De bal vliegt door de lucht, de spelers houden hun ogen erop gericht en rennen over het veld. Een van hen vangt de bal in haar net en gaat op weg naar de goal. “Kijk uit voor die verdediger, naast je!”, roept een medespeler. Ze ontwijkt, een keer, een tweede keer, valt bijna, goal! “Wat leuk, Madison!”, roept de trainer. Na een kwartiertje is het tijd voor een drinkpauze. Madison Soubelet (18), eerstejaars aan het University College Maastricht, is één van de nieuwelingen. “Ik heb de sport leren kennen tijdens mijn schooluitwisseling naar de VS. Ik vond het zo leuk dat ik wilde doorgaan. Ik heb direct na mijn aankomst in Maastricht een lacrosseteam gezocht. En hier ben ik dan”, lacht de Française. Ze is blij met haar keuze. “De teamgeest is ongelofelijk! In het begin schaamde ik me om fouten te maken, ik heb geen ervaring met teamsporten, maar ik had snel door dat niemand boos wordt of agressief. Dat was in de VS echt anders.”
Twee varianten
De pauze is voorbij. Terwijl de meeste spelers weer aan het rennen zijn, blijft Noa Kaesler (25), een van de trainers, aan de zijkant staan. Ze verzorgt vandaag de training voor de ‘groep zonder contact’. Waarom heet die zo? “Er zijn twee manieren waarop lacrosse gespeeld wordt, de dames- en herenvariant, maar in Maastricht gebruiken we deze benoemingen al lang niet meer. De sport is voor iedereen”, legt ze uit. En hoe werkt het dan? “Er is gewoon een variant waarbij je je lichaam veel gebruikt om te verdedigen of aan te vallen, dat noemen we de ‘groep met contact.’” Ze spelen volgens de regels van de herenvariant van lacrosse, met helmen en beschermende kleding. De ‘groep zonder contact’ daarentegen speelt alleen maar in sportkleding, en volgens de regels van de damesvariant. “Daar moet je bijzonder strategisch spelen, omdat je tussen de bal en de speler in moet staan. Inderdaad zijn er spelers die vaak beide varianten spelen, omdat het leuk is om af te wisselen.”
Zelf kwam Kaesler bij toeval uit bij de sport: “Ik woonde in een 'lacrosse-huis'. Mijn huisgenoten speelden het, en we kregen vaak hun teamleden over de vloer. Die namen mij een keertje mee, en ik vond het geweldig. Als je het een keer hebt geprobeerd, kom je er nooit meer vanaf.” In het team heeft Kaesler ook vrienden gevonden, “echte vrienden”. De leden doen veel samen, van ‘cycling dinners’ tot borrels, ledenweekenden en toernooien. “Ook na de training zitten we vaak samen om te praten. Het is toch belangrijk dat het gezellig is. Praat ook nog even met Mattia, hij is heel ervaren en al jaren in het team."
"Het blijft spannend"
De training is voorbij. Mattia Cristofoletto (24), een Italiaanse masterstudent Globalisation and Law is bezweet en moe. “Sporten, daar had ik nooit zo’n zin in, maar lacrosse is anders. Ik ontdekte het op mijn achttiende en vond de combinatie van rugby, football en hockey direct leuk. Je doet al die sporten tegelijk, daardoor blijft het een uitdaging." Hij is na zes jaar op het lacrosseveld nog niet uitgeleerd. "Ik werk nog steeds aan het gooien op de goal, en ik moet beter leren tackelen." Niet in de laatste plaats omdat het Maastrichtse team het niet alleen maar tegen andere universiteiten opneemt, maar ook tegen 'gewone' teams. "We speelden de afgelopen jaren in de Belgische league, dat zijn deels echt moeilijke tegenstanders. We moeten dus wel beter worden. Maar uiteindelijk is het belangrijkste dat we hier samen zijn, dat het leuk is. Want sporten, daar word je blij van."