Alle bachelors in het Nederlands? Dan raakt UM bijna helft studenten kwijt

Alle bachelors in het Nederlands? Dan raakt UM bijna helft studenten kwijt

Collegevoorzitter Letschert maakt zich grote zorgen over verkiezingsuitslag en de te vormen coalitie

13-12-2023 · Nieuws

MAASTRICHT. Collegevoorzitter Rianne Letschert maakt zich grote zorgen nu politieke partijen die de migratie - en dus ook de instroom van buitenlandse studenten - willen terugdringen, wellicht een kabinet gaan vormen. Het horrorscenario voor de Universiteit Maastricht: alle bacheloropleidingen in het Nederlands.

Duidelijk is dat de vier partijen die nu met elkaar praten over een mogelijk kabinet de internationalisering en de bijbehorende verengelsing van universiteiten sterk willen beperken. Het gaat dan om de grote winnaars van de verkiezingen van afgelopen november, PVV, NSC en BBB, samen met de VVD.

Geen opportunisme

Op dit moment praat de UM met partners in de regio over mogelijke gevolgen van zo’n nieuw kabinet. Ook is er een analyse in de maak - een initiatief van de UM - over de impact die mogelijke overheidsmaatregelen voor Zuid-Limburg zullen hebben. Die komt in het nieuwe jaar naar buiten. Tegelijkertijd werkt de UM aan nieuwe taalmaatregelen voor studenten. “We willen veel meer ruimte creëren in of naast het curriculum voor het leren van Nederlands. Dit staat los van datgene wat de politiek gaat zeggen.” Het is dus geen opportunisme, benadrukt ze. De UM heeft al jaren een taalbeleid, lang voordat het een issue in Den Haag werd. “We willen hiermee de integratie van studenten bevorderen en de blijfkans na het afstuderen vergroten.”

Grote gevolgen

Mocht het scenario van alle bachelors in het Nederlands inderdaad werkelijkheid worden, dan heeft dat grote consequenties voor de zeer internationale UM.

Letschert: “Dan zouden we bijna de helft van onze studenten kunnen kwijtraken en worden we minder aantrekkelijk voor jonge talenten. En bedenk dat de helft van onze staf uit het buitenland komt. Ik merk dat veel van onze collega’s  Nederlands spreken, maar erin lesgeven is toch wat anders.” Niet alleen de universiteit zelf zal een “enorme klap” krijgen, de hele regio zal eronder lijden. “De UM is zoveel meer dan alleen een ‘school’ die diploma’s uitreikt”, zei Letschert al vorige week tijdens een commissievergadering van de universiteitsraad. “Wij zijn een van de grootste werkgevers in Zuid-Limburg, zijn een belangrijke motor van de economie, denk aan de toeleveranciers, de Brightlands-campussen in Maastricht, Heerlen, Venlo en Geleen. Wij moeten laten zien hoe belangrijk we zijn voor de regio.”

Mijnsluiting

Ze wees erop dat partijen die immigratie willen indammen, tegelijkertijd de regio’s willen stimuleren. “Ze moeten opletten dat ze met hun migratiebeleid niet de regio die ze zo graag sterker willen maken, dwarsbomen. Ik hoorde onlangs iemand zeggen: als onderwijs deze regio verlaat, dan zal veel meer uit de regio vertrekken.” Maar ondanks alles is ze hoopvol: “Ik heb er vertrouwen in dat geen politicus het op zijn geweten wil hebben dat hij schade berokkent aan Zuid-Limburg en weer grotendeels teniet doet wat na de mijnsluiting is opgebouwd.”

Geen one size fits all

Letschert hoopt bovendien dat er snel wettelijke maatregelen komen zodat universiteiten “de regie krijgen en zelf kunnen bepalen hoeveel buitenlandse studenten ze toelaten”. Tegelijkertijd benadrukt ze dat het Haags beleid geen one size fits all moet worden. In sommige steden zijn de huisvestingsproblemen groot, is er sprake van verdringing van Nederlandse studenten door de grote toestroom van buitenlanders. Daar is in Maastricht geen sprake van, aldus Letschert. “Kies je voor een eenheidsworst dan zal dat aan de ene instelling en de bijbehorende regio veel meer schade berokkenen dan aan de andere.”

Auteur: Riki Janssen

Foto: Harry Heuts

Categoriëen: Nieuws, nieuws_boven
Tags: verkiezingen,coalitie,internationalisering,verengelsing,instroom,buitenlandse studenten,migratie

