“Toen ik naar bed ging was het een doodnormale woensdagavond, toen ik om 4 uur ’s nachts wakker werd hoorde ik vlakbij de bommen neerkomen”, herinnert de nu 23-jarige Ochihava zich de nacht van de Russische inval. Vanaf het balkon van haar ouderlijk huis aan de rand van Kyiv kon ze alles zien. “De lichtflitsen, de mensen die in paniek over straat renden. Het kwam totaal onverwacht. Ik was in shock. Gelukkig hielpen mijn ouders me om rustig te blijven. Zij hadden ervaring met een situatie als deze: begin jaren ’90 zijn ze zelf na heftige bombardementen uit Georgië gevlucht.”
Uiteindelijk bleven de drie nog een maand in hun huis, voordat ze per auto naar Polen vluchtten. “We wilden eerst niet vertrekken, hadden nog de hoop dat de oorlog snel voorbij zou zijn. Zeker voor mijn ouders was het heel zwaar om – na er dertig jaar gewoond te hebben – voor een tweede keer uit een land te moeten vluchten.”
Ook in Chernihiv, 150 kilometer ten noorden van Kyiv, was de keuze om te vertrekken niet makkelijk, vertelt de nu 19-jarige Tovstolis. “Mijn vader dacht dat de NAVO snel te hulp zou schieten, maar ik was zelf minder optimistisch. De geschiedenis toont dat oorlogen vaak veel langer duren dan een paar weken.” Toch bleef ook Tovstolis nog bijna een maand in de stad, die in de tussentijd grotendeels omsingeld was door Russische troepen. “Met bommen verwoestten ze geleidelijk de stad en zijn infrastructuur. Er kwam geen water en gas meer uit de leidingen, terwijl het buiten soms min 20 graden was. We zaten met een elektrische kachel in de schuilkelder van de buren. Als de honden begonnen te blaffen, wist je: er komt een straaljager met bommen aan. De dood kwam steeds dichterbij.”
Vluchten was niet vanzelfsprekend. “De Russen schoten op alle voertuigen die de stad verlieten, ook die van burgers. Uiteindelijk zijn we met mensen die de omgeving goed kenden per auto via modderpaadjes en landweggetjes gevlucht. We hebben veel geluk gehad dat we de hoofdstad levend bereikt hebben.” Vanuit Kyiv reisde Tovstolis per trein naar Polen. Omdat hij nog geen 18 was mocht hij het land verlaten.
"Komt goed"
Na een kort verblijf in Polen kwamen zowel Ochihava als Tovstolis in het hun onbekende Maastricht terecht. “We kregen de kans om naar Nederland te komen en dachten ‘Waarom niet?’”, zegt Ochihava. “Het is een liberaal en vrij land, waarin iedereen gelijke kansen heeft. En dat ervaar ik nu, na twee jaar, nog steeds zo. Ik voel me hier veilig. Alleen die taal…”, klinkt het lachend. “Ik wil graag Nederlands leren, het is simpelweg respectloos om dat niet te doen. Ook al is het niet makkelijk.” Gevolgd door een zinnetje Nederlands: “Maar het komt goed.”
Bovendien herbergde Maastricht nog een verrassing voor Ochihava: een universiteit, uitgerekend met een rechtenfaculteit. “Op een zonnige dag liep ik door de stad en zag ik opeens het bordje van de faculteit. ‘Net wat ik nodig heb’, dacht ik. In Oekraïne wilde ik graag nog een master doen in mijn vakgebied, en dat bleek hier ook te kunnen.” Maar wederom vormde taal een obstakel: haar Engels bleek niet goed genoeg. Een jaar lang spijkerde ze zelfstandig haar taalvaardigheid bij. Tegelijkertijd werkte ze bij McDonalds. “Eerst dacht ik: wat doe ik hier in godsnaam. Maar werk is werk. En ik had veel internationals als collega: een goede manier om mijn Engels te verbeteren.”
Na acht pogingen haalde ze afgelopen augustus de taaltoets die nodig was voor inschrijving aan de UM. “Een enorme opluchting.” Sindsdien volgt ze een premaster, komend collegejaar hoopt ze te beginnen aan de master Forensics, Criminology and Law. “Het is lastig, mede dankzij de taal en een gebrek aan achtergrondkennis. Waar andere studenten twee uur over iets doen, doe ik er vijf uur over. Maar ik ben heel gemotiveerd. En dankbaar voor de goede begeleiding en het feit dat de UM ons korting geeft op het collegegeld (Oekraïense studenten betalen hetzelfde tarief als Nederlandse studenten in plaats van het vele hogere instellingstarief voor niet-EU-burgers, red.). Anders had ik dit nu niet kunnen doen.”
Gevecht om Europa
Ook Tovstolis studeert sinds dit collegejaar aan de UM: de bachelor Computer Science aan de Faculty of Science and Engineering (FSE). “Redelijk vergelijkbaar met mijn studie in Oekraïne. Die ben ik hier in Nederland nog anderhalf jaar online blijven volgen. Maar dat is toch anders. Ik wilde graag weer ‘echt’ studeren.” Daar heeft hij tot nu toe nog geen spijt van. “Ik heb veel nieuwe vrienden gemaakt.”
Praat hij met hen ook over de situatie in Oekraïne? “Mijn studiegenoten weten wel dat er een oorlog is, maar meestal niet wat er zich precies afspeelt in mijn land. In het nieuws hoor je vaak alleen statistieken met de aantallen doden, maar niet het leed dat erachter schuilgaat. Bovendien merk ik dat sommige Nederlanders zich niet echt lijken te realiseren dat dit een gevecht om Europa is. Het zou goed zijn als er meer bewustzijn was. Zouden mensen dan bijvoorbeeld nog steeds op dezelfde partijen stemmen?”
Genieten van een wolk
Hoe zien Ochihava en Tovstolis hun eigen toekomst voor zich? Geen idee, klinkt het. Beiden maken sinds de Russische inval geen toekomstplannen meer, want alles kan toch in een oogwenk veranderen. Verder dan het afmaken van de studie hebben ze nog niet gedacht. Willen ze wel weer terug naar Oekraïne? “Dat is een lastige vraag”, zegt Ochihava. “Van de ene kant wil ik graag terug, maar ik begin het hier ook leuk te vinden. Ik woon hier nu al twee jaar, je integreert steeds beter.” Bovendien wil ze na haar master graag aan de slag gaan in de criminologie. En laat het Internationaal Strafhof zich nu net in Nederland bevinden. “Dat zou een geweldige plek zijn om te werken. Meewerken in een zaak rondom de Russische inval van Oekraïne? Heel graag!”
Ook Tovstolis wil voorlopig nog in Nederland blijven. “Deze oorlog zal niet snel afgelopen zijn. Als ik op afstand, vanuit Nederland, mijn land kan helpen met de skills die ik tijdens mijn opleiding heb geleerd, dat zou ik dat later best willen doen. Maar voor nu wil ik gewoon een standaard leven leiden, zonder dat ik hoef te vrezen voor dood en terreur.”
De belangrijkste les die hij heeft geleerd door de oorlog: “Hoe oneindig waardevol het leven is. Dat heeft me echt veranderd als persoon. Ik lig niet meer wakker van problemen die vroeger heel belangrijk leken, zoals een slecht punt voor een toets. Maar ik waardeer wel de kleine dingen in het leven veel meer. Hoe de wolken eruitzien, hoe eten smaakt: daar kan ik nu echt van genieten.”