Gek werd ze ervan, op haar werkplek bij de Biobank. In het laboratorium van de faculteit Health, Medicine and Life sciences (FMHL) stond voortdurend een koelkast te brommen. Cobelens, die een gehoorapparaat draagt, ervoer de brom als een ondraaglijk iets. “Je kan het geluid niet filteren als je zo’n apparaat draagt. Alles komt binnen”, vertelt ze afgelopen maandag aan de deelnemers van de workshop, onder wie HR-adviseurs, medewerkers van de arbodienst van de universiteit en het Diversity Office.
Om hen te laten ervaren hoe het is om een gehoorapparaat te dragen, gaat een koptelefoon rond waaruit een voortdurend gekwetter klinkt. Alsof je op een feestje van alle kanten wordt aangesproken maar niet weet wie er nu eigenlijk tegen je praat. Vermoeiend, zo blijkt al na enkele minuten. En hoe is het om weinig tot niets te horen? Cobelens deelt oordopjes uit, het geluid verstomt direct en het is moeilijk te volgen wat er wordt gezegd. Mensen gaan direct zachter praten. “Het is alsof je naar binnen keert en niet meer meetelt”, klinkt het.
Uitgeput
Ook Cobelens kreeg dat gevoel. Ze meldde zich hiermee meer dan eens bij haar baas, maar voelde zich niet gehoord. “Ik dacht echt dat ik er alleen voor stond”, vertelt ze. “Ik ging steeds harder werken om mezelf maar te bewijzen. Dat leidde ertoe dat ik steeds meer in mezelf keerde.” Ze zet alles op alles om toch vooral te laten zien dat ze meetelt op de werkvloer, ondanks haar beperking. Naast haar werk op de universiteit, volgt ze ook een opleiding tot ergotherapeut. Tot ze het niet meer volhoudt. “In 2018 ging bij mij het licht uit. Ik kon niet meer.”
Lang wordt gedacht dat Cobelens’ burn-out te maken heeft met de hoeveelheid werk die ze verzet, maar na onderzoek van een arbeidsdeskundige blijkt het geluid op haar werkplek de boosdoener. Cobelens komt uiteindelijk terecht bij HR-adviseur Pierre Schröder die haar graag wil helpen, maar ook worstelt hoe met de situatie om te gaan. “Ik realiseerde me niet altijd waar zij tegenaan liep.” Hij geeft het voorbeeld van een intercom bij de universiteitsgebouwen waar mensen zich kunnen melden maar waar Cobelens niks aan heeft.
Uiteindelijk kan ze niet verder bij de universiteit. “Dat was geen pretje”, erkent ze. “Er zit veel pijn, al beschik ik over een flinke dosis humor. Door mijn verhaal te vertellen wil ik de weg plaveien voor mensen na mij met een beperking, en met name een auditieve, binnen de universiteit.” Dat doet ze vanuit haar nieuwe vakgebied: ze is de enige in Nederland die zich heeft gespecialiseerd in ergotherapie voor mensen met een auditieve beperking.
Onafhankelijkheid
“Er is veel onwetendheid”, erkent Schröder, “mensen durven het vaak niet te bespreken met hun baas of met personeelszaken. De drempel is hoog, hoe zorgen we ervoor dat die naar beneden gaat?” Maak minder regels, vergemakkelijk de protocollen, en vraag niet direct wat het kost, klinkt het eensgezind onder de aanwezigen. “En maak mensen niet afhankelijk”, voegt Cobelens eraan toe. “Een beperking betekent niet dat mensen dom zijn, maar zo worden ze vaak wel behandeld.”
Binnen de UM is de les van Cobelens een waardevolle geweest. Er is beleid in de maak voor mensen met een functiebeperking, vertelt Netty Bekkers namens het Diversity & Inclusivity Office. “We staan aan de vooravond van een grote sprong om mensen met een beperking meer te betrekken, de universiteit moet een plek zijn waar je welkom bent.” Of zoals Schröder het zegt: “Het gaat niet om de vraag 'ten laste van