Een van de meest geaccepteerde vormen van geïnstitutionaliseerde discriminatie is die tegen ouderen. Ondanks dat discriminatie volgens artikel 1 van de Grondwet niet is toegestaan, staat de overheid toe dat werknemers worden gedwongen om te stoppen met werken als ze de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt.
Ontslag bij het ingaan van de AOW (Algemene Ouderdomswet) gaat in tegen de wens van veel werknemers. Niet voor niets is de afgelopen tien jaar het aantal 65-plussers dat betaald werkt meer dan verdubbeld.
Ook onder oudere hoogleraren aan de universiteit zijn er velen die langer willen doorwerken. Waar de algemene pensioenleeftijd de afgelopen jaren is verhoogd, is die van professoren verlaagd. Tot 1983 gingen ze pas op hun zeventigste met emeritaat. Nu is dat op het moment dat men de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Die oude regel was niet alleen een erkenning van de grote waarde van hun kennis en ervaring, maar ook van het feit dat hoogleraren makkelijk een paar jaar langer kunnen blijven werken. Hun onderzoek en interesse in onderzoek stoppen niet op een door anderen bepaalde leeftijd.
Universiteiten bieden hoogleraren na hun pensioen vaak een onbetaalde gastaanstelling aan. Zij kunnen dan werkzaamheden blijven verrichten zonder ervoor te worden betaald. Aan het gratis onderwijs en onderzoek dat deze emeriti doen, verdienen instellingen veel geld. Deze uitbuiting moet een halt worden toegeroepen.
De institutionele discriminatie van ouderen wordt vaak goedgepraat door te zeggen dat zij ruimte moeten maken voor jongeren. Alsof het hoogleraarschap geen verdienste is, maar een soort prins carnaval waar iedereen een gelijke kans op moet hebben.
Door de verplichte pensioenleeftijd gaat veel waardevol menselijk kapitaal verloren. Ik ben een betere docent en begeleider dan toen ik jong was. De erkenning door andere wetenschappers van mijn onderzoekswerk, bijvoorbeeld door het aantal citaties, is ook groter dan vroeger. Dat gaat verloren als hoogleraren op hun 67ste gedwongen worden om te vertrekken.
Hoogleraren zouden in staat gesteld moeten worden om in functie te blijven zolang ze een productieve bijdrage leveren aan de universiteit.
Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie en hoogleraar evidence based education