Goede tijden: : "Ik vind het positief om ergens mee te worstelen"
“De worsteling”, zegt Ambra Imeraj (21), een Albanese eerstejaars Europese Studies. Misschien een verrassend antwoord op de vraag: wat is het beste wat je onlangs is overkomen? “Ik vind het juist positief om ergens mee te worstelen, dat helpt me vooruit. Ik moet het slechte ervaren om het goede te kunnen waarderen”, legt ze uit. “Een nieuwe omgeving, zelf het huishouden doen - alles wat hoort bij op jezelf wonen; ik had er moeite mee, maar ik heb me erdoorheen geslagen en daardoor mezelf verbeterd.”
Voor haar was de grootste verandering dat er niemand meer was om haar in de gaten te houden. “Toen ik nog thuis woonde, was mijn moeder degene die me op mijn verantwoordelijkheden wees. Nu is dat mijn taak. Je groeit op persoonlijk vlak het meest door grote veranderingen. Ik ben het aan mezelf verplicht om te leren hoe ik in deze nieuwe fase structuur aanbreng in mijn leven en alles goed organiseer.”
Deze nieuwe fase – dat houdt in op zichzelf wonen (“Eindelijk!”) en aan een studie beginnen. Verhuizen was gemakkelijk voor de Albanese student. “Waar we ook woonden: ik heb me nooit aan één plek gehecht en verlangde altijd naar een verandering van omgeving.” Dat is precies wat ze vond in Maastricht: nieuwe mensen en plekken. “Ik waardeer de rust en stilte wanneer ik terugkom in mijn studio. Ik heb meer tijd voor mezelf dan toen ik bij mijn familie woonde.”
Slechte tijden: "Het zijn de simpele dingen die ik mis"
“Toen ik terugkwam van de kerstvakantie kreeg ik hevige heimwee.” Imeraj ziet dat mensen uit hetzelfde land in Maastricht vaak kliekjes vormen. “De Duitsers, Italianen en Spanjaarden, ze gaan allemaal vooral met elkaar om. Maar er zijn niet veel Albanezen in Maastricht, dus ik mis het dagelijkse contact met mijn cultuur, die zo’n groot deel van mijn identiteit uitmaakt. Het zijn echt de simpele dingen, zoals het niet zo vaak Albanees kunnen spreken, geen Albanese gerechten kunnen eten en de tradities die ik met mijn familie had niet kunnen voortzetten.” Het komt en gaat in golven, zegt ze. “Soms word ik me ineens bewust van iets dat ik mis, zoals een grap maken in het Albanees, want vertaald slaat het vaak nergens op of begrijpen mensen het niet op dezelfde manier als ik.”
Imeraj heeft tijdens haar jeugd al meer dan vier landen - waaronder Nederland - ‘thuis’ genoemd en merkt nu dat ze naar meerdere plekken tegelijkertijd heimwee kan hebben. “Ik voel een warmte in mijn ziel voor Albanië; het zal altijd thuis zijn. Maar soms komen herinneringen op van toen ik in Italië woonde of mis ik mijn vrienden van de middelbare school uit mijn tijd in Rotterdam.”
Tegen de heimwee belt Imeraj elke dag met haar moeder. “Al is het maar een gesprek van twee minuten, het helpt me meteen. Ik houd ervan om met haar te roddelen. Ik luister ook veel meer naar Albanese muziek nu ik in het buitenland woon en ik bezit meer boeken in het Albanees en Italiaans dan voordat ik uit huis ging.”
Carla Benecke