Er klinkt oriëntaalse muziek in de hal van University College Maastricht, waar zich woensdag rond het middaguur een dertigtal jongeren – studenten en anderen – heeft verzameld. In een eerder die ochtend verstuurd persbericht heette het een sit-in, een spandoek aan de gevel spreekt van bezetting. In de gemeenschappelijke ruimte voor studenten hangen een Palestijnse vlag en pro-Palestijnse posters, terwijl in de collegezaal van het gebouw aan de Zwingelput onder meer lezingen en een filmvertoning plaatsvinden.
De eisen
De organisatie achter de bezetting – een groep die zich UM Students for Palestine noemt – vraagt zo aandacht voor de oorlog in de Gazastrook en wat zij ziet als “passiviteit en censuur” van de kant van de UM over “de genocide in Gaza”.
Een week eerder al had men in een mail aan onder anderen de decanen van faculteiten en het universiteitsbestuur de eisen uit de doeken gedaan: de UM moet zich solidair met de Palestijnen tonen, haar Europese connecties gebruiken om te lobbyen voor een wapenstilstand, het Israëlisch optreden veroordelen en alle banden met Israëlische organisaties verbreken.
Geen verklaring UM
De universiteit moet, kortom, haar mond opendoen, zeggen twee leden van de groep. Ze studeren zelf niet aan de UM – een van hen is lid van actiegroep Autonomen Maastricht. Deelnemende studenten zouden bang zijn voor disciplinaire maatregelen van de kant van de universiteit. Een studente beaamt dat: ze wil Observant wel te woord te staan, maar alleen anoniem. Ze vindt het “schandalig dat wij dit moeten organiseren. Dat had de universiteit moeten doen”. In haar ogen maakt de UM zich bovendien “medeplichtig aan genocide” door geen verklaring over de oorlog af te leggen.
Een dergelijke verklaring zal er echter niet komen: in een vergadering van de universiteitsraad werd het college van bestuur er vorige week naar gevraagd. Collegevoorzitter Rianne Letschert antwoordde dat een statement geen recht kan doen aan alle nuances en dat de dialoog over het conflict in de faculteiten gevoerd moet worden.
Burgerlijke ongehoorzaamheid
UCM-dean Wolfgang Giernalczyk intussen, vindt het “jammer” dat actievoerende studenten bang zijn om zich uit te spreken. “Als ik zie wat hier vandaag gebeurt, is die angst onnodig. Het lijkt erop dat dit binnen de grenzen valt van wat je burgerlijke ongehoorzaamheid zou kunnen noemen.”
Hij was niet vooraf op de hoogte van de actie, maar besloot na een gesprek met de studenten om die toch door te laten gaan: het onderwijs – “mijn primaire verantwoordelijkheid” – wordt niet ernstig verstoord “en het gaat er kalm aan toe. Ik wil studenten ruimte geven om hierover met elkaar te spreken en discussiëren, zolang dat op een manier gebeurt die anderen geen gevoel van onveiligheid geeft. Daar doen ze zo te zien ook hun best voor.”
Ook Jeroen van Velzen, secretaris van het College van Bestuur, ziet geen bezwaar tegen de ‘bezetting’. “Wij willen dat mensen vrij hun mening kunnen geven. Ze roepen niet op tot geweld of ander strafbaar gedrag, en het onderwijs gaat door, dus dit moet kunnen.”
Verwijderde posters
Students for Palestine verwijt de UM juist een open gesprek tegen te werken. In de herfstvakantie zijn immers posters van studentenorganisatie Free Palestine Maastricht (FPM) uit universiteitsgebouwen verwijderd. Van Velzen: “Dat gebeurde omdat ze anoniem waren. Als posters een term als ‘genocide’ bevatten, die emoties en debat oproept, is anonimiteit niet gewenst. Inmiddels hebben we daar met FPM over gesproken.”
Woensdag doken nieuwe FPM-posters op, inclusief de term. Dit keer zijn ze niet anoniem en mogen ze blijven hangen. “Het is niet aan ons om te bepalen of ‘genocide’ de juiste term is”, zegt Van Velzen. “Ons punt is: mag die term in een academisch debat als hypothese gesteld worden? Het antwoord is ja.” Wel kan zo’n woord ongemak oproepen. “We hebben met een informele afvaardiging van Joodse studenten gesproken en bij hen is dat het geval, zij vinden dat er geen sprake is van genocide. Maar een groot deel van deze studenten vond daarbij dat dit debat wel gevoerd mag worden.”
Twee grenzen
Wat zijn eigenlijk precies de regels rond posters in universiteitsgebouwen? Van Velzen: “In de universiteit moet een een veilig en open klimaat heersen waarin mensen hun mening kunnen geven en daarover met anderen kunnen spreken. We stellen twee grenzen: ze mogen niet op plekken hangen waar ze andere uitingen in de weg zitten, en er mag geen sprake zijn van smaad of oproepen tot geweld, discriminatie enzovoort.”