“Herdenken vinden we belangrijk, niet om het verleden als zodanig, maar omdat iedere herinnering in feite aangeeft wie we nu zijn en willen zijn. Er zit een impliciete boodschap in: ‘We hebben lessen uit het verleden getrokken’, ‘we hebben gezien wat er fout is gegaan’ en ‘we willen niet in die fouten van het verleden vervallen’”, begint Georgi Verbeeck, universitair hoofddocent moderne geschiedenis aan de Universiteit Maastricht en hoogleraar aan de KU Leuven.
Georgi Verbeeck/ foto: Joey Roberts
“De Tweede Wereldoorlog wordt overal eindeloos herdacht, omdat het nog altijd een ijkpunt is. Nazidictatuur, vreemde bezetting en oorlogsgeweld, dat was allemaal het gevolg van ontwrichtend nationalisme en dat willen we niet meer.”
Grootste slachtoffer
Verbeeck noemt het een “naïeve gedachte” dat herinnering per definitie altijd “goed en zalvend” is. “Herinneren is bijna altijd een keuze om iemand of iets te herinneren en het andere of de ander minder aandacht te geven. Dat kan tot spanningen leiden.” Hij refereert aan de Nationale Herdenking op 4 mei. “Het begon als een particulier initiatief, waarna de overheid het stelselmatig naar zich toetrok. Toen kreeg je onmiddellijk botsingen over de vraag wie we in feite moeten herdenken. In het begin waren dat in de Tweede Wereldoorlog omgekomen Nederlandse militairen en de politieke verzetsstrijders. Vervolgens vonden met name de aan Nederlandse kant omgekomen militairen in andere conflicten, inclusief de Nederlandse gesneuvelden tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië, dat ze ook recht hadden op een herdenking.
"Pas veel later kwam er aandacht voor de grootste slachtoffergroep in de Tweede Wereldoorlog, zoals de meer dan honderdduizend weggevoerde en vermoorde Nederlandse joden tijdens de Duitse bezetting. Vervolgens kwam er wéér een uitbreiding, met andere slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog, Roma en Sinti bijvoorbeeld, en omgekomen Nederlandse burgers en soldaten in meer recente oorlogssituaties. En nu is er een hele lange lijst van mensen die op de een of andere manier worden herdacht. Sommigen juichen die inclusiviteit toe, maar anderen zeggen: ‘Ja zeg, ík ben toch het grootste slachtoffer?’”
Minderheidsgroepen
Wat ook voor de nodige wrijving zorgt: botsende herinneringsculturen. “In Europa, in het ‘globale Noorden’, is de Tweede Wereldoorlog belangrijk, maar bij minderheidsgroepen of mensen met een migratieachtergrond speelt die minder of zelfs geen rol. En die zeggen: ‘Waarom hebben wij geen recht op onze geschiedenis en onze herdenkingscultuur?’ Kijk naar de Palestina en Gaza kwestie. Heel wat mensen uit die hoek vinden dat we in feite te veel en exclusief aandacht geven aan de Holocaust.”
Tot voor kort dacht Verbeeck dat de herinnering aan de Holocaust “het grote morele ijkpunt zou blijven in Nederland, in Europa”, maar nu twijfelt hij. “Met het overlijden van ooggetuigen en het diverser worden van onze samenleving kan dat wel eens anders lopen. Naarmate de geschiedenis verder dendert, komen er nieuwe groepen, nieuwe trauma’s.”
Hij maakt een uitstapje richting het oosten om misbruik en manipulatie van herinneringen aan te stippen. De manier waarop Poetin de inval in Oekraïne legitimeert – Rusland heeft in de Tweede Wereldoorlog tegen de nazi’s gevochten en beweert het nu op te nemen tegen de ‘nieuwe nazi’s’ – is gevaarlijk, schetst Verbeeck. “Hij mobiliseert mensen voor nieuw geweld, voor nieuw onrecht.”
Rechts-radicale partij
Onder de noemer ‘80 jaar vrijheid’ viert Zuid-Nederland de komende tijd vrede en vrijheid. “Maar als we eindeloos benadrukken dat we sinds 1945 in een vrij en democratisch land leven, dan kijken we misschien wel eens weg van de gevaren zoals die zich nu voordoen in Nederland en de rest van de wereld. Als je je blik te veel op het verleden werpt, kun je vergeten wat er voor je staat te gebeuren.” Zoals de grote zege van de rechts-radicale partij AfD (Alternative für Deutschland) in de Duitse deelstaten Thüringen en Saksen? “Van Duitsland is altijd gezegd dat ze zo keurig met het verleden in het reine zijn gekomen.” Na de Tweede Wereldoorlog domineerde de belofte ‘Nie wieder’, nooit meer een nazidictatuur en herhaling van de Holocaust. “De erkenning van die erfenis zou het rechts-radicale of populistische partijen juist moeilijker maken om opnieuw succes te boeken - in vergelijking met andere Europese landen. Maar die redenering klopt dus niet meer.”
Cultureel geheugen
Bevrijding van Maastricht, Cörversplein, september 1944 / Historisch Centrum Limburg, Jef Naseman- fotocollectie GAM [3411]
Het is steeds moeilijker om mensen te vinden die de oorlog hebben meegemaakt. Terwijl verhalen die we direct van ooggetuigen horen misschien wel de grootste impact hebben. Hoe moet dat straks als er helemaal geen overlevenden meer zijn? “Communicatieve herinnering is al datgene wat je nog met elkaar kunt delen, met nog levende generaties. Dat verschrompelt. Het wordt cultureel geheugen, dus meer geïnstitutionaliseerd, in boeken, musea, films, enzovoort. De overgang van het ene naar het andere – en op dat kantelpunt zitten we nu –, is belangrijk, want je moet erop toezien dat het culturele geheugen genuanceerd genoeg is, gebalanceerd en zoveel mogelijk rekening houdt met verschillende perspectieven. Straks zijn er geen tijdgenoten meer die ons bij de les kunnen houden. Nog een paar jaar en dan wordt het geschiedenishandboekenwijsheid.”
Daarbij kan het “kleine individuele verhaal” kleur geven, zegt Verbeeck. Als voorbeeld noemt hij het Stolpersteine project in Europa – ook in Maastricht – waarbij gedenkstenen worden neergelegd voor huizen van mensen die door de nazi’s zijn gedeporteerd en vermoord. “Je krijgt het gevoel: ‘Dit is er in mijn straat gebeurd, met die familie, op die dag’. Het spreekt je rechtstreeks aan.”