“De boodschap voor politici? Veel afgestudeerde internationals blijven hier”

“De boodschap voor politici? Veel afgestudeerde internationals blijven hier”

Maastrichts onderzoeksbureau ROA onderzocht de blijfkansen van buitenlandse studenten

13-09-2024 · Achtergrond

Steeds meer buitenlandse studenten blijven na hun afstuderen in Nederland, blijkt uit een studie die het Maastrichtse Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) deze zomer publiceerde. Daarmee voorziet het de politieke discussie over internationalisering van cijfers.

Een veelgehoord argument tegen de plannen van de coalitiepartijen om de instroom van internationale studenten te beperken? Onverstandig, want het aantrekken van buitenlands talent is een gouden kans voor de krappe arbeidsmarkt, zeker in grens- en krimpregio’s zoals Zuid-Limburg. Maar klopt dit, gaan internationals na het afstuderen daadwerkelijk aan de slag in Nederland? “Daar is eerder wel wat onderzoek naar gedaan, maar gek veel wisten we er niet over”, zegt Didier Fouarge, directeur van het ROA. Reden genoeg voor het onderzoeksbureau om in registerdata van het CBS te duiken. “Overigens niet politiek gemotiveerd: toen we twee jaar geleden eraan begonnen, waaide er nog een andere politieke wind. We zijn het vooral gaan onderzoeken ter ondersteuning van onze arbeidsmarktprognoses.”

De conclusie is wel interessant voor politici: een substantieel deel van de afgestudeerde buitenlandse studenten blijft, en in recente jaren neemt het aantal ‘blijvers’ gestaag toe. Lang schommelde het percentage dat na zo’n vier tot vijf jaar nog in Nederland woonde rond de 20 tot 25 procent. Voor de lichting die in 2018-2019 het diploma behaalde, kruipt dit echter richting de 30 procent. “De verwachting is dat deze ‘blijfkans’ alleen maar stijgt. Voor recentere cohorten zien we namelijk dat het aantal blijvers na één jaar fors hoger ligt, in 2022 zelfs op 43 procent. Als je dit doortrekt, verwacht je ook een hoger percentage na vijf jaar.”

Dat is economisch gezien gunstig, zegt Fouarge. “Je hoort weleens dat het opleiden van buitenlandse studenten Nederland alleen maar geld kost. Maar het CPB berekende eerder al dat het vanaf een bepaalde blijfkans per saldo juist geld oplevert. En momenteel zitten we ruim boven dat percentage.”

Minder welkom voelen

En ook de arbeidsmarkt profiteert ervan. “Zo zien we dat zeker in de techniek- en ICT-sector, waar een grote behoefte aan arbeidskrachten bestaat, ook een groot deel van de afgestudeerden blijft, vooral bij degenen die niet uit de EER komen”, zegt Fouarge. Hij vermoedt dat dat geen toeval is. “Vanuit economisch oogpunt verwacht je ook dat er meer mensen blijven als de baankansen beter zijn. Maar in de eveneens krappe zorgsector zien we dat juist weer niet gebeuren. Dus er spelen blijkbaar ook nog andere overwegingen mee. Dat hebben we nu niet onderzocht, maar we willen dat graag nog doen in de toekomst.”

Fouarge geeft wel alvast een voorzetje: “Uit andere studies weten we dat bijvoorbeeld ook het leefklimaat een rol speelt. Het zou me niks verbazen dat het rechtse geluid van de regering en de felle discussie over migratie en internationalisering ervoor zorgen dat buitenlandse studenten zich minder welkom voelen, waardoor de blijfkans misschien weer afneemt. Maar dat effect kun je pas over een paar jaar meten.” Het zou zijn weerslag hebben op sectoren die al met veel krapte kampen. “Want zelfs als alle buitenlandse studenten zouden blijven, los je de tekorten daarmee niet volledig op.”

Politici overtuigen

Overigens zagen de ROA-onderzoekers ook dat na vijf jaar nog maar een kleiner deel van de blijvers in grensregio’s als Zuid-Limburg en Twente woont, terwijl het aandeel in de Randstad groeit. “Dat beeld kan deels vertekend zijn, omdat pendelaars die over de grens zijn neergestreken in de CBS-cijfers ontbreken. Maar het is ook een effect dat we bij Nederlandse afgestudeerden zien: de levendigheid van de grote steden is aantrekkelijk en er zijn meer banen. Voor krimpregio’s is het dus belangrijk om aantrekkingskracht te hebben. Zoals de regio Eindhoven met Brainport probeert. In Zuid-Limburg kunnen bijvoorbeeld de Brightlands-campussen of de Einstein Telescope die rol op zich gaan nemen.” Dan is het wel belangrijk dat internationals daar al tijdens de studie kennis mee maken. “We zien ook dat bijna de helft al direct na het afstuderen alweer vertrekt, dus de keuze dan al gemaakt heeft.”

Niet geheel toevallig publiceerde het ROA de studie eind juni, vlak nadat Kamerleden schriftelijke vragen indienden over het wetsvoorstel Internationalisering in Balans. “We hebben de publicatie enigszins versneld. Ik vind dat als er beleidskeuzes gemaakt worden, dat aan de hand van de juiste cijfers moet gebeuren.” Afgelopen zomer presenteerde Fouarge de bevindingen in Den Haag. “Vooral aan ambtenaren die straks het nieuwe beleid vorm gaan moeten geven, die bijvoorbeeld moeten gaan toetsen welke studies Engelstalig mogen blijven. Politici zelf overtuigen is een ander verhaal: die blijken vaak doof voor rationele argumenten.”

