Nog net voor carnaval was een drietal UM-bestuurders, twee decanen en de voorzitter van het college van bestuur, op onze computerschermen te zien om in het kader van Ask me Anything online vragen over het Haagse gekrakeel rond internationalisering en verengelsing van het hoger onderwijs te beantwoorden. En ze hadden nieuws: de UM gaat weer meer Nederlandse studenten werven, en er komen ook meer Nederlandstalige bachelors.
Tegen het einde van de sessie klonk er nog een aardig idee: misschien zouden de Open Dagen wat minder dominant Engels opgezet kunnen worden? En idem dito wat betreft de UM-website?
Mijn broek zakte af. Wie heeft ooit bedacht dat een Open Dag maar beter in het Engels kon? Heeft echt nooit iemand toen óók bedacht dat dit het recept zou zijn om Nederlandse/Limburgse scholieren die nog helemaal niet weten wat ze willen, meteen weer weg te jagen? Zeker als ze met hun ouders komen, die allicht geen boodschap hebben aan ‘good morning, would you like a piece of vlaai?’
Doctrine
Ik vrees dat het antwoord is dat niemand er echt bij heeft stilgestaan. En dat aan deze universiteit al heel lang niemand nog bij dit soort vragen stilstaat.
Want, ja, zoiets gebeurt sluipend. Internationalisering was eerst, in de jaren negentig, een overlevingsstrategie, werd toen een overtuiging en vervolgens een wezenskenmerk en misschien wel een ideologie. Of erger, een doctrine. Met mooie uitgangspunten, daar niet van: studenten opleiden voor een internationale, zo niet globale arbeidsmarkt. In de international classroom. Niets mis mee.
Maar wacht, waren we niet een beetje aan het doordraven? Want ooit is bedacht, en het staat zelfs in de wet, dat universiteiten een rol hebben in het gebruik en behoud van het Nederlands in het academische verkeer. Dat vond men hier in Maastricht dus niet zo’n relevante opdracht. Nederlandse studenten kwamen er toch al steeds minder, de regio leverde te weinig nieuwe aanwas (daar moet je het dan van hebben) en het buitenland des te meer, zeker toen er speciaal op buitenlanders gerichte programma’s werden bedacht. En toen daarna alle creativiteit en denkkracht hoofdzakelijk werden ingezet op nòg meer Engelstalige programma’s. Voor nòg meer internationals, nu al bijna driekwart (!) van de instroom.
Uit beeld
En zo verdween hier het Nederlands meer en meer uit beeld. En niemand die het erg vond, kennelijk.
Wat voorbeelden, groot en klein.
--Bij de faculteit Cultuur- en Maatschappijwetenschappen (CMW) vroeg nog niet zo heel lang geleden een hoogleraar - een die zelfs de geboorte van de toen geheel Nederlandstalige faculteit nog had meegemaakt -, wat CMW ook alweer betekende. Ze heetten toch Fasos? Faculty of Arts and Social Sciences?
Bij diezelfde faculteit liep tot zo’n jaar of tien geleden een interessante opleiding, cultuur- en wetenschapsstudies, in het Nederlands dus, waarvan de laatste studenten ons lieten weten dat het volgen daarvan langzamerhand actief ontmoedigd werd. Daarna is die Nederlandse versie de facto opgeheven.
--De universiteitsraad ging over op het Engels. Maar ooit was afgesproken dat we een tweetalige uni zijn en dus, zo werd besloten, mocht iedereen in de raad ook Nederlands gebruiken. Dat was prettig vooral voor leden van het ondersteunend personeel die in hun werk dat Engels niet per se nodig hadden. Maar ja, als je vervolgens in de U-raad iets in het Nederlands zei wist iedereen dat je het sukkeltje van de klas was omdat alle anderen wèl Engels spraken. En dus zei je maar weinig en als je het niet kon laten, koos je toch voor Engels en hield je het vooral kort. En hoeveel mensen hebben zich maar helemaal niet meer kandidaat gesteld voor de raad omdat ze tegen dat Engels opzagen? En wie zijn daardoor niet-vertegenwoordigd gebleven?
--Een Nederlandse student bedrijfskunde schreef een in abominabel Nederlands gesteld briefje aan Observant, werd vriendelijk daarop aangesproken en antwoordde met een brede glimlach: “Ach joh, wat kan mij het schelen, ik heb dat helemaal niet nodig, ik studeer toch in het Engels.”
Of neem buitenlandse stafleden die hier al jaren wonen, soms wel twintig jaar, en nog steeds nauwelijks Nederlands spreken. Ze voel(d)en de noodzaak niet en erger, ze werden er ook nooit op gewezen.
--En we moesten ook zo nodig een Engelse naam. Want tja, het Nederlandse woord universiteit wordt natuurlijk echt nergens ter wereld begrepen. Universiteit Maastricht, huh? Daarom: Maastricht University, ook in Nederlandstalige teksten. En dat kwam dan ook op de universitaire gevels, die, zoals bekend, nog steeds binnen onze landsgrenzen staan. Vanaf de A2 gezien hebben ze het, als er dan per se ook iets Engels op moest, in Randwyck nog aardig opgelost: Universiteit-Maastricht-University. Op Tapijn lezen we alleen nog maar Engels op de pui. Op het FSE-pand idem dito. Bij rechten staat Law op de deur. En ga je sporten, dan zie je bordjes naar UM-Sports. Met een extra s. Faculteiten hebben alleen nog maar Engelse namen.
--UM-breed zijn niet alleen buitenlandse docenten maar ook buitenlandse ambtenaren binnengehaald. Zeker ook op de Berg. Geen probleem. Of toch wel? Want dan zie je beleidsnota’s die overduidelijk in het Engels zijn geschreven en vervolgens naar het Nederlands vertaald, als men dat al nodig vindt. Zo verscheen er ooit een Strategisch Programma dat hèt officiële document van deze instelling is, dat opgestuurd wordt naar het ministerie in Den Haag en de provincie en de gemeente en naar iedereen die er belangstelling voor heeft. En ja, de Nederlandse versie stond vol met tenenkrommende anglicismen.
Minachting
Is het minachting voor onze taal? Het idee dat we maar een klein landje met een klein taaltje zijn en dat we dus niet zo moeilijk moeten doen? Of is het gewoon onachtzaamheid, laksheid?
Hoe dan ook, dat ze in Den Haag nu zoveel stampei maken (toegegeven, ook vaak overdreven), komt niet uit de lucht vallen. We hebben het ernaar gemaakt. Heel erg uitgestraald dat dat taaltje van ons niet zo belangrijk was. We zijn immers een ‘internationale Europese universiteit’, zoals UM-bestuurders niet moe worden te benadrukken. Is het dan gek dat buitenlandse studenten en buitenlandse staf hier komen en verwachten dat alles, maar dan ook àlles, zich in het Engels afspeelt?
Goed, nu keert dan de wal het schip.
Tip: waarom niet terug naar fifty-fifty, qua studenten? Dat voelt een stuk evenwichtiger dan de jongste cijfers. En dan ook die - louter met de mond beleden - tweetaligheid eindelijk eens serieus nemen.