Denemarken kan toch niet zonder internationale studenten

Denemarken kan toch niet zonder internationale studenten

Beleid om aantal Engelstalige opleidingen te verminderen teruggedraaid vanwege oplopend tekort aan arbeidskrachten

02-11-2023 · Nieuws

DENEMARKEN. Denemarken beperkt sinds twee jaar de instroom van buitenlandse studenten, maar keert nu op zijn schreden terug. Hoogopgeleide internationals blijken onmisbaar op de krappe arbeidsmarkt.

In 2021 besloot het Deense kabinet het aantal Engelstalige opleidingen in het hoger onderwijs drastisch te verminderen. Dat zou kosten besparen en het onderwijs toegankelijk houden voor Deense studenten.

Maar deze week maakte Denemarken een U-bocht. Onderwijsminister Christina Egelund riep op om het beleid terug te draaien nadat werkgevers hadden geklaagd over het oplopende tekort aan hoogopgeleide arbeidskrachten, meldt platform The Pie News.

Eerder dit jaar was besloten dat de Deense universiteiten jaarlijks 1.100 nieuwe Engelstalige opleidingsplaatsen mochten aanbieden, maar Egelund vindt nu dat er grotere ingrepen nodig zijn. “We moeten dankbaar zijn als een buitenlandse jongere in Denemarken wil studeren”, zei ze tegen de Deense pers.

Omtzigt

In Nederland is momenteel veel discussie over de verengelsing van het onderwijs en de toestroom van internationale studenten. In zijn recente wetsvoorstel biedt demissionair onderwijsminister Dijkgraaf de instellingen een aantal instrumenten waarmee ze de instroom kunnen beperken. Daarbij kunnen ze wel rekening houden met de lokale arbeidsmarkt.

Maar het wetsvoorstel gaat velen niet ver genoeg. Pieter Omtzigt, die met zijn partij Nieuw Sociaal Contract hoog scoort in de verkiezingspeilingen, wil veel verdergaan. Hij stelt voor om het Nederlandse migratiesaldo drastisch in te perken en ook het aantal internationale studenten terug te dringen. De voertaal aan hogescholen en universiteiten moet dan zo veel mogelijk Nederlands worden. Hij vindt bovendien dat Europese studenten niet zomaar Nederlandse studiefinanciering moeten kunnen aanvragen.

Ook andere partijen, zoals onder meer de ChristenUnie, Forum voor Democratie en de PVV willen de toestroom van internationals beperken.
 

HOP, Peer van Tetterode

Auteur: Redactie

Foto: Pixabay

Categoriëen: Nieuws, nieuws_boven
Tags: internationalisering,engelstalig,engels,taalbeleid,denemarken,omtzigt,verkiezingen,buitenlandse,studenten

Reacties

Irma van Dries

Bij een oppervlakkige lezing van dit nieuwsbericht kan al snel worden gedacht; "zie je wel, dat wetsvoorstel van Dijkgraaf wordt niets. Kijk maar, in Denemarken zijn al eerder soortgelijke maatregelen genomen en daar komen ze nu op terug".

Zo'n conclusie is gemakkelijk gemaakt en past prima in het straatje van onderwijsinstellingen die er (institutioneel en geldelijk) belang bij hebben om de status quo te handhaven rondom internationalisering van het onderwijs. Maar redelijk gezien, is het juist niet de les die uit de Deense situatie geleerd kan worden. Integendeel.

Nog even buiten beschouwing gelaten dat de situatie in Denemarken op het gebied van het tekort aan huisvesting en de druk op het onderwijs geheel onvergelijkbaar (zeg maar gerust: tegengesteld) is aan dat van Nederland, is ook het wetsvoorstel van Dijkgraaf ("Internationalisering in Balans") van een geheel andere orde dan de drastische en generieke maatregelen die de Deense overheid op dit gebied nam.

In tegenstelling tot de maatregelen in Denemarken is er in het voorstel van Dijkgraaf wel (en zelfs nog steeds veel) ruimte voor anderstalig (in de praktijk veelal Engelstalig) onderwijs in masteropleidingen, phd-opleidingen en uitwisselingsprogramma's. Bovendien is er, anders dan bij de maatregelen die Denemarken nam, in het voorstel van Dijkgraaf de mogelijkheid van anderstalige bacheloropleidingen mits de onderwijsinstelling zich kan beroepen op minimaal twee van de vijf uitzonderingsgronden (die in samenhang met de andere uitzonderingsgronden worden beoordeeld), te weten:

1. een tekort aan personeel in een beroep waarvoor wordt opgeleid (het beroep van bijvoorbeeld biochemicus, ingenieur of informaticus);
2. het inherent anderstalige karakter van een opleiding (het Frans als onderwijstaal in bijvoorbeeld de opleiding ''Franse taal en cultuur'' of het Engels in de opleiding ''International Law''),
3. de aanwezigheid van dezelfde opleiding in het Nederlands (de opleiding mag dus niet uniek zijn voor Nederland en alleen in het Engels worden aangeboden)
4. een (tijdelijk) tekort aan Nederlandstalige docenten (waarbij een onderwijsinstelling moeten kunnen aantonen poging te doen om gekwalificeerde Nederlandstalige docenten te vinden via personeelswerving);
5. mogelijkheden en behoeften van de regio waarin de opleiding wordt aangeboden (krimpregio, euregio, innovatieregio etc.).

Kortom, in het wetsvoorstel van Dijkgraaf wordt veel rekening gehouden met de context waarin de onderwijsinstelling zich bevindt. En die context kan er toe leiden dat er goede redenen zijn om anderstalige bacheloropleidingen toe te staan. Dit in tegenstelling tot de maatregelen in Denemarken die zich vooral richtten op het generiek vaststellen van het aantal Engelstalige opleidingsplaatsen.

De ongewenste effecten van deze Deense maatregelen, stelt dus niet het streven naar een houdbare internationalisering als zodanig ter discussie, maar onderschrijft, integendeel, het belang van evenwichtige maatregelen op dit gebied. Naar mij idee geeft juist het wetsvoorstel van Dijkgraaf een goede aanzet tot zo'n evenwichtige visie.

De universiteiten zouden er goed aan doen om een constructieve kritiek op en bijdrage aan dit voorstel te leveren. Zo niet, dan zullen partijen als BBB, NCS en VVD waarschijnlijk koersen op dezelfde soort (onwenselijke) maatregelen als de Deense politiek nam.
En dat zou dan niet zozeer te wijten zijn aan de BBB, NSC en VVD zelf, maar vooral aan het gebrek aan verantwoordelijkheid die de universiteiten tot nu toe op het gebied van internationalisering hebben genomen.

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.