“De pre-master is een afvalrace”

“De pre-master is een afvalrace”

Volgens de faculteit is het programma een “fighting chance waarbij je jezelf moet bewijzen"

19-03-2024 · Achtergrond

“Een intens zwaar programma”, “een kwestie van presteren, presteren, presteren”, "te grote onderwijsgroepen van zo’n dertig studenten”, “we zijn het afvoerputje”. Het is geen fraai beeld dat Nederlandse pre-masterstudenten schetsen van hun opleiding aan de Maastrichtse rechtenfaculteit. “Het heeft onze aandacht”, klinkt het vanuit de faculteit. “Maar de pre-master is geen remediëringstraject waarbij we extra ondersteuning geven.”

De pre-master is een overbruggingsprogramma voor studenten die te weinig juridische of academische bagage hebben om in de gewenste master in te stromen. “Het wegwerken van deficiënties”, luidt de formele omschrijving. Bij rechten kloppen veelal hbo-rechten-afgestudeerden aan die een togaberoep zoals advocaat ambiëren. Een pre-master is daarvoor noodzakelijk. En die moet in Maastricht binnen één jaar succesvol worden afgerond.

Een bron van ellende, blijkt uit het verhaal van vier studenten die Observant uitgebreid en afzonderlijk van elkaar sprak; drie volgden het programma vorig jaar (waarvan twee niet slaagden), een zit halverwege. Aanvullend delen enkele huidige studenten via Whatsapp hun mening. Het “oogt als niets anders dan een afvalrace.” Een ander verzucht: “Er bestaat geen gemotiveerdere student dan een pre-masterstudent. We hebben een hbo-diploma op zak, willen koste wat kost nog een master volgen, maar het wordt ons zó moeilijk gemaakt.” De studenten willen alleen anoniem meewerken (namen zijn bij de redactie bekend), omdat ze vrezen dat hun uitspraken gevolgen kunnen hebben voor hun carrière.

Tweederangs

“Pre-masterstudenten voelen zich tweederangs”, stond een paar maanden geleden in een beleidsdocument dat langs de faculteitsraad ging. Ze betalen het gewone collegegeldtarief, maar omdat het programma niet apart wordt gefinancierd door het ministerie van Onderwijs moet de faculteit ‘bijleggen’ uit eigen portemonnee. Volgens de notitie zijn grote onderwijsgroepen, vaak van zo’n dertig pre-masterstudenten, daar een uitvloeisel van. Het probleemgestuurd onderwijs komt daardoor niet uit de verf; het is onmogelijk om met zo’n aantal alles goed te bespreken, reageren de geïnterviewden.

Ook is er geen zelfstandig curriculum. Het programma is “gebaseerd op het beschikbare aanbod in de bachelor [tweede- en derdejaarsvakken, red.]”, meldt het bestuur in het document, “zonder daarmee per se rekening te houden met curriculaire opbouw van de te volgen onderdelen”. Dat verstevigt het beeld dat de kandidaten van zichzelf hebben: tweederangs. Sjoerd Claessens, vicedecaan onderwijs, begrijpt dat ze zich zo voelen, maar volgens hem is de faculteit wat betreft de inrichting van de pre-master gebonden aan de wet. “Geen keuze van ons.”

Spiegel

In september 2023 startte een grote groep van 71 studenten met de Nederlandstalige pre-master (inmiddels hebben zich er 28 uitgeschreven), een jaar eerder waren het er 46 (waarvan 18 studenten zijn geslaagd). In Maastricht is men vrij soepel qua toelatingseisen, zeggen Claessens en Joost Sillen, opleidingsdirecteur Nederlands recht. Bij de Erasmus Universiteit Rotterdam moeten hbo-rechten-afgestudeerden gemiddeld een zeven hebben gehaald én een toelatingstoets doen. “In Maastricht krijgen ze allemaal een kans, een zeven of niet, maar het is wel een ‘fighting chance’ om jezelf te bewijzen”, zegt Claessens. Aan het einde van de pre-master moet de student laten zien dat hij hetzelfde in huis heeft als de afgestudeerden van de bachelor Nederlands recht. “En dat is duidelijk niet voor iedereen weggelegd. Dat klinkt heel hard, maar misschien blijkt dat je het niet aankunt en jezelf hebt overschat. In die zin werkt het ook als een soort spiegel.” “Dat we van hen hetzelfde vragen als van onze reguliere bachelorstudenten is helemaal niet zo raar”, vult Sillen aan.

Tegelijkertijd weten ze van de kritiek. “We zijn met het programma bezig en bekijken allerlei opties.” De faculteit kan het, heel rigoureus, uitbesteden aan de Open Universiteit, zoals de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit en de Universiteit Utrecht al doen. Maar dat plan “ligt er nu niet”. De pre-master in ‘eigen huis’ houden met hier en daar wat wijzigingen is realistischer. Toch is dat geen gemakkelijke opdracht, klinkt het. Anders dan bijvoorbeeld een pre-master bij economie is die van rechten een zogeheten ‘schakelprogramma civiel effect’, legt Sillen uit. Daarmee kunnen studenten, als ze de juiste master afronden, toegelaten worden tot de beroepsopleiding advocatuur. Bij zo’n civiel effect horen landelijke eisen, bijvoorbeeld als het om de invulling van je programma gaat.

