Zonder snowboarden kan ik niet leven. Het is heel belangrijk in mijn leven. Ik kreeg op mijn achtste een snowboard en vond het meteen fantastisch. Vanaf mijn tiende doe ik aan freestyle: je doet allerlei stunts in de lucht, je springt, je glijdt over pijpen. Op mijn board vergeet ik alles en voel ik me vrij. Daarnaast is er de spanning van de tricks. Je probeert steeds nieuwe dingen, als die lukken, geeft dat een goed gevoel. Je wilt steeds meer. Ik snowboard zo’n drie keer per week in Landgraaf, in de indoor skihal SnowWorld, en geef daarnaast les aan twee teams, een uit Landgraaf, een uit Amsterdam, en volg een opleiding (mbo-niveau) tot gecertificeerd snowboardcoach.
En dus zet ik alles op alles om de beste te worden. Ik hoor tot de top vijf in Nederland, was vorig jaar indoorkampioen van België en Nederland, en doe in januari 2025 mee aan de World University Games in Turijn. Maar toch zijn wedstrijden niet echt mijn ding. Ik vind die wedstrijddagen saai. Het is veel wachten, steeds dezelfde trucjes uitvoeren, en de wereldtop ga ik niet halen. Ik snowboard liever met vrienden, dan doen we allerlei tricks, maken we video’s. En ik vind mijn studie ook heel belangrijk, net als mijn sociale leven, ik wil ook uit kunnen gaan. Dat doe ik niet wekelijks, maar toch. Daarnaast wil ik ook kunnen surfen op het water. Dat is meer zen, daar word je relaxt van. Snowboarden is adrenaline.
Wie vindt jou niet aardig? [Hij denkt na.] Er zullen vast wel mensen zijn die me niet aardig vinden, maar ik zou het niet weten. Ik lig vrij goed in groepen, pas me redelijk makkelijk aan en ga respectvol met mensen om. Ik heb over het algemeen vertrouwen in mezelf, al straal ik dat soms ook uit als het wat minder is, bijvoorbeeld met nieuwe mensen. Het helpt me niet als ik laat blijken dat ik me onzeker voel. Ik laat liever via mijn lichaamstaal – borst vooruit, schouders naar achteren – zien dat ik er zin in heb om hen te ontmoeten; zo’n positieve uitstraling creëert een fijne sfeer en helpt jezelf en de ander vooruit. Dat kan soms arrogant overkomen, maar dat is niet de bedoeling. Zo zit ik niet in elkaar.
Ik vertel mijn moeder alles. Nee. Ik kan het over alles met haar hebben, maar sommige dingen vertel ik niet. Ik zeg bijvoorbeeld wel dat ik uit ben geweest, maar niet dat we de volgende ochtend brak waren. Ik moet mijn eigen leven leiden, woon niet meer thuis. Dat beseft ze ook, al is het loslaten soms lastig. Mijn zusje is nu ook het huis uit, dus het nest is leeg.
Vroeger sloegen mijn zusje en ik elkaar de koppen in. We kunnen het goed vinden met elkaar en delen een appartement in Maastricht. We zijn wel eens boos op elkaar, maar dat lossen we ook weer snel op, dat hebben we van papa en mama geleerd. We zijn verschillend, ik ben heel open, maak makkelijk contact, mijn zusje is introverter. Ze is tweedejaars geneeskunde. Ik vind het mooi om te zien hoe ze hier vrienden maakt, samen met studiegenoten gaat studeren.
Waar zou je wel eens een vlieg op de muur willen zijn? Bij een vergadering van CEO’s van een groot bedrijf zoals BMW of Tesla. Om te zien welke strategie ze hebben. Of ze ook luisteren naar degene aan tafel die wat stiller is? Wie de werkelijke baas is? Ik wil na mijn afstuderen graag in de transport- of auto-industrie werken. Om daarna een hotel te beginnen. Dat wil ik al heel lang. Ik kom van jongs af aan in een hotel in Oostenrijk, ze geven de gasten daar het gevoel dat ze thuiskomen. Ik heb er zelf twee zomers gewerkt, in de bediening. Dat is niet precies wat ik later wil, maar het is zo leuk als je mensen een mooie en ontspannen week kunt bezorgen. De Hotelschool? Die vond ik iets te praktisch, misschien ook te makkelijk. Ik wil me eerst breder oriënteren, vandaar een studie op academisch niveau.
Wat was je mooiste reis ooit? Op mijn tiende zijn we naar Zuid-Afrika geweest met ons gezin. Wat me is bijgebleven, is de sfeer toen we op safari waren, dat gevoel van dicht bij de natuur te zijn. Maar Lapland was ook heel gaaf. Alles was wit, besneeuwd. Het landschap straalde veel rust uit. En het is bizar dat je het met vijf lagen kleren nog koud hebt, dat je over een bevroren meer loopt, het lijkt een andere planeet.
Wat doe je als eerste als je thuiskomt? Eten. Ik eet de hele dag door, veel proteïnen en koolhydraten, groente, fruit. Ik sport iedere dag, naast twee tot drie keer snowboarden in de week, ga ik naar de sportschool voor krachttraining en op vrijdag doe ik aan kickboksen.
Wat ligt er op je nachtkastje? [Grinnikt] Dat heb ik niet. Maar op mijn bed ligt mijn telefoon die dienstdoet als wekker en een boek, Het Rosie Resultaat. Dat is deel drie van een serie waarin een autistische jongen de hoofdrol speelt. Het is supergrappig en interessant. In het eerste deel wil hij een vriendin en stelt hij een lijst met eisen op waaraan ze moet voldoen. Uiteindelijk blijkt hij op iemand te vallen die niet aan zijn eisen voldoet. Hij ontdekt zo dat gevoelens zich niet laten leiden door een lijstje dat je wil afvinken.