Onlangs klaagde een collega dat de universiteitsbibliotheek geen exemplaar van Aristoteles’ Retorica beschikbaar had voor de studenten. Misschien is dat geen toeval: onze universiteiten richten hun blik op de toekomst, niet op het verleden. De boekenkasten worden leger, terwijl AI steeds meer terrein wint. De vraag "Hoe gebruik je ChatGPT?" lijkt actueler dan de lessen van een Griekse filosoof. Aristoteles is het verleden. AI is de toekomst.
Maar waarom lezen we Aristoteles eigenlijk? Is het zinvol te blijven zoeken naar de ultieme interpretatie van teksten die meer dan tweeduizend jaar oud zijn? Niemand heeft ooit een definitief antwoord gevonden, en wie maalt er nog om wat een filosoof uit de oudheid te zeggen had? Het lijkt een doodlopend spoor. Toch is er een andere reden waarom we oude teksten blijven onderwijzen. We lezen Aristoteles niet om het verleden te herkauwen, maar om de toekomst vorm te geven. Oude teksten heropenen tijdloze vragen. Hoe resoneren Aristoteles' ideeën over retoriek bijvoorbeeld in een wereld vol digitaal populisme?
De zoektocht naar definitieve zekerheid lijkt daarentegen typerend voor AI, dat zich aan het verleden vastklampt. AI-modellen vragen enorme datasets van dingen die al gezegd, gemaakt of geschreven zijn. Ik ben zeker dat in hun dataset ook Aristoteles zit. Maar wat deze modellen doen, is het verleden kopiëren naar de toekomst. Ze extrapoleren wat gisteren waarschijnlijk was naar morgen toe. Maar willen we dat onze toekomst slechts een herhaling van gisteren is?
In de jaren 1960 droomde de Groningse filosoof Lolle Nauta van een ‘antropologie van de toekomst’. Hij doelde niet op cyborgs, maar op het inzicht dat onze toekomst steeds open en onzeker is. Dat vormde voor hem de basis van ethiek: willen we de manier waarop de mens gisteren begrepen werd ook morgen verderzetten? Aristoteles’ Retorica biedt ons bijvoorbeeld een verhaal over hoe mensen elkaar politiek overtuigen. Vinden we dat ook nog een gepaste beschrijving voor de mens morgen? Of willen we de mensheid juist een andere toekomst geven? Het plaatje is dus omgekeerd: wie kiest voor AI, kiest voor het verleden; wie kiest voor Aristoteles, kiest voor de toekomst.
Massimiliano Simons, universitair docent techniekfilosofie (FASoS)