“Als dokter help je een paar patiënten per dag, als onderzoeker kan de hele wereld profiteren van je bevindingen”

“Als dokter help je een paar patiënten per dag, als onderzoeker kan de hele wereld profiteren van je bevindingen”

Syrische neurochirurg kon in Nederland niet door in zijn vak, onlangs promoveerde hij aan de UM

19-02-2024 · Achtergrond

“Het was mooi geweest als ik de kans had gekregen om mijn vak uit te oefenen. Zet me onder supervisie, kijk wat ik kan en beoordeel dan of ik voldoe of niet. Maar dat kon niet. Ik vind het een verspilling van geld en van talent.” Mohamed Kassem was neurochirurg toen hij Syrië in 2012 ontvluchtte, maar eenmaal in Nederland kon hij niet door in zijn vak. Nu is hij postdoc-onderzoeker bij CARIM.

Hij is nu tien jaar in ons land en onderzoek is zijn nieuwe passie, verklaart Mohamed Kassem opgewekt in het Nederlands. Net als onderwijs. Afgelopen december promoveerde hij op 45-jarige leeftijd aan de Universiteit Maastricht op een onderzoek naar voorspellers van het risico op een (terugkerend) herseninfarct. Inmiddels is hij alweer bijna een jaar postdoc-onderzoeker, verbonden aan CARIM, het UM-onderzoeksinstituut voor hart- en vaatziekten.

Brandweer

“Vraag aan een kind in het Midden-Oosten wat hij of zij wil worden en het antwoord is dokter of ingenieur. Hier in Nederland willen kinderen bij de brandweer of de politie. Maar die beroepsgroepen hebben in Syrië een slechte naam, daar zwaai je niet naar een agent, iets wat ik mijn vijfjarige zoon hier in Maastricht wel leer.” Maar goed: hij wilde dokter worden en maakte zijn kinderdroom waar. Eenmaal neurochirurg ging hij in 2011 de straat op. “Het was het begin van de Arabische Lente. Jonge mensen demonstreerden en eisten democratie, vrijheid, een meerpartijenstelsel, scheiding van staat en religie. We waren tegen Assad en wilden dat hij vertrok. Vijftig, zestig jaar geleden, vóór de familie Assad aan de macht kwam, was Syrië een liberaal land, met een parlement waarin ook vrouwen zaten.”

Het waren vreedzame demonstraties die uiteindelijk werden neergeslagen door het regime; iedereen kent de beelden nog wel. “Het leger schoot op de demonstranten, er waren hevige bombardementen op steden als Aleppo en Homs.” Het conflict mondde uiteindelijk uit in een burgeroorlog met een humanitaire crisis als gevolg: honderdduizenden doden, miljoenen vluchtelingen.

In die tijd kreeg Kassem een oproep voor militaire dienst. “Ik wilde niet in dienst, dan zou ik mijn eigen mensen moeten doden. Ik vluchtte om politieke redenen én omdat op dienstweigeren de doodstraf staat.” Hij kwam terecht in Turkije waar hij een tijd werkte als medisch coördinator bij het Rode Kruis. Toen het Syrische regime daar lucht van kreeg werden uit wraak en om hem onder druk te zetten zijn broer en zijn beste vriend gearresteerd. De eerste overleefde het en kwam na een jaar en heel wat losgeld vrij, zijn beste vriend overleed aan verwondingen, veroorzaakt door marteling.

Vluchten per boot

“Ik bracht met mijn werk in Turkije mijn familie en vrienden in gevaar. Ik nam ontslag en besloot naar Europa te gaan. Een gevaarlijke expeditie, maar ik had weinig keus. Het was sterven of de start van een nieuw leven.” Hij stapte op de boot samen met zijn vrouw die apotheker was in Syrië. Zij ontvluchtte het land nadat zij op een avond van een vriend hoorde dat de politie haar die nacht zou komen oppakken. “Zij stond te boek als activiste, ze heeft in de chaos van haar vertrek bijna alles achter moeten laten, ook haar diploma dat ze in Oekraïne heeft behaald.”