Zenuwinzinkingen

Het is een beproeving, zeggen allen die Observant sprak. Stonden ze zelf niet op het randje van een burn-out, dan zagen ze medestudenten gebukt gaan onder zenuwinzinkingen, depressie en hyperventilatie. Bijbaantjes werden opgezegd of qua uren flink teruggeschroefd. Een student van de huidige lichting: “Ik haalde goede cijfers aan het hbo, wist dat er aan de UM een tandje bij moest en dacht: ‘Ik kan dit’. Ik houd alle literatuur bij, maak de opdrachten, dat is het probleem niet. Tot nu toe heb ik alle tentamens in het programma gehaald, dus het niveau van de universiteit kan ik wel aan.” Maar de hoge prestatiedruk zorgt voor veel te veel stress, concludeert ze.
Een van de geïnterviewden slaagde en volgt nu een master: “Wat een verschil is dat! Ik vind het soms zelfs te traag gaan. In de pre-master moesten we op sommige momenten zo’n twintig uur per dag aan onze studie wijden.” Een opdracht (3 ECTS, gelijk aan 84 studie-uren) die een week voor de deadline werd gegeven, dient ter illustratie. Tel daar het onderwijs en zelfstudie bij op, en je zit op bijna honderd studie-uren in één week, schetst ze.

Eindscriptie

Daarbij was het ook een “chaotisch” jaar, klinkt het. Met een slechte planning (deadlines die te dicht op elkaar zitten), stof die niet besproken werd in onderwijsgroepen of waarvan niet helder was of ze die uiteindelijk moesten kennen voor de toets en onverwachte (groeps)opdrachten. Wat de lichting van 2022-2023 zeker niet heeft geholpen is dat de bachelor Nederlands recht volledig op de schop ging. Bij de start van hun pre-masterprogramma vielen ze in een ‘kersvers’ derdejaars curriculum met een nieuwe invulling. Mét bijbehorende kinderziektes en onduidelijkheden.

Maar er liggen meer concrete grieven en daarmee benadrukken ze dat ze niet hetzelfde worden ‘behandeld’ als reguliere bachelorstudenten. Zo krijgen die laatsten 18 ECTS voor een eindscriptie met een maximum van 10 duizend woorden (inclusief een module voor het eigen maken van onderzoeksmethoden), terwijl de pre-masterkandidaten er 6 ontvangen voor maximaal 8500 woorden. “De reguliere bachelorstudenten mogen in alle rust, ná hun blokken, werken aan de scriptie en wij moeten het erbij doen.” Opleidingsdirecteur Sillen erkent dat het verschil “erg groot” is en zegt ernaar te kijken.
Ook het aantal herkansingen zit de studenten dwars. Elke student heeft twee toetsmomenten (het ‘gewone’ tentamen en de herkansing). Daar blijft het bij voor de pre-masterkandidaten. Reguliere bachelorstudenten mogen het in latere jaren nogmaals herkansen – oneerlijk, vinden de geïnterviewden. Inherent aan het systeem, reageert Claessens. De pre-master van de universiteit van Tilburg kent een uitloop van een jaar – waarom kan dat niet in Maastricht, vragen de studenten zich hardop af. Claessens: “De wet zegt dat één jaar een redelijke termijn is om deficiënties weg te werken.”

Voorkennis

Het gat tussen het hbo en de universiteit is groot, zoveel wordt wel duidelijk. Het ontbreken van (academische) voorkennis speelt de studenten parten. Een hbo-studie leidt praktijkgerichte juristen op die veelal te maken krijgen met het sociaal zekerheidsrecht, arbeidsrecht of familierecht. Er is minder aandacht voor bijvoorbeeld strafrecht. En goederenrecht, zegt een student die nu midden in het blok zit. Tijdens een online toets werd hun voorkennis van dat vak getest. “We zijn er op het hbo nooit zo diep op ingegaan als de universitaire bachelorstudenten in hun eerste of tweede jaar. Onze groep vond die test zó moeilijk. Helaas telt het resultaat wel mee, dat voelt oneerlijk.”

Zuyd

“De kern ligt besloten in een misvatting van wat een pre-master is”, reageert Claessens. “Het is geen remediëringstraject waarbij we extra ondersteuning bieden. Als de basis onvoldoende is, ben je daar als student zelf verantwoordelijk voor. De pre-master vraagt zelfstandigheid en zelfredzaamheid.” Er worden gesprekken gevoerd met Zuyd hogeschool (waar veel pre-masterstudenten vandaan komen); Claessens vindt dat het hbo een grotere rol moet spelen door studenten de basis voor te schotelen. En wat zou de UM kunnen doen? De Tilburgse universiteit ‘waarschuwt’ op haar website in elk geval dat het tempo waarmee pre-masterkandidaten met een hbo-achtergrond zich nieuwe stof eigen moeten maken, als “hoger” wordt ervaren. “Het is daarom belangrijk om de stof vanaf het begin goed bij te houden.”