Niet klappen, wel zwaaien met de handjes

Niet klappen, wel zwaaien met de handjes

Hoe kan de universiteit toegankelijker worden voor studenten en stafleden met een functiebeperking?

28-03-2024 · Reportage

MAASTRICHT. Geen applaus, maar zwaaiende handjes. Dat was de norm vorige week woensdagmiddag in de Feestzaal van de rechtenfaculteit. UnliMited Network, een vereniging voor studenten en stafleden met een functiebeperking, organiseerde deze middag een bijeenkomst met als doel: de universiteit inclusiever maken.

Jazz hands’ zoals de zwaaiende handjes ook wel genoemd worden, zijn in gebarentaal het gebaar voor applaudisseren. De organisatie zelf poogt hiermee in ieder geval al het goede voorbeeld te geven. Naast het betrekken van doven en slechthorenden zou het ook prettiger zijn voor mensen die snel overprikkeld raken. Geen hard geklap dus. De vereniging is er namelijk niet alleen voor de student of medewerker in de rolstoel, maar ook voor die met een chronische ziekte of neurodivergentie zoals ADHD of dyslexie.

Het is niet voor het eerst dat de Universiteit Maastricht zich met dit onderwerp bezighoudt. In 2020 tekende toenmalig rector magnificus Rianne Letschert het VN verdrag over inclusiever onderwijs. Bij haar opvolgster duurde het daarna nog even. “Voordat ik hierbij betrokken raakte, was dit onderwerp niet altijd in mijn gedachten”, zei de huidige rector, Pamela Habibović, bij de officiële opening van de middag. Inmiddels is het toegevoegd aan haar prioriteitenlijstje, maar bij velen nog niet. Daar moet volgens de rector verandering in komen. “Ik heb al met veel beleidsmedewerkers gesproken, maar ik kreeg vaak het antwoord: ‘Ja, maar’. Ik ben blij dat er vandaag wel een aantal van hen zijn (HR, student service centre, disability support, red.), maar het is jammer dat juist degenen die dit zeiden, hier niet aanwezig zijn.”  

Eline Pollaert, promovendus aan de Vrije Universiteit Amsterdam, sluit hierop aan met de keynotelezing. Er zou een verschuiving in perspectief nodig zijn. Niet ‘hoe moet het individu zich aanpassen’, maar ‘hoe moet de instelling zich aanpassen’. Daarna volgt een paneldiscussie met van alle betrokken partijen een vertegenwoordiger. Althans, discussie? Pollaert stelt de panelleden één voor één steeds dezelfde vraag die ze vervolgens keurig beantwoorden. Van een dialoog is niet echt sprake. Een gefrustreerde student uit het publiek brengt wat reuring in de zaal: “Waarom moet ik bij elke nieuwe tutor weer ‘uit de kast komen’ met mijn beperking? Mijn vrienden op andere universiteiten hebben dit niet. Wat is de logica hierachter?” Die blijkt er niet te zijn. Hij moet het doen met een weinigzeggend antwoord van de directeur van het SSC Margriet Schreuders: “Er is geen logica dus ik hoop dat we een oplossing kunnen vinden. Of anders op z’n minst de logica erachter.” De student zou ook graag zien dat er wat aan Canvas wordt gedaan. Niet iedereen hoeft namelijk te zien dat hij een verlenging van een deadline heeft gekregen. Maar, zegt een ander, het zou dan wel weer fijn zijn als op datzelfde platform de docenten kunnen inzien op welke voorzieningen de student in kwestie recht heeft. “In Utrecht bestaat dit al”, meldt een studentpanellid. Het mes snijdt dan aan twee kanten: de student hoeft niet steeds uitleg te geven en de docent weet waar die aan toe is. Nadat de wensenlijst door andere panelleden is aangevuld, biedt Schreuders zich aan. “Ik zal wel voor Sinterklaas spelen.”