Reacties

Vera de Bolt

"Een enorme klap" zou het volgens Letschert zijn als het Nederlands voor alle bacheloropleidingen verplicht wordt gesteld; de Universiteit Maastricht (UM) zou daardoor ruim de helft van de studenten verliezen. Eerder hoorde ik in de politiek (vanuit de partij "Volt") een soortgelijke waarschuwing: de UM is voor haar (voort)bestaan afhankelijk van internationale studenten. Ik zie dat anders. Zo'n 10 jaar geleden waren er ook internationale studenten (vooral via uitwisselingsprogramma's of masteropleidingen), maar dan wel veel minder dan nu. De UM functioneerde toen prima (zowel op het gebied van onderzoek als onderwijs). Zeker, gezien het huidige enorme aandeel van internationale studenten is de UM nu (financieel en institutioneel) afhankelijk geworden van een blijvende instroom van deze studenten. Maar deze afhankelijkheid heeft de UM, naar mijn idee, wel zelf gemaakt (of teweeggebracht). Door vrijwel alle opleidingen in het Engels aan te bieden (ook de bacheloropleidingen die voorbereiden op sectoren waar geen tekorten zijn) en geen enkele eis te stellen aan de beheersing van het Nederlands, is Maastricht de ideale studieplek geworden voor internationale studenten. Er is geen universiteit in Europa waar de landstaal in het onderwijs zoveel ruimte heeft gemaakt voor het Engels als de UM.

Nu het Nederlands als onderwijstaal voor bachelor-onderwijs mogelijk (want zeker is het nog allerminst) verplicht wordt gesteld (de VVD wil overigens alle technische bacheloropleidingen van deze verplichting ontzien), is de UM als onderwijsinstelling --zo lees ik-- bevreesd voor haar toekomst. Dat vind ik opvallend. Is het werkelijk zo dat een instelling als de UM met zoveel expertise op gebieden als systeem-transitie, management, maatschappelijk verantwoorde wetenschap, universiteitsgeschiedenis en wetenschapssociologie vooral "angst" of "vrees" als reactie heeft op de mogelijke beslissingen die in Den-Haag genomen worden op het gebied van internationalisering? Kan de UM zich geen ander scenario voorstellen dan doorgroeien naar een nog groter aandeel internationale studenten? Ziet de UM geen mogelijkheid om tot een meer evenwichtige en duurzame groei te komen, waarin ook plaats is voor het Nederlands als serieuze onderwijstaal? Ik kan me dat niet voorstellen. Natuurlijk heeft de UM wel een idee voor andere koers, mocht het zover komen dat de politiek deze afdwingt. Maar deze koers wordt nog niet uit de doeken gedaan. Liever wordt zo lang mogelijk vastgehouden aan de ingeslagen weg. Desnoods via lobbyen (want de lobby voor het Engelstalig onderwijs is enorm) of wellicht het aanspannen van rechtszaken.

Hoe is het zover gekomen?
Waarom heeft de UM zich zo afhankelijk gemaakt van het aantal buitenlandse studenten? Zag de UM het afgelopen decennium het aantal internationale studenten dan niet oplopen tot een volledig disproportioneel aandeel (inmiddels meer dan 50% voor de UM in het geheel en op faculteiten als FASoS en Psychologie zelfs tegen de 80%)? Ziet de UM zich dan niet als onderdeel van een publiek onderwijsstelsel dat de primaire taak heeft Nederlandse studenten op te leiden en de toegankelijkheid en kwaliteit van het hoger onderwijs te waarborgen? Natuurlijk, "internationalisering" is onderdeel van deze publieke taak (en een belangrijke ook), maar toch zeker niet de eerste doelstelling van het hoger onderwijs? En de UM weet toch dat de "Taalwet Hoger Onderwijs" altijd is uitgegaan van het Nederlands als onderwijstaal (uitzonderingen daargelaten)? Hoe ontstond dan het idee om bij voorbaat vrijwel alle (en lang niet alleen de technische of levenswetenschappelijke) bacheloropleidingen in het Engels aan te bieden? De UM heeft er toch weet van dat Nederlandse uitdrukkingsvaardigheden van Nederlandse studenten rap afneemt (zie onderzoek van Taalunie en verschillende universiteiten) en dat alleen Engelstalig onderwijs deze tendens niet keert maar juist versterkt? De UM realiseert zich toch dat een samenwerking met de Radboud Universiteit om meer leraren op te leiden wel heel sumnier uitpakt als er nauwelijks Nederlandstalige studenten aan de UM te vinden zijn (en al helemaal niet aan de faculteit FASoS die juist een bijdrage zou kunnen leveren aan lerarentekort in de talige vakken (Nederlands, Engels, Frans) waarin enorme tekorten zijn)? Heeft het bericht van de Inspectie van Onderwijs de UM niet bereikt dat studenten met lagere sociaal-economische achtergronden het Engels als onderwijstaal als drempel ervaren voor het kiezen van een universitaire opleiding? Bestuurders van de UM hebben toch moeten zien dat het publieke karakter van het universitair onderwijs in Nederland door de internationalisering niet alleen floreerde, maar op vele punten ook in het gedrang raakte? Waarom probeerden universiteiten (en dus ook de UM) hier niet eerder meer grip op te krijgen en een visie te vormen (en gingen zij, integendeel, nog lange tijd door met het werven van internationale studenten ondanks de oproep van het ministerie hiermee te stoppen)? Was het vanwege het bekostigingssysteem? En zo ja, waarom konden zelfs de meest knappe en kritische koppen dan uiteindelijk deze (neo-liberale) prikkels niet weerstaan? Hoe werd het universitair onderwijs een (export)product in plaats van een publiek goed?

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.