Met een map en een schriftje vol aantekeningen zitten de tieners klaar. Waarom ze meedoen? “Ik wil proeven hoe het is om op de universiteit te zijn”, zegt één van hen. De derde bijeenkomst alweer, nog zeven te gaan, met steeds een andere invalshoek bij hetzelfde thema: ‘Oorlog en Geweld.’ Vandaag doceert Kai Karos van de faculteit psychologie en neurowetenschap over ‘Psychology of Evil’. Bestaan er slechte mensen, vraagt hij. Hij telt de handen die aarzelend de lucht in gaan. “Oké, fiftyfifty.”
Na een uur pakken de scholieren hun spullen. Tijd voor een onderwijsgroep. In groepen van acht of negen samen met twee studenttutoren. “Die zijn van allerlei faculteiten om zoveel mogelijk kleur van de universiteit te laten zien” vertelt professor Bert Smeets, kartrekker van het programma. Maar hoe bereiken ze de leerlingen? “Onze mentor kwam met het idee” zegt een Heerlense scholier desgevraagd. Op het Porta Mosana college in Maastricht werd een mail rondgestuurd. Wie wilde, kon een motivatiebrief sturen. Bij Nederlanders blijft het niet; ook Aken is vertegenwoordigd.
Dat de scholieren ambitieus zijn, staat buiten kijf. Ze zijn zichtbaar goed voorbereid: de presentaties rollen in vloeiend Engels van de tong. En op de vraag of probleemgestuurd onderwijs ze bevalt, gaan negen handen enthousiast de lucht in. Willen ze dus over een paar jaar naar de UM? De meerderheid zegt van wel. Voor een enkeling zal het nog even duren: “Ik ben helaas blijven zitten.”