“Vroeger dacht ik dat alles beter was dan Duitsland”

“Vroeger dacht ik dat alles beter was dan Duitsland”

Studenten over hun toekomstplannen

16-01-2024 · Interview

Heen en weer geslingerd worden tussen iets academisch of iets creatiefs. Volg je je hart of ga je voor financiële zekerheid? Een vraag die door het hoofd van menig creatieveling spookt. Nils Backes (23) koos zo’n drie jaar geleden voor de ‘veilige optie’, maar zijn creatieve ‘alter ego’ laat het daar niet bij.  Het blijft kriebelen.

Een keurig opgeruimde kamer. Hier en daar een paar persoonlijke polaroids, die een subtiele hint vormen naar wie er woont. Fotoapparatuur ook, “want ik ga nooit weg zonder toestel”. In de hoek een bureau, zo een dat in hoogte versteld kan worden. “Vanochtend heb ik er nog achter staan werken.”  

Talenknobbel

Hij is bijna klaar met zijn studie International Business (IB). Zo’n drie jaar geleden verruilde Nils Backes het Duitse Bonn voor Maastricht. Waarom? Hij wilde in het Engels studeren en “vergeleken met Duitsland is Nederland toch veel meer ontwikkeld op dat gebied.” En kijk, waar bij de meeste Engelssprekende Duitsers hun land van herkomst duidelijk hoorbaar is, valt bij Backes geen accent te bespeuren.  Dat zal vast ook te maken hebben met zijn eerste verre buitenlandervaring, een jaar high school in de Verenigde Staten. Dat smaakte naar meer. En dus wilde Backes na de middelbare school naar Paraguay om daar Engelse les te geven. Helaas gooide covid roet in het eten, het werd het Belgische Gent. “Ik spreek Vlaams,” zegt hij ietwat bescheiden in diezelfde taal, “maar” vervolgt hij wederom in het Engels “het is al wel wat weggezakt, hier in Maastricht schakelt iedereen meteen over naar Engels.” Binnenkort komt er nog een nieuwe taal in zijn repertoire bij. Hij gaat in februari naar Peru voor een semester en volgt nu een cursus Spaans.  

Creatief

In Gent deed hij vrijwilligerswerk in een katholiek gemeenschapshuis.  “Niet dat ik erg gelovig ben, maar ik was er wel mee bezig. Ik maakte foto’s en video’s van de evenementen die zij organiseerden met ‘specials’ als Advent en Pasen. In de kathedraal in Antwerpen, een andere klus, mocht ik zelfs samenwerken met een professioneel bedrijf voor het streamen van de kerkdiensten.” Het was in deze periode dat Backes zijn creatieve alter ego herontdekte. Als klein jongetje kwam die tot leven. “Ik tekende vaak samen met mijn moeder. Ik vond haar tekeningen altijd mooier dan die van mijn vader. Als ik het talent al van iemand heb, zal het wel van haar zijn. Op de middelbare school volgde ik een ‘Leistungskurs’ in kunst, dan doe je het op een hoger niveau.”

Op school was Backes ‘het beste jongetje van de klas.’ Of nou ja, de derde beste. Toen hij klaar was zat hij dan ook “klem tussen zijn creatieve en academische kant.” De wereld lag aan zijn voeten. Hij mocht de kans om aan de universiteit te studeren niet vergooien, vond hij. Van wie ‘mocht’ dat dan niet? “Van mezelf. Mijn ouders maakte het niks uit. Met mijn broer heb ik het ook uitgebreid besproken. Hij vond dat ik vooral moest doen wat ik wilde.” Die broer is zijn tweelingbroer, twee-eiig dus er zijn flinke verschillen, zowel in uiterlijk als in karakter. “Ik haalde hogere cijfers, maar niet omdat ik slimmer ben. Ik werkte er gewoon harder voor. Mijn broer was sneller tevreden.” Des te verrassender dat Backes’ broer nu degene is die “de moeilijkste studie” doet; electrical engineering in Aken. Rivaliteit lijkt er nooit te zijn geweest, integendeel. De broers speelden samen voetbal en later american football. “Hij is daar super goed in,” klinkt het trots.

Wanderlust

Na het creatieve gapyear in Gent was er nog steeds die twijfel over de richting die hij in zou slaan: wel of geen kunst? Bij de hogeschool in Utrecht bekeek hij een gecombineerde kunst- en businessopleiding maar nee, “het creatieve kun je ook als hobby houden” dus het werd toch de universiteit, International Business, in Maastricht. Niet per se omdat dat de grootste intellectuele uitdaging was. Hij geeft toe: het is geen hogere wiskunde wat hij studeert. Met een grijns: "Je kunt er wel flink geld mee verdienen, maar dat is niet de belangrijkste reden hoor.”

Spijt van zijn keuze heeft hij niet, want hij heeft “veel geleerd”, alhoewel sommige onderwerpen “helaas wel oppervlakkig bleven.” De marketingvakken hebben zijn voorkeur, “daar moet je ook creatief voor zijn. En strategische marketing, of de saleskant; daar ben ik goed in.” Ervaring heeft hij inmiddels ook. Tijdens een stage afgelopen zomer in Keulen werkte hij bij de marketing en productontwikkeling-afdeling van een startup die software produceert. Hij hield er een online baantje aan over. Wat hij daar precies doet? De vaktermen vliegen over tafel, user flow design, UI, UX, o jee, hij doet nog een poging tot uitleg maar sorry, de verslaggever gelooft het wel. Backes hoort dat vaker en kan er om lachen.

En na de bachelor? Alweer een tussenjaar. Deze keer ingericht met stages. “Voor ik een master kies - en dat kan overal zijn maar niet in Maastricht, zeg Wenen of Kopenhagen, of wie weet Rotterdam maar dat is een beetje een (te) veilige route na Maastricht - wil ik graag meer businesservaring opdoen bij grotere en kleinere bedrijven. Een stage is nog flexibel, als ik ga werken kan ik niet zo snel meer switchen. Uiteindelijk wil ik business combineren met mijn creatieve kant, bijvoorbeeld in digitale services.”  

Minimaal één van zijn stages zou hij graag in Duitsland doen: zijn ‘wanderlust’ is inmiddels wel gestild. “Vroeger dacht ik dat alles beter was dan Duitsland. Maar als je met vrienden bent kan je je gewoonweg het beste uitdrukken in je moedertaal; dat geldt ook voor de humor. En zo slecht is Duitsland nog niet.” Wel moet hij het vakjargon eerst weer in het Duits leren, want ja, dat kent hij nu alleen in het Engels.