“..maar ik ben dan ook een ontzettende alfa.” Als ik een euro had gekregen voor elke keer dat ik dit hoorde tijdens mijn publiekslezingen, dan had ik de Einstein Telescoop zelf kunnen bekostigen. De vraagstellers bedoelen er zelden mee dat ze goed zijn in talen, wel dat ze bètavakken als wiskunde, scheikunde of fysica moeilijk vinden. Gek, ikzelf heb nooit de behoefte om mijn vragen in te leiden met “maar ik ben dan ook maar een natuurkundige”.
Angst voor bèta
In de afgelopen twee decennia is het examencurriculum voor het bèta-schoolvak natuurkunde een aantal keer makkelijker gemaakt, en wel door het te ontdoen van lastige rekenvaardigheden. Die geschiedenis herhaalt zich omdat de overheid nu bekijkt of ze 20 tot 30 procent lestijd voor bètavakken kan schrappen. Weer een generatie die we gaan opvoeden met het idee dat dit toch echt heel moeilijke lesstof is.
Waar zou de angst voor bèta vandaan komen? Een reden is het absolute: er is maar één correct antwoord, en als je berekeningen niet kloppen maakt een vlotte babbel niet uit: 1+1 is nog steeds geen 3. Maar de grootste oorzaak van de angst komt door de angst zelf. Zo maande de eindredacteur bij een tv-opname mij om het vooral niet over gekromde ruimtetijd te hebben; dat zou de kijker maar afschrikken. Wat een onzin. Het publiek vindt het niet moeilijk als we iets ingewikkelds goed uitleggen, mensen vinden het moeilijk omdat we het niet uitleggen. En we zo de mythe in stand houden dat bètawetenschap alleen voor de állerslimsten is. En we en passant uitdragen dat andere vakgebieden dus bedoeld zijn voor de niet zo knappe kneusjes.
Gekromde ruimtetijd
Zonder natuurkunde, wiskunde of scheikunde geen iPhones, draadloze communicatie, microchips, en oplossingen voor het energieprobleem. Dan helpt het niet als mensen bang zijn voor deze vakken. Tijd voor tegenwicht dus uit de academische wereld, en lekker veel uitleggen hoe leuk bèta wel niet is. En dat het heus zo moeilijk niet is. Ik heb veel zomerlezingen in mijn agenda staan. Ik ga er extra veel gekromde ruimtetijd in stoppen.
Gideon Koekoek, universitair hoofddocent theoretische natuurkunde