Met dat laatste is David Dixon nu aan de gang. Hij loopt stage bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) van de Rijksoverheid. Die is op zoek naar een manier om bepaalde schadelijke broeikasgassen – drijfgas in isolatiemateriaal van huizen dat vrijkomt bij de sloop - op te vangen en te recyclen. “In februari is er over deze manier van afvalverwerking Europese wetgeving gekomen. Maar die is nog niet zo eenvoudig. Alleen al over de definitie van afval bestaat geen consensus. Want is het afval als iemand het niet meer wil, of als het onbruikbaar is?” Voorlopig loopt zijn aandeel in dit project voornamelijk via Teams, maar in de zomer is Dixon van plan fulltime bij het ILT in Utrecht aan de gang te gaan. Voor zijn studie hoeft hij het niet te doen, extra studiepunten krijgt hij er niet voor. Wel een stagevergoeding. Maar daar ligt niet zijn prioriteit, zegt hij: “Het gaat vooral om de ervaring. En het staat goed op je cv.”
Melkboer
Hij groeide op in een “vrij liberaal gezin” in Meerssen. Er werd vooral biologisch gegeten, zelf doet hij dat nu ook. “Ik wil zo dicht mogelijk bij de natuur staan, zoals mensen vroeger deden met hun eigen dieren en gewassen. En bij de melkboer kreeg je een melkfles die je erna weer inleverde, heel duurzaam. Door de industrialisering zijn we dat uit het oog verloren.” Het is allemaal bio wat de klok slaat bij Dixon, maar vegetarisch is een stap te ver? Hij moet lachen: “Er staat in ieder geval niet elke dag vlees op tafel.” Die tafel is bij zijn vader, bij wie hij sinds zijn achttiende woont. Daarvoor woonde hij vanaf zijn vierde – toen zijn ouders gingen scheiden – bij zijn moeder, die met haar nieuwe partner nog twee kinderen kreeg: Dixons halfbroer en -zus. “Ik heb twee vaders: een biologische en een niet-biologische.”
Legoblokje
Chemie en circulaire economie. Was die interesse er altijd al? “Als ik terugkijk wel. Ik weet nog dat ik een keer met mijn vader in de McDonalds was en hem vroeg waar het speeltje in mijn Happy Meal van gemaakt was. Plastic, zei hij. Ik was in shock: plastic was toch zacht, zoals de boterhamzakjes? Of toen ik mijn stiefvader vroeg waar water uit bestond. Met legoblokjes probeerde hij me de verschillende atomen uit te leggen.” En toch koos Dixon op de middelbare school een economiepakket. Zijn cijfers waren te laag voor de natuur- en techniekrichting. “Ik was destijds ook met totaal andere zaken bezig: meisjes en afspreken met vrienden.” Met als gevolg dat hij twee keer bleef zitten in het vierde jaar van de havo. Doorgaan naar het eindexamenjaar mocht niet meer. De enige optie die overbleef: een mbo-opleiding. Het werd fijnmechanische techniek. Met metaal werken om onderdelen te maken voor technische apparatuur.
Eenmaal dat afgerond, begon Dixon aan een hbo-opleiding biometrie. “Ik dacht dat ik biologie wel leuk vond. In combinatie met techniek leek me dat superinteressant.” Maar het bleek geen succes: na een jaar stopte hij. Wat volgde was een tussenjaar waarin hij de handjes weer uit de mouwen stak. Eerst in de chemische industrie, dus “echt weer achter machines”, vertelt hij enthousiast. Daarna technisch tekenen bij een ander bedrijf. Maar daar werd hij minder gelukkig van: “De hele week alleen maar op m’n kont zitten is niks voor mij.”
Klimaatverandering
En nu dus het Maastricht Science Programme. Om de daad bij het woord te voegen is Dixon daarnaast nog lid van het Green Team van z’n eigen faculteit Science and Engineering. Dit team is onderdeel van het Green Network dat zich inzet voor duurzaamheidsinitiatieven binnen de universiteit. “Bijvoorbeeld GFT-bakken op alle faculteiten. Tot voor kort dacht ik echt dat dat mijn idee was, maar – hij grijnst - PreZero (een afvalverwerkingsbedrijf, red.) blijkt hier al langer over in gesprek te zijn met de universiteit.” Heeft het nog wel zin allemaal? Van alle nieuwsberichten over klimaatverandering zou menigeen moedeloos worden. Dixon niet: “Ik zie een stijgende lijn wat betreft bewustwording van het probleem, en ook dat er steeds meer maatregelen komen om te verduurzamen. Als het zo doorgaat, denk ik dat het wel goed komt.” Maar dan moeten de grote vervuilers zoals Shell wel meewerken. “Daar zijn ze nu ook al mee bezig, ze moeten wel. Het is paradoxaal: zij zijn de oorzaak van het probleem, maar bij hen ligt ook de oplossing.”
Zelf wil hij ook “zijn steentje bijdragen”. Het liefst in een overbruggende functie van beleid naar uitvoering, zoals nu in zijn stage bij het ILT. “Leuk dat iedereen bij elkaar komt om wetten te bedenken, maar het moet ook nageleefd worden.” Maar eerst nog een master, iets met circulaire economie, dat staat vast.