Het was zijn vrouw die, eenmaal op het vasteland van Europa, naar Nederland wilde. “Ikzelf wilde naar Duitsland, daar zou ik meer kansen hebben als neurochirurg, maar zij had veel over Nederland gelezen: over mensenrechten, over gelijkheid tussen man en vrouw.”

Ze trokken in 2014 van AZC naar AZC (in totaal acht) tot ze in 2015 hun verblijfsvergunning kregen en aan hun inburgeringstraject konden beginnen. “Ik heb hard gestudeerd, wilde snel de taal leren om aan het werk te gaan.”

Hij was er inmiddels achter dat een carrière als neurochirurg moeilijk tot onmogelijk zou zijn. Niet alleen had hij door zijn vlucht al jaren zijn vak niet uitgeoefend, daarnaast zijn de Nederlandse regels zijn streng. Om een BIG-registratie te krijgen, noodzakelijk om het beroep van arts maar bijvoorbeeld ook apotheker uit te oefenen, zijn onder andere goede kennis van de Nederlandse taal en een erkend diploma nodig. Hoewel de literatuur in zijn opleidingen in Syrië dezelfde is als die in Nederland, aldus Kassem, zou hij in het BIG-register worden opgenomen als basisarts en niet als neurochirurg. De opleiding tot specialist zou hij over moeten doen. Weer zes jaar, daar had hij geen zin in. “Ik heb achttien jaar in Syrië gestudeerd, zes jaar middelbare school, zes jaar basisarts, zes jaar neurochirurgie, dat kost de maatschappij bij elkaar al snel een half miljoen euro. Het was mooi geweest als ik de kans had gekregen om mijn vak uit te oefenen. Zet me onder supervisie, kijk wat ik kan en beoordeel dan of ik voldoe of niet. Maar dat kon niet: een verspilling van geld en van talent, helemaal voor een land dat kampt met een tekort aan medisch personeel.”

Niet bij de pakken neerzitten

Lang bleef hij niet bij de pakken neer zitten. Hij schreef zich in voor de onderzoeksmaster biomedische wetenschappen en dat bleek een gouden greep. In 2019 studeerde hij af en stoomde meteen door naar een promotieonderzoek dat hij afgelopen december afrondde.”Waarom vind ik wetenschappelijk onderzoek zo boeiend? Als dokter kun je een paar patiënten per dag helpen, als onderzoeker kan de hele wereld profiteren van je bevindingen.”

Zo hoopt hij dat de resultaten uit zijn proefschrift Intraplaque Hemorrhage on carotid MRI in stroke patients: on the Road Towards Clinical Application hun weg vinden naar de kliniek. Hij onderzocht de samenstelling van de zogenoemde plaques - deeltjes die vastkleven in de halsslagader en zo vernauwingen veroorzaken (aderverkalking). Als zo’n plaque losscheurt kan er een bloedstolsel ontstaan dat verderop in de hersenen voor een infarct of TIA zorgt. Waarom is de ene plaque een risico en de ander niet? Geduldig legt hij uit:  “Denk aan twee appels, ze hebben dezelfde grootte en dezelfde kleur. Je mag er eentje opeten, de ander moet je bewaren. Hoe weten we nu welke appel het eerste gaat rotten en dus het eerste opgegeten moet worden? Dat kun je niet aan de buitenkant zien. Via geavanceerde MRI-methoden gaan we kijken naar specifieke kenmerken in de appel die rotting veroorzaken. Hetzelfde geldt voor plaques die je aantreft in de halsslagader. Je zoekt naar miniscule kenmerken die een bloeding in een plaque en daarmee een bloedstolsel en vervolgens een TIA of een herseninfarct kunnen veroorzaken. Plaques die sneller scheuren geven meer risico; die patiënten zijn gebaat bij een operatie aan de halsslagader. Bij anderen hoeft dat juist weer niet.”

