“Alles kon. Stages? Even rondbellen en iedereen had een plek”

1988: de eerste afgestudeerde Maastrichtse economen wachten op de uitreiking van hun bul.

“Alles kon. Stages? Even rondbellen en iedereen had een plek”

“Een sprong in het diepe”: economiestudenten van het eerste uur blikken terug

03-10-2024 · Interview

Veertig jaar geleden kreeg de toenmalige Rijksuniversiteit Limburg er een economiefaculteit bij. Aan de Tongersestraat 53, waar de School of Business and Economics nog steeds huist, maar daarmee houden de vergelijkingen wel op. Het was, herinneren studenten van het eerste uur zich, soms chaotisch. Maar het was ook prettig kleinschalig, met ruimte voor eigen initiatief in een informele sfeer. "Twijfels? Die kwamen pas toen we ontdekten dat er nog helemaal geen onderwijsprogramma voor het tweede jaar was."

Een fonkelnieuwe faculteit met een onderwijssysteem dat in ons land nog niet eerder op aspirant-economen was toegepast: al met al was economie studeren in het Maastricht van de jaren tachtig “best een avontuur”, zegt Folkert Jager (58). Eentje dat hij in september 1984 graag aanging: “Ik was al in Tilburg en Utrecht gaan kijken, maar het probleemgestuurd onderwijs (pgo) heeft me verleid. Twee keer per week een werkgroep en verder zelfstandig studeren paste prima bij me.”

"Hoeveel tutoren we niet hebben uitgelegd dat ze geen college mochten geven..."

Harry Hol

Ook Harry Hol (60) stak aanvankelijk elders zijn licht op. “Ik wilde in Rotterdam bedrijfseconomie gaan studeren. Tot ik in de NRC een advertentie voor een hoogleraar aan de nieuwe Maastrichtse faculteit zag. De kleinschaligheid die daarin beschreven werd, wekte mijn interesse. In Rotterdam zouden we met 1700 eerstejaars zijn, in Maastricht met honderd: in plaats van massale hoorcolleges in te kleine zalen, zouden we pgo krijgen in kleine groepjes. Dat sprak me aan, dus ben ik in het diepe gesprongen. Twijfels? [Lachend] Die kwamen pas in de loop van dat eerste jaar, toen we ontdekten dat er nog helemaal geen onderwijsprogramma voor het tweede jaar was. Of dat blokken die zes weken duurden, na drie weken al klaar waren, terwijl we voor andere blokken eigenlijk twaalf weken hadden kunnen gebruiken.”

Folkert Jager

Staf én studenten moesten wennen, herinnert Jager zich. “In dat eerste jaar was alles experimenteel. Hoeveel tutoren we niet hebben uitgelegd dat ze geen college mochten geven in de onderwijsgroep… Natuurlijk wisten ze in theorie wel hoe het werkte, maar in de praktijk was het zoeken. Trouwens ook voor die twee studenten die niet doorhadden dat er helemaal geen hoorcolleges waren en onvoorbereid in de eerste onderwijsgroep verschenen. Het was pionieren.”

Maar de kleinschaligheid en soms lichte chaos boden volgens de twee ook kansen: “Wie dat wilde, kon bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van nieuwe blokken betrokken worden”, zegt Hol. “In het vierde jaar nam hoogleraar Finance Paul van Loon ons mee naar de toenmalige ABN-bank om met een lid van de Raad van Bestuur van gedachten te wisselen over financiële markten. Dat kon omdat we met een klein groepje waren. En het ging er allemaal heel informeel aan toe. We tutoyeerden onze hoogleraren, dat was in die tijd elders nog niet gebruikelijk.”

"Onze hoogleraar belde ze daar in Londen: 'Hier heb je een paar goede studenten'"

“Alles was mogelijk”, grinnikt Jager. “Stages regelen bij bedrijven in de regio zoals DSM? Even rondbellen en iedereen had een plek.” Zelf studeerde hij een jaar aan de prestigieuze London School of Economics. Over informeel gesproken: “We werden toegelaten omdat een van onze hoogleraren ze daar gebeld had: ‘Hier heb je een paar goede studenten.’ Anders was dat nooit gelukt.”

Beiden denken met veel plezier terug aan hun studie en maakten carrière in het bedrijfsleven, onder meer bij grote bedrijven en als consultant. Of het Maastrichtse onderwijs hen daarop goed voorbereid had? “In mijn eerste werkzame jaren heb ik echt voordeel gehad van het pgo”, vindt Hol. “Collega’s die elders gestudeerd hadden, hadden meer parate kennis, maar bij het oplossen van problemen focusten zij zich meestal op één vakgebied. Bedrijfseconomische problemen hebben echter veel kanten, en pgo heeft me geleerd om dat te zien en daarmee aan de slag te gaan.”