“Mijn politieke opvattingen lijken niet meer allemaal welkom in Limburg”

Magdalena Martin

De Duitse Magdalena Martin (28) kwam twee jaar geleden, na een bachelor in Berlijn, naar Maastricht voor de master European Studies. Dat Nederlandse avontuur beviel zo goed dat ze er nog een tweede master – Public Policy and Human Development bij UNU-Merit – aan vast plakte. “Ik voelde me erg thuis in Maastricht. Ik maakte veel vrienden, deed aan sport en vrijwilligerswerk, voelde me onderdeel van de gemeenschap.”

Maar toch vertrok ze direct na haar afstuderen; sinds deze zomer woont ze weer bij haar ouders in de buurt van Frankfurt. “Omdat ik toe was aan rust na twee hectische, stressvolle jaren. De studie vroeg zo veel van me dat ik geen ruimte in mijn hoofd had om na te denken over mijn toekomst. Tijd om te solliciteren of om langs te gaan bij Career Services was er nauwelijks. Gelukkig heb ik een financieel vangnet – ik werk al jaren parttime als stewardess. Maar het maakt me verdrietig dat veel medestudenten overhaast een beslissing moeten nemen.”

Wat de keuze ook gaat zijn: een terugkeer naar Nederland zit er waarschijnlijk niet in. “Allereerst vanwege de baankansen als beleidsadviseur of diplomaat. Ik wil graag de universitaire bubbel verlaten. En mijn Nederlands is niet goed genoeg om aan de slag te gaan bij bijvoorbeeld een gemeente. Als ik het vloeiend zou spreken, was het misschien aantrekkelijker geweest. Bovendien: de woningmarkt is hier veel te krap en duur.”

Ook het politieke klimaat speelt een rol, zegt Martin, wijzend op de verkiezingsuitslag van afgelopen najaar. “Ik heb niet het gevoel dat mijn opvattingen over migratie nog welkom zijn in Limburg. Er heerst veel spanning, het voelt alsof asielzoekers en studenten de schuld krijgen van de woningcrisis.”

“In de Randstad zijn simpelweg de meeste vacatures”

Amir Jazayeri

“Ik wil heel graag in Nederland blijven, als ik hier een baan kan vinden”, zegt de 32-jarige Amir Jazayeri uit Iran, die een paar weken geleden zijn master Data Science for Decision Making afrondde. Teruggaan naar zijn thuisland, waar hij eerder al een bachelor en master deed, is in elk geval “geen optie. Ik heb geprobeerd om er een start-up op te zetten, maar door de enorme bureaucratie was dat heel ingewikkeld. Zoals zoveel Iraanse studenten besloot ik daarom voor een kans in het buitenland te gaan. Nederland sprak me erg aan: een voorloper op het gebied van technologische ontwikkelingen.”

Hij wil nu graag aan de slag gaan als data-engineer of -wetenschapper. De zoektocht naar een baan verloopt vanuit Utrecht, waar hij vorig jaar naartoe verhuisde voor een stage. “Gezien de krappe huizenmarkt ben ik niet meer terug naar Maastricht gegaan, ik heb op afstand aan mijn scriptie gewerkt.” Blijft hij in de Randstad? “Ik laat me puur leiden door waar ik een baan vind. Maar ik vind het hier wel leuker. De stad is groter, er zijn meer mensen. Dat ben ik gewend, ik ben opgegroeid in Teheran. Bovendien: in de Randstad zijn verreweg de meeste vacatures.”

Waar veel van zijn voormalig studiegenoten al een baan hebben gevonden, slaagde Jazayeri daar zelf vooralsnog niet in. “Geen idee waardoor dat precies komt. Wellicht speelt de taal een rol. Ik heb het gevoel dat steeds meer vacatures enkel in het Nederlands verschijnen, en dat het spreken van die taal vaker als vereiste voor de functie geldt. Ik werk hard aan mijn Nederlands, maar ik ben er nog niet.”

Door de Haagse discussies over migratie en internationalisering laat hij zich niet afschrikken. “Ik weet ook: in de politiek verandert alles altijd snel. Bovendien heb ik de afgelopen jaren veel Nederlanders ontmoet en ik heb nooit het gevoel gekregen dat iemand fel tegen buitenlandse studenten of migranten is.”

Illustratie: Shutterstock/Simone Golob
Foto's: archief MM en AJ

Tags: internationalisering,internationals,buitenlandse studenten,afstuderen,blijven,werk,regio,randstad,taal,roa,arbeidsmarkt,onderzoek

Reacties

Joke Schalten

Welk deel van internationale studenten dat (5 jaar na afstuderen) in Nederland werkt, is afkomstig uit de beta-opleidingen en welk deel uit de gamma of alfa-opleiding?

Ik weet bijna zeker dat de stay-rate in de beta-richtingen vele malen hoger ligt, dan in de gamma-of alfa-richtingen. In de gamma en alfa-richting blijven bijna geen internationale studenten hier werken.
Waarom moet de Nederlandse belasting-betaler voor deze internationale studenten dan een gehele opleiding betalen?

In het artikel wordt de vraag opgeworpen waarom de stay-rate zo laag is in de medische opleidingen? Mag ik een mogelijke oorzaak noemen. De taal!

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.