De kandidaatstelling is zo goed als rond, de verkiezingscampagne voor studentleden van de universiteitsraad en de faculteitsraden kan beginnen. Maar wat levert zo’n zetel eigenlijk op? Dat verschilt van raad tot raad.
Riantste regeling
Het riantst is de regeling van de universiteitsraad. Studentleden krijgen daar een standaardvergoeding gebaseerd op 20 procent van het salaris van een vierdejaars student-assistent (30 procent voor een lid van het presidium, het dagelijks bestuur van de raad): 662 euro per maand (993 voor presidiumleden). Daarnaast kunnen ze bestuursmaanden aanvragen, ter compensatie van mogelijke studievertraging door het raadswerk. Een ‘gewoon’ raadslid krijgt er maximaal vier, die bij elkaar 1382 euro waard zijn, een lid van het presidium maximaal vijf, wat neerkomt op 1727,50 euro. Tellen we ook de 320 euro onkostenvergoeding mee die álle raadsleden krijgen, dan kan een ‘gewoon’ studentlid van de U-raad maximaal rond de 9600 euro per jaar tegemoetzien; een lid van het presidium maximaal bijna 14 duizend euro.
De faculteitsraden
Studenten die een zetel in een faculteitsraad bemachtigen, moeten het met minder doen. Hoewel er een algemene regel is (5 procent van het salaris van een vierdejaars student-assistent, zo’n 150 euro per maand), verschilt het bedrag per faculteit. Rechten houdt zich keurig aan die regeling, terwijl ze er bij de School of Business and Economics licht van af lijken te wijken: economiestudenten ontvangen jaarlijks 1322 euro voor hun raadswerk. Dat is exclusief de 185 euro onkostenvergoeding waar álle f-raadsleden jaarlijks recht op hebben. Overigens kon niet elke faculteit voor het ter perse gaan van deze krant bedragen overleggen.