Toekomst

Nadenkend over de toekomst: “Ik wil me inzetten voor het land dat mij en mijn gezin veiligheid bracht en me de kans gaf om te studeren. Ik wil onderzoek doen waar de mensen in Nederland in medisch opzicht van profiteren. En ik hoop dat mijn zoon en dochter trots op ons zijn en blij zijn met het leven dat mijn vrouw en ik hier opbouwen.”

Nederland erkent alleen automatisch diploma’s die binnen Europa zijn uitgereikt

“In Nederland willen we garanderen dat de arts die aan je bed verschijnt, gekwalificeerd is. Wij erkennen daarom alleen specialistendiploma’s die zijn uitgereikt in de Europese Unie, Noorwegen, IJsland, Liechenstein en Zwitserland. Een longarts uit Griekenland kan hier aan het werk, mits hij onder andere de taaltoets haalt én de duur van zijn opleiding voldoet aan het Europese minimum. Is de EU-eis vier jaar en duurt de Griekse opleiding maar drie jaar, dan wordt dit diploma niet automatisch erkend.” 

Aan het woord is prof. Frank Smeenk, hoogleraar kwaliteitsbevordering medische vervolgopleidingen aan de Universiteit Maastricht, acht jaar lang bestuurslid en vicevoorzitter van het College Geneeskundige Specialismen van de KNMG, en oud-longarts in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. De vraag was: waarom is het voor vluchtelingen zoals Mohamed Kassem zo moeilijk om hier hun medisch beroep uit te oefenen? “We weten niet hoe de opleiding tot neurchirurg er in Syrië uitziet. Moet de arts in opleiding hetzelfde aantal operaties uitvoeren? Wat is de moeilijkheidsgraad van die operaties? Daar hebben we geen kijk op. Vanuit de boeken leer je het vak niet. Daarom erkennen we niet automatisch diploma’s van buiten de Europese Economische Ruimte (EER). Deze collega’s kunnen wel een aanvraag doen tot inschrijving in het specialistenregister. De RGS (Registratiecommissie Geneeskundig Specialismen) beoordeelt in hoeverre de opleiding en werkervaring voldoen aan onze eisen. Eventueel kan de RGS om aanvullende scholing vragen.”

Appeltje-eitje

Ook voor Europeanen is het niet altijd appeltje-eitje. “In Leiden wilde men een tijd geleden iemand tot hoogleraar en hoofd van de afdeling longziekten benoemen. Het ging om een Duitser die was opgeleid tot internist en zich daarna verdiept had in de longziekten. In Duitsland kenden ze toen nog geen specialisatie tot longarts. Wij konden hem volgens de regels - hij was in Duitsland niet erkend als longarts maar als internist - hier niet  inschrijven als longarts en dus kon hij ook geen opleider worden terwijl hij toch goed functioneerde als ‘longarts’. Toen is gezegd: volg een beoordelingsstage van zes maanden onder supervisie van een collega-opleider in Amsterdam. Sluit je die goed af - daar hadden we alle vertrouwen in - dan kunnen we je daarna erkennen. Soms kun je er een mouw aan passen, maar iedereen moet uiteindelijk aan de eindtermen van de opleiding voldoen.”

Registratie als arts

Hij stipt nog een ander punt aan waar vluchtelingen, ook Kassem, vaak mee te maken hebben. Voordat een buitenlandse arts in het specialistenregister komt, moet hij eerst, net als zijn Nederlandse collega’s, in het BIG-register opgenomen zijn. “Als ik vijf jaar niet als longarts heb gewerkt, raak ik mijn registratie als arts en BIG-registratie kwijt, dat geldt voor alle artsen, ook voor de basisartsen. Ons vak evolueert zo snel dat na tien jaar de helft van de kennis is verouderd. Alles is erop gericht dat de dokter aan bed een competente arts is. Is een vluchteling twee jaar uit het vak, maar kan hij wel zijn papieren overleggen, dan is het aan de RGS om te kijken of er nog bijscholing nodig is.”

Auteur: Riki Janssen

Foto: archief CARIM/UM

Categoriëen: Mensen
Tags: vluchteling,syrië,carim,promotie,mohamed kassem

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.