“De nationale top is me gelukt, maar internationaal ga ik het niet meer halen”

“De nationale top is me gelukt, maar internationaal ga ik het niet meer halen”

Studenten over hun toekomstplannen

09-10-2023 · Interview

Een paar stappen de gang in en dan rechts: een kleine ruimte met drie wielrenfietsen, waarvan twee aan de muur. Aan de verwarmingsbuis hangen over de volle breedte allerlei medailles, te veel om te tellen. “Sommige zijn nog van het wedstrijdzwemmen. De rest van triathlons.” Want dat is wat Anna Witteveen doet: triathlon.  Aan de andere muur hangen er beduidend minder. “Die zijn van mijn vriend, hij doet het nog niet zo lang”, lacht ze.

Witteveens dagen zijn druk. Doordeweeks traint ze elke ochtend en avond, in totaal 20 uur per week. Zwemmen, fietsen, hardlopen, of in de sportschool, alleen of met haar personal coach in een groep.  Daarnaast loopt ze stage, de eindfase binnen haar masterstudie biomedische wetenschappen. Een vergoeding krijgt ze daar niet voor, en dus werkt ze iedere zondag bij de supermarkt. “En dan zijn er nog de wedstrijden in het weekend. Daarom heb ik op maandag en vrijdag vrij van stage. Als ik dan naar het buitenland moet reizen, zoals naar Frankrijk afgelopen weekend, ga ik vaak al eerder weg om nog wat uit te rusten vóór de wedstrijd en heb ik bij terugkomst tijd om mijn koffer uit te pakken en wasjes te draaien.”

Wedstrijdzwemmen

Van kleins af aan deed ze al aan wedstrijdzwemmen. Ze groeide er als het ware in, haar oudere zus en twee broers deden het ook al. Maar hele dagen in het zwembad zag ze na een tijdje niet meer zitten. Via haar oudere zus kwam ze in 2015 in contact met de combinatieduursport triathlon. Zwemmen, fietsen en rennen, al snel op hoog niveau. Samen met haar eeneiige tweelingzus Tessa. Kort en explosief, dat is Witteveens specialiteit. Ze doet dan ook 1/8 deel van een triathlon: 750 meter zwemmen, 20 kilometer fietsen en 5 kilometer rennen. Welke van de drie is haar favoriet? “Vroeger vond ik zwemmen het leukste, maar dit seizoen is dat lopen. En daarmee kun je vaak ook nog het verschil maken in een wedstrijd; bij fietsen blijf je meestal met een clubje bij elkaar.”

Maastricht

In 2017 overleed haar stiefvader; hun huis viel aan diens kinderen uit een eerder huwelijk en werd verkocht. De zussen hadden net hun middelbare school afgerond en oriënteerden zich op een vervolgopleiding: Tessa wilde verloskunde doen, Anna iets met biologie. Het menselijk lichaam fascineert haar enorm. “Ik heb eerst nog gekeken naar de studie biofarmaceutische wetenschappen in Leiden, maar toen mijn zus en ik een ‘personal coach’ voor triathlon in Maastricht vonden en ik daar ook nog biomedische wetenschappen kon studeren, was de keuze snel gemaakt.” Hun moeder kocht een huis, waar de drie dames met één andere student gingen wonen.

De knop om

Onderzoek doen bevalt haar wel. De vrijheid hebben om je nieuwsgierigheid de vrije loop te laten. Daarom wil Witteveen na haar master gaan promoveren. Het liefst in de immunologie, ook het terrein van haar stage . Maar dit combineren met haar strakke trainingsschema wordt wel lastig. “Ik ben nu op het punt gekomen in de triathlon dat ik nationaal wel bij de top zit, maar internationaal niet. Dat laatste ga ik ook niet bereiken. Wat wordt dan nog mijn doel?” Het was anders geweest als ze van de sport had kunnen leven; dan zou ze haar plannen voor een PhD nog wel een paar jaar uitstellen. Maar dat is niet het geval. En dus gaat nu de knop om: minder trainen om, zoals ze zelf zegt, te doen waar ze zin in heeft en niet steeds te moeten.

Onzeker

Wil ze wel in Maastricht blijven voor haar PhD? Het liefst niet. Haar zus en moeder hebben Maastricht inmiddels ook verlaten. Witteveen wil dichter bij hen gaan wonen. De universiteit in Maastricht heeft ze na zes jaar ook wel gezien. “Ik wil kijken hoe het er bij een andere universiteit aan toe gaat.” Sinds een jaar woont ze samen met haar vriend, die ze leerde kennen als collega in de supermarkt. Hij komt uit Maastricht, maar is, volgens Witteveen, geen ‘echte Maastrichtenaar’: hij is wèl bereid om te verhuizen naar een ander deel van het land. Ze is sowieso niet iemand die zich laat tegenhouden. En na het promotietraject een postdocpositie? Witteveen: “Nee dat is te onzeker, steeds maar subsidies moeten aanvragen om je onderzoek te financieren. En daar komt nog bij dat je de helft van de tijd onderwijs moet geven. Ik wil gewoon onderzoeker zijn. En dat kan in de farmaceutische industrie.”

Met haar eigen carrièreplannen zit het wel snor, maar is er vertrouwen in de toekomst in een wereld als deze, met klimaatverandering, oorlog en natuurrampen? Ja, voor zichzelf nog wel. Het nieuws houdt Witteveen niet echt bij.  “Daar zou ik alleen maar erg treurig van worden.” Binnen haar vak hoopt ze bij te dragen aan een betere wereld. Door bijvoorbeeld via onderzoek naar therapie uiteindelijk patiënten te helpen. Maar bij een wegblokkade door klimaatactivisten op de A12 zul je haar niet vinden. “Ik denk alleen maar: wat een gekke mensen allemaal.”

Toekomstplannen

In deze serie worden studenten geïnterviewd over hun toekomstplannen; hun verwachtingen, dilemma’s en angsten. In hoeverre speelt hun verleden een rol, en wat te denken van de grote maatschappelijke problemen, denk aan klimaatverandering, oorlog in Europa maar ook elders, politieke instabiliteit, groeiende armoede, enzovoort.

Foto: Ellen Oosterhof

Categoriëen: nieuws_boven, Mensen
Tags: student,toekomstplannen,studie

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.