De associatie met een ontspannen potje frisbee op het strand valt snel weg bij het zien van deze variant. Stilstaan is er namelijk niet bij: de spelers van ultimate frisbee rennen alle kanten op. Teams kunnen volledig uit mannen of vrouwen bestaan, maar meestal zijn ze gemixt. Zo ook bij Ultimaas, de studentensportvereniging van de UM. Officieel is het een buitensport, waarbij twee teams van zeven spelers het tegen elkaar opnemen op een veld van 100 bij 37 meter met aan elke kant een ‘eindzone’ van 18 meter. Alleen in deze zones kunnen de spelers scoren door de frisbee in het vak te vangen. Maar vandaag speelt de vereniging binnen op een kleiner veld, vijf tegen vijf. “Dat is echt anders spelen,” vertelt Marco Rietjens, penningsmeester van de club. “Binnen is er bijvoorbeeld geen wind, maar het veld is wel kleiner. Je kunt dus minder ver gooien.”
Basketbal
Vanaf zijn zesde speelde hij al basketbal. De 21-jarige Belgische student Pierre Henrot is als eerste in de zaal. Sinds september is hij lid van de club. Vorig jaar ontdekte Henrot ultimate frisbee tijdens een uitwisselingsprogramma in Ierland. “Ik was basketbal wel beu en wilde iets nieuws proberen, iets aparts.” En dus nam de Belg, eenmaal terug in Maastricht, een kijkje bij Ultimaas. “Ik kan hier veel van mijn basketbal-techniek wel gebruiken, zoals vrijlopen en het dekken van tegenstanders. Je moet ook snel van richting kunnen veranderen.” Maar er is één groot verschil, zegt hij: er is geen fysiek contact.
Competitie
Langs de zijlijn staat de Belgische Jérôme Deridder zijn team te coachen. Ongeveer acht jaar geleden is hij begonnen in zijn thuishaven, Brussel. “Iedereen kan meedoen en is welkom”, glimlacht hij. Sommigen zijn er puur voor het plezier, anderen willen echt goed worden. Maar kun je dan als coach iedereen tevreden houden? “Dat is inderdaad lastig”, beaamt hij. Voor corona had zijn voorganger twee verschillende trainingen: een gericht op competitie en een voor iedereen. “Dat viel helaas weg tijdens de pandemie, omdat we toch geen competitie konden spelen. Daarna kregen we weer ontzettend veel nieuwe leden.” Uiteindelijk wil Deridder terug naar deze opzet. “Nu spelen we weer competitie, maar ook daar zijn verschillende niveaus: van beginners tot professionals.” Henrot voegt toe: “Laatst heb ik meegedaan met een beginnerstoernooi in Utrecht. Per team mocht er maar één ervaren speler op het veld staan.”
Spirit
De 25-jarige geneeskundestudent Teun Wich is al zo’n 6,5 jaar lid van de vereniging. “Ik kende het van de middelbare school. Onze gymdocent legde toen uit dat sportiviteit het belangrijkste is bij ultimate. Er is namelijk geen scheidsrechter; je moet het samen oplossen.” En lukt dat dan altijd? “Er is nog nooit ruzie geweest. Zelfs stem verheffen zit er niet in. En als de teams er niet uit komen, gaan ze gewoon een stap terug in het spel en beginnen ze opnieuw.” Het is zelfs terug te zien in de puntentelling: sportiviteit, ‘spirit of the game’, telt mee. “Als bijvoorbeeld een verliezend team tijdens de wedstrijd nog steeds blijft ‘strijden’, kan dit veel spiritpunten opleveren. De tegenpartij helpen hoort er ook bij. Het is ooit gebeurd dat een ervaren speler een overtreding maakte op een onervaren speler. Die had het zelf niet eens door. De overtreder heeft toen zelf zijn fout toegegeven.” Bij voetbal was dat wel anders, vertelt Wich. “Daar was het vaak oorlog. Hier juichen we zelfs als de tegenstander een mooi doelpunt maakt.”