Stan Laaper kwam in aanraking met de Nationale Reserve nadat hij begin 2022 had gegoogeld op de Koninklijke Militaire Academie, de Nederlandse officiersopleiding in Breda. “Een van mijn halfbroers zat daar, ik wilde weten wat dat inhield. Daarna kreeg ik online veel reclames over de Nationale Reserve te zien en ik dacht: waarom niet? Tijdens de voorlichtingsavond die ik bezocht, heb ik meteen gesolliciteerd. Thuis waren ze wel verrast ja; mijn vader steunde me meteen, maar mijn moeder moest een paar maanden aan het idee wennen.”
Over de streep
Wat hem die avond over de streep trok? “De maatschappelijke relevantie van het werk”, klinkt het stellig. “We verrichten vooral bewakings- en beveiligingstaken, bijvoorbeeld bij een hoge terreurdreiging of als andere NAVO-landen materieel over Nederlands grondgebied verplaatsen. En bij het hoogwater enkele jaren geleden hielpen reservisten in Limburg bij het verstevigen van dijken.” Daarbij: “De spanningen in de wereld zijn de laatste jaren alleen maar toegenomen. Ik doe dit ook voor mijn familie, vriendin en vrienden. Als het er echt op aankomt, wil ik hen kunnen beschermen.”
Actief vechten is niet de taak van de Nationale Reserve – ook in oorlogstijd staan de bewakingstaken voorop. Maar toch: “Er is in Nederland dan wel geen opkomstplicht meer, maar de dienstplicht bestaat nog altijd. Als we in oorlog raken, kan ik hoe dan ook opgeroepen worden en dan beland ik liever niet vanuit het niets in militaire dienst. Ik hoefde daar niet lang over na te denken.”
Een soort roeping
Ook in zijn studiekeuze speelde mee dat hij werk met impact wil doen. “Ik heb eerst een biomedische opleiding op het hbo gedaan, maar die was erg op laboratoriumwerk gericht, terwijl ik contact met mensen wil in mijn werk. Dus ben ik gaan rondkijken.” In Maastricht, aan de faculteit Health, Medicine and Life sciences waar hij tijdens zijn hbo-opleiding al stage had gelopen. Zijn voorkeursoptie, geneeskunde, ging op het nippertje niet door, zegt hij: “Ik was zestien seconden te laat met het indienen van de aanmelding...”
Nu lacht hij erom, maar de afwijzing kwam wel even binnen. Dat het alsnog “iets met gezondheid” moest worden, stond voor hem echter als een paal boven water. Het werd gezondheidswetenschappen, waarbinnen hij zich nu specialiseert in management en beleid in de zorg. “Mijn moeder is afdelingshoofd in het Zuyderlandziekenhuis in Sittard, dus ik kreeg daar thuis aan de keukentafel al veel over mee. Ik wil ooit een managementfunctie hebben; ik denk dat ik daarin een positief verschil zou kunnen maken, bijvoorbeeld door iets te doen aan het personeelstekort, dat hier in Zuid-Limburg groot is. Ik zie dat als een soort roeping ja, al wil ik me nu nog niet vastleggen op iets dat ik zou moeten bereiken: misschien kom ik nog iets tegen dat ik nóg interessanter vind.”
Studenten- en soldatenagenda's
Voorlopig is hij echter nog gewoon student. Hoe laat zich dat combineren met een baan als deeltijd militair? “Dat is meestal een van de eerste dingen die medestudenten mij vragen als ik vertel over mijn werk. Ik ben daar in de regel twee avonden en twee zaterdagen per maand aan kwijt, dus dat is geen probleem. Mijn cijfers zijn prima en ik doe mee aan het Honours Programme van FHML.” En als, wat “soms” gebeurt, de studenten- en soldatenagenda’s toch botsen? “Dan gaat de studie voor. Ik wil ook graag schuldenvrij afstuderen. Tot nog toe lukt dat, ja.”
Zijn werk heeft hem een betere student gemaakt, denkt hij. “Militair zijn heeft me wat meer discipline bijgebracht en me laten zien hoe belangrijk tijdige en heldere communicatie is. Dat heeft te maken met dingen als je medestudenten op tijd inlichten als iets niet gelukt is, en niet pas om vijf voor twaalf ’s avonds een appje sturen. Of met op tijd komen. [Lachend] Akkoord, daar heb ik zelf soms ook moeite mee.”
In deze tweewekelijkse serie worden studenten geïnterviewd over hun toekomstplannen; hun verwachtingen, dilemma’s en angsten.