Een veelgehoord argument tegen de plannen van de coalitiepartijen om de instroom van internationale studenten te beperken? Onverstandig, want het aantrekken van buitenlands talent is een gouden kans voor de krappe arbeidsmarkt, zeker in grens- en krimpregio’s zoals Zuid-Limburg. Maar klopt dit, gaan internationals na het afstuderen daadwerkelijk aan de slag in Nederland? “Daar is eerder wel wat onderzoek naar gedaan, maar gek veel wisten we er niet over”, zegt Didier Fouarge, directeur van het ROA. Reden genoeg voor het onderzoeksbureau om in registerdata van het CBS te duiken. “Overigens niet politiek gemotiveerd: toen we twee jaar geleden eraan begonnen, waaide er nog een andere politieke wind. We zijn het vooral gaan onderzoeken ter ondersteuning van onze arbeidsmarktprognoses.”
De conclusie is wel interessant voor politici: een substantieel deel van de afgestudeerde buitenlandse studenten blijft, en in recente jaren neemt het aantal ‘blijvers’ gestaag toe. Lang schommelde het percentage dat na zo’n vier tot vijf jaar nog in Nederland woonde rond de 20 tot 25 procent. Voor de lichting die in 2018-2019 het diploma behaalde, kruipt dit echter richting de 30 procent. “De verwachting is dat deze ‘blijfkans’ alleen maar stijgt. Voor recentere cohorten zien we namelijk dat het aantal blijvers na één jaar fors hoger ligt, in 2022 zelfs op 43 procent. Als je dit doortrekt, verwacht je ook een hoger percentage na vijf jaar.”
Dat is economisch gezien gunstig, zegt Fouarge. “Je hoort weleens dat het opleiden van buitenlandse studenten Nederland alleen maar geld kost. Maar het CPB berekende eerder al dat het vanaf een bepaalde blijfkans per saldo juist geld oplevert. En momenteel zitten we ruim boven dat percentage.”
Minder welkom voelen
En ook de arbeidsmarkt profiteert ervan. “Zo zien we dat zeker in de techniek- en ICT-sector, waar een grote behoefte aan arbeidskrachten bestaat, ook een groot deel van de afgestudeerden blijft, vooral bij degenen die niet uit de EER komen”, zegt Fouarge. Hij vermoedt dat dat geen toeval is. “Vanuit economisch oogpunt verwacht je ook dat er meer mensen blijven als de baankansen beter zijn. Maar in de eveneens krappe zorgsector zien we dat juist weer niet gebeuren. Dus er spelen blijkbaar ook nog andere overwegingen mee. Dat hebben we nu niet onderzocht, maar we willen dat graag nog doen in de toekomst.”
Fouarge geeft wel alvast een voorzetje: “Uit andere studies weten we dat bijvoorbeeld ook het leefklimaat een rol speelt. Het zou me niks verbazen dat het rechtse geluid van de regering en de felle discussie over migratie en internationalisering ervoor zorgen dat buitenlandse studenten zich minder welkom voelen, waardoor de blijfkans misschien weer afneemt. Maar dat effect kun je pas over een paar jaar meten.” Het zou zijn weerslag hebben op sectoren die al met veel krapte kampen. “Want zelfs als alle buitenlandse studenten zouden blijven, los je de tekorten daarmee niet volledig op.”
Politici overtuigen
Overigens zagen de ROA-onderzoekers ook dat na vijf jaar nog maar een kleiner deel van de blijvers in grensregio’s als Zuid-Limburg en Twente woont, terwijl het aandeel in de Randstad groeit. “Dat beeld kan deels vertekend zijn, omdat pendelaars die over de grens zijn neergestreken in de CBS-cijfers ontbreken. Maar het is ook een effect dat we bij Nederlandse afgestudeerden zien: de levendigheid van de grote steden is aantrekkelijk en er zijn meer banen. Voor krimpregio’s is het dus belangrijk om aantrekkingskracht te hebben. Zoals de regio Eindhoven met Brainport probeert. In Zuid-Limburg kunnen bijvoorbeeld de Brightlands-campussen of de Einstein Telescope die rol op zich gaan nemen.” Dan is het wel belangrijk dat internationals daar al tijdens de studie kennis mee maken. “We zien ook dat bijna de helft al direct na het afstuderen alweer vertrekt, dus de keuze dan al gemaakt heeft.”
Niet geheel toevallig publiceerde het ROA de studie eind juni, vlak nadat Kamerleden schriftelijke vragen indienden over het wetsvoorstel Internationalisering in Balans. “We hebben de publicatie enigszins versneld. Ik vind dat als er beleidskeuzes gemaakt worden, dat aan de hand van de juiste cijfers moet gebeuren.” Afgelopen zomer presenteerde Fouarge de bevindingen in Den Haag. “Vooral aan ambtenaren die straks het nieuwe beleid vorm gaan moeten geven, die bijvoorbeeld moeten gaan toetsen welke studies Engelstalig mogen blijven. Politici zelf overtuigen is een ander verhaal: die blijken vaak doof voor rationele argumenten.”