgens de jurist niet uit of de slachtoffers 18 of 29 zijn. “Hij heeft niet gehandeld als een goed werknemer. De UM moet een veilige haven zijn voor álle medewerkers en studenten, dat wordt hem zwaar aangerekend.”
Mee op stap
Meldingen over ongewenst gedrag kwamen ongeveer een jaar geleden binnen bij de Universiteit Maastricht. Na een onafhankelijk onderzoek door bureau Partners in Integriteit besloot de UM de hoogleraar te ontslaan. Er waren “meer gevallen van seksueel ongewenst gedrag aan het licht gekomen”, stelde de universiteit op 8 mei in een bericht op intranet.
De precieze feiten, wanneer met wie en waar iets heeft plaatsgevonden, komen tijdens de zitting niet ter sprake. Observant sprak in mei al uitgebreid met vier betrokkenen (de meesten waren oud-student en gingen later bij de hoogleraar werken). “Eigenlijk voelden alle vrouwelijke studenten zich ongemakkelijk bij hem,” zei een van de geïnterviewden. “Hij ging mee op stap, gedroeg zich als een van ons. Hij gaf ook graag rondjes.” Een ander vulde aan: “Je werd gewoon dronken gevoerd.” Twee spraken er van opdringerigheid en ongevraagd zoenen, maar dat ontkende de hoogleraar destijds in een reactie aan Observant. Volgens hem was het “nimmer ongevraagd”. Een andere geïnterviewde sprak geregeld met hem af, vooralsnog met wederzijdse instemming. Toen ze er een punt achter zette, accepteerde hij geen ‘nee’, vertelde ze. De prof zou haar hebben geïntimideerd, maar dat ontkent hij. Ook nu, tijdens de zitting, zegt hij: “Ik dacht dat we er goed uit waren gekomen.”
Brugklassers
Zijn advocaat vertelt dat de hoogleraar “zwaar gebukt” gaat onder de zaak en meeleeft met de melders, maar dat de UM niet moet doen alsof de man al zijn hele academische carrière de mist in gaat: “Een paar incidenten op duizenden zakelijke relaties met studenten en collega’s”. Van seksuele intimidatie is volgens hem geen sprake, “het hangt er vanaf of iets gewenst of ongewenst is; mijn cliënt toont aan dat het ging om gewenst”. De relatie met een ondergeschikte had gemeld moeten worden, geeft hij toe, maar het is geen reden voor ontslag.
De advocaat vindt “de psyche van vrouwen in dit soort zaken moeilijk te begrijpen als man. Het zijn toch volwassenen? Er zijn regels, vertrouwenspersonen, et cetera, waarom is daar geen gebruik van gemaakt?” Ook eerder tijdens de zitting hamerde de raadsman hierop: “Waarom hebben ze jarenlang hun mond gehouden? ‘t Zijn geen brugklassers, ze kunnen het gedrag toch bespreekbaar maken?” Even later verbetert hij zichzelf: “Wat de opmerking over de psyche betreft, het was wat ongelukkig geformuleerd, ik bedoelde dat ik daar geen mening over mag hebben.”
Speelbal
De hoogleraar heeft nogal wat aan te merken op het integriteitsonderzoek van de UM. Hij zou zich onvoldoende hebben kunnen verdedigen en verwijt het bureau onzorgvuldigheid. Zijn advocaat: “We kregen te horen dat iemand een melding had gedaan vanwege dit of dat in een café in 2015, maar dan wil je toch weten wie die persoon is?” Het kostte hen naar eigen zeggen veel moeite om namen te krijgen van de onderzoekscommissie (“recherchebureau”). Bovendien zegt de advocaat dat ze pas laat geconfronteerd werden met een geluidsopname die blijkbaar al een hele tijd in bezit was van de commissie. Wat er op de tape staat, wordt niet gezegd, maar Observant vernam eerder dat de prof daarin zou hebben toegegeven dat hij vrouwen, werkzaam aan de UM, seksueel heeft misbruikt.
Voorbeeldfunctie
Voor de UM is er geen twijfel: de hoogleraar heeft zich in een positie geplaatst “waarin een wetenschapper met een publieke- en voorbeeldfunctie zich nooit had mogen begeven. De impact op betrokkenen is enorm. Je had mogen verwachten dat hij anders had gehandeld, als docent, als leidinggevende.”
De rechter mengt zich slechts een enkele keer, ze wil van de prof weten waarom hij zich met zijn positie in dit soort situaties heeft begeven.
Hij neemt zelf het woord: Ja, hij had studenten uitgenodigd om iets te drinken, maar “ik ben niet de enige die borrels regelde”. Twee, drie jaar lang ging hij mee op stap, “leuk, maar niet heel vaak, en dat heeft twee keer geresulteerd in gezoen, wederzijds”.
De rechter: “U werd op een bepaald moment hoogleraar, wat betekent dat dan? Dat u niet meer met studenten gaat borrelen, dronken wordt of tot laat in de nacht (…)? Kun je dat als hoogleraar niet meer doen en als hoofddocent wel?"
De prof: “Ik werd afdelingshoofd, het werd serieuzer, je krijgt meer verantwoordelijkheid.”
Wat de relatie met een jongere medewerker betreft, vraagt de rechter: “Heeft u niet gedacht: ‘Dat moet ik niet doen?’”
De prof: “Ja, dat hebben we tegen elkaar gezegd. We kennen elkaar al zes jaar, we hadden het gezellig, konden goed praten.”
“En ben je dan opeens geen hoogleraar meer?”, houdt de rechter hem voor.
“Het was privé, ik zag haar als mens.”
Zijn advocaat benadrukt dat zo’n relatie niet verboden is.
Herplaatsing
De UM eist ontslag zonder transitievergoeding. Van herplaatsing binnen de universiteit, bij de psychologiefaculteit bijvoorbeeld, op een “lager niveau”, zoals de advocaat van de prof voorstelt, wil de UM niets weten. “Hij heeft voor zijn werk toegang nodig tot de labs van de FHML, dan komt hij daar nog steeds over de vloer.”
Over vier weken volgt de uitspraak.