De grootste groep studenten betaalt jaarlijks een wettelijk collegegeld van 2530 euro, een bedrag dat door de overheid wordt bepaald en dus in heel Nederland hetzelfde is. Maar voor degenen die geen EER-, EU-, Zwitserse of Surinaamse nationaliteit hebben, geldt een hoger instellingscollegegeld; deze studenten worden niet bekostigd door de Nederlandse overheid; universiteiten mogen deze bedragen zelf bepalen.
Aan de Universiteit Maastricht stijgt het instellingscollegegeld flink met ingang van komend studiejaar. Drie voorbeelden: een bachelorstudie ‘laag tarief’ (onder andere Digital Society en Psychologie) gaat niet meer 9800 maar 13 duizend euro per jaar kosten. Wie een opleiding ‘hoog tarief’ (Biomedical Sciences, Brain Science of bijvoorbeeld Circular Engineering) volgt, is straks 18.300 kwijt in plaats van 13.500 euro. En een master ‘hoog tarief’ wordt zelfs zesduizend euro duurder (25 duizend euro).
De situatie was niet meer houdbaar, legde een beleidsmedewerker van de UM laatst al uit in een commissievergadering van de universiteitsraad. Er kwam te veel druk vanuit de faculteiten. Die tellen steeds meer studenten van buiten Europa, die net als alle anderen gebruik maken van “studentgerelateerde voorzieningen” zoals onderwijsruimtes, studieplekken en studieadvies, terwijl de tegemoetkoming al jaren hetzelfde is. Telde de UM in 2016/2017 nog 800 studenten die het instellingscollegegeld betaalden. Vorig academisch jaar waren dat er 1650.
Wat betekent dat voor studenten die nu al hier studeren? Moeten die opeens duizenden euro’s extra ophoesten? Nee, legde de beleidsmedewerker uit, daar is een overgangsregeling voor. Volgens U-raadslid Netty Bekkers zal deze ingreep hoe dan ook van invloed zijn op de instroom van niet-Europese studenten. Maar dat is nooit het doel geweest, voegt Jan-Tjitte Meindersma, vicevoorzitter van het college van bestuur, toe. U-raadslid Fiona Passanha is benieuwd of er met die hogere collegegelden ook meer geïnvesteerd wordt in studentgerelateerde voorzieningen in faculteiten. Men wil de faciliteiten in eerste instantie vooral in stand houden, luidde het antwoord.
Toch was de U-raad niet overtuigd, bleek tijdens de plenaire vergadering van woensdagmiddag 25 september waar over het voorstel gestemd moest worden. Met name de studenten maakten zich zorgen over hóe Maastricht nog steeds 'de internationale universiteit van Nederland' kan blijven als het bedrag stijgt. Past dit wel binnen het internationaliseringsbeleid? Zit er een politieke gedachtegang achter? Het nieuwe kabinet wil immers minder buitenlandse studenten. De aanwezige beleidsmedewerker stelde hen gerust: veel andere universiteiten in Nederland hebben hogere tarieven en wie in de VS of het verenigd Koninkrijk wil gaan studeren, is véél meer kwijt. Collegevoorzitter Rianne Letschert benadrukte dat de stijging niets met de Haagse politiek te maken heeft.
De eerste stemming onder de tien studentleden leverde vijf voor en vijf tegen op. Na een korte schorsing en een vertrouwelijk overleg tussen de U-raadsleden eindigde een tweede stemming (die niet tijdens een volgende vergadering kon plaatsvinden omdat 1 oktober de collegegelden moeten worden gepubliceerd) wel positief voor het college van bestuur. Wél met de boodschap dat er een communicatieplan komt waarin aan nieuwe studenten wordt uitgelegd waarom de UM het instellingscollegegeld verhoogt en onder andere een plan hoe de UM zorgdraagt voor (meer) beurzen in de toekomst zodat studeren aan de UM aantrekkelijk blijft voor de groep van buiten de EER.