Liesbet Hooghe en Gary Marks
Erepromotor Hylke Dijkstra herinnert zich zijn eerste ‘kennismaking’ met Liesbet Hooghe en Gary Marks nog goed. Dat was 20 jaar geleden en de huidige hoogleraar aan de faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen (FASoS) had net zijn bachelorscriptie over Europese integratie ingeleverd bij prof. Sophie Vanhoonacker. “Zij zei: ‘Mooi, maar het kan theoretisch nog sterker.’” In de universiteitsbibliotheek – “dit was de tijd vóór zoekmachines als Google Scholar” – stuitte hij op een artikel van het duo uit 1996. “Ik zie nog voor me waar het stond.”
Dat artikel raakte aan de kern van het werk van Marks en Hooghe, vertelt hij: “Het bestuderen van de Europese integratie, het gezag van staten en hoe beslissingsbevoegdheden steeds meer elders komen te liggen: hoger – op Europees en internationaal vlak – of lager, bij regio’s en steden. Want efficiënt besturen doe je op verschillende niveaus: klimaatverandering pak je internationaal aan, sneeuwruimen in de stad laat je beter aan de gemeente over.”
Liesbet Hooghe en Gary Marks
Foto: Arjan Bronkhorst
Ze muntten er de term multilevel governance voor, ‘besturen op verschillende niveaus’. En ze wezen op een potentieel probleem: “Namelijk dat er een conflict kan bestaan tussen het niveau waarop je het efficiëntst kunt besturen en de gehechtheid van een gemeenschap aan zelfbestuur. Mensen vinden het ook belangrijk wie er over hen beslist. Daar komen vragen over identiteit bij kijken. Nederlanders identificeren zich bijvoorbeeld meer met nationale politici in Den Haag dan met Europese in Brussel. Met hun theorie liepen Liesbet en Gary destijds mijlenver voor op de rest van het veld.”
Dat laatste geldt ook voor hun werk over het Verdrag van Maastricht, dat in 1992 gesloten werd en de Europese eenwording een boost gaf. “Voor die tijd was Europa vooral een zaak van diplomaten en ambtenaren, daarna werd het ook een zaak van de nationale politiek in lidstaten. Liesbet en Gary beschreven in 2009 hoe die politisering een rem op Europese integratie heeft gezet.” Dat klinkt anno 2024 bijna als het intrappen van een open deur, “maar zij publiceerden hierover vóór de grote golf van euroscepsis en vóór de Brexit. Zij waren eerder dan de rest”.
Hooghe en Marks ontvangen het eredoctoraat vrijdag gezamenlijk. Ook dat is speciaal, vindt Dijkstra, die het uitreikt met Vanhoonacker: “Liesbet en Gary publiceren al 30 jaar bijna uitsluitend samen: hun werk is team science avant la lettre.”
Christian Leuz
Het Maastrichtse eredoctoraat voor Christian Leuz is een primeur, merkt hoogleraar Accounting en erepromotor Ann Vanstraelen op. Ze zegt het niet hardop, maar tussen de regels door klinkt wat verbazing over het feit dat de UM pas de eerste universiteit is die de Duitse econoom die eer toekent. “Baanbrekend, theoretisch en methodologisch sterk en innovatief”, vindt ze zijn werk – én daarbij ook nog “heel relevant: de impact ervan overstijgt zijn vakgebied en de academische wereld. Hij beïnvloedt beleidsmakers, adviseerde in de VS bijvoorbeeld financieel toezichthouder PCAOB en hier in Europa het Europees Parlement”.
Christian Leuz
Foto: University of Chicago - Anne Ryan
Leuz’ werk draait om de economische effecten van regels en de rol van transparantie: schieten we er iets mee op als we bedrijven verplichten open te zijn over wat ze doen? In bepaalde omstandigheden wel, toonde Leuz aan. “De Europese Unie voerde in 2005 betere, meer uniforme standaarden voor financiële verslaggeving in”, zegt Vanstraelen. “Christian toonde aan dat dat alleen werkt in landen waar regels ook gehandhaafd worden en bedrijven prikkels hebben om zich eraan te houden.”
Dat mag technisch klinken, de gevolgen zijn heel concreet. Vanstraelen wijst op het debat in de Verenigde Staten over fracking, een milieubelastende manier om olie en gas uit gesteente te winnen. “Christian heeft de schadelijke verhogingen van zouten in het water in kaart gebracht, en publiceerde er in 2021 over in het natuurwetenschappelijke tijdschrift Science. De Amerikaanse overheid wilde het niet verbieden, maar vroeg zich wel af of verplichte disclosure – transparantie over het proces en de gebruikte chemicaliën – de impact op het milieu kan helpen verminderen. Christian stelde in een vervolgstudie vast dat dat inderdaad het geval is: bedrijven hielden meer rekening met het milieu naarmate ze meer publieke druk voelden.”
Christian Leuz geeft vrijdag om 10.00 uur bij de School of Business and Economics de lezing 'Transparency as a policy tool: Does it work for societal and environmental problems?'. Deze is na aanmelding vrij toegankelijk.