Verwarring rond titel vice-decaan en een proefschrift-dans

Verwarring rond titel vice-decaan en een proefschrift-dans

Kort nieuws uit Maastricht of elders in het land

02-02-2024 · Splinters

Wie doet wat?

Decaan, vice-decaan, ‘formele’ vice-decaan, universiteitsdecaan, studentendecaan (in het Engels wordt het allemaal ‘dean’, de UM is tenslotte toch nog steeds tweetalig). Het zijn functies aan deze universiteit, maar wie doet nu precies wat? Het zorgt op de redactie zo nu en dan voor fronsende wenkbrauwen.
Aanleiding deze keer is de vacature bij de faculteit Science and Engineering (FSE) voor een vice-decaan (als u interesse heeft, kunt u nog tot 29 februari solliciteren). Normaal gesproken zijn de vice-decanen de bestuurders die onderwijs of onderzoek in hun portefeuille hebben.
Dus vandaar de vrij logische vraag aan het FSE-bestuur: Zoeken jullie een opvolger voor de portefeuillehouder onderwijs? Nee, luidt het antwoord, “er komt een formele vice-decaan bij”. En die gaat zich vooral richten op het domein van de engineering. Een uitbreiding van het bestuur. Oké, FSE-decaan Thomas Cleij zit straks dus met de formele vice-decaan, drie ‘gewone’ vice-decanen onderwijs, onderzoek en internationalisering én de directeur om tafel.
Maar we maken het nog verwarrender. Afgelopen week noemde een hoogleraar zichzelf universiteitsdecaan (en nee, hij is niet de baas van een faculteit). En dan hebben we nog de studentendecanen binnen het studentenservicecentrum en de deans van de University Colleges in Maastricht en Venlo. Die laatsten worden sinds kort programmadirecteuren genoemd. Dat is gelukkig weer een ‘dean’ minder.

 

Proefschriftdans

Illustratie: Simone Golob

Hoe ziet het eruit als de vraag ‘Waar gaat je proefschrift over?’ niet wordt beantwoord met een ingewikkeld verhaal maar een dans? Dat vraagt vaktijdschrift Science zich al zestien jaar af tijdens de jaarlijkse Dance Your PhD-competitie die het blad organiseert. De Utrechtse sociaal wetenschapper Kim Stienstra doet dit jaar een gooi naar de titel, meldt onafhankelijk nieuwsplatform DUB.

Stienstra promoveerde half januari, ze keek wat de invloed van de klas is op leerlingen met een achterstand. Een goede leerkracht en een fijne sfeer in de klas hebben bijvoorbeeld een positief effect op de schoolprestaties, vooral bij kinderen van laagopgeleide ouders. Hoe dat er in dans uitziet? In de video die Stienstra instuurde, zien we haar en andere dansers van haar groep LOF Dance Crew op elkaar steunen en elkaar omhoog helpen als een van hen op de grond ligt.

Maastrichtse promovendi hebben voor zover bij Observant bekend nog nooit hun proefschrift op dans proberen te zetten, maar in Utrecht heeft Stienstra niet de primeur. In 2019 deed dierenarts Nikae te Moller al mee aan Dance Your PhD en in 2010 won neurowetenschapper Maartje de Jong zelfs in de categorie ‘biologie’.

 

Hanenpoten te goed leesbaar

Een Leidse rechtenstudent vindt zijn eigen handschrift zó slecht dat hij per se zijn tentamens op een laptop wil maken, meldt het Hoger Onderwijs Persbureau. Hij heeft zijn zaak al aan de examencommissie, het college van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden en nu zelfs de Raad van State voorgelegd, maar overal vangt hij bot.

De student beweert dat netjes schrijven hem zoveel stress en tijd kost dat hij tentamens niet goed kan maken. Maar dat hij daardoor lagere cijfers haalt, kan hij volgens de Raad van State niet aantonen. Ook ziet die geen verband tussen zijn hanenpoten en het feit dat hij naar eigen zeggen “uit een niet-academisch milieu en een minder welgesteld gezin” komt.

De examencommissie vraagt zich zelfs af of het wel zulke erge hanenpoten zijn. Op een oud tentamen zag de commissie “geen opmerkingen van correctoren waaruit blijkt dat antwoorden onleesbaar waren”. “Het handschrift is niet onleesbaarder dan dat van de gemiddelde student”, voegde het college van beroep daar aan toe.

De Raad van State is het hoogste orgaan waar een student een klacht kan voorleggen, de rechtenstudent zal dus pen en papier moeten blijven gebruiken tijdens zijn tentamens.

Met bijdragen van Wendy Degens en Cleo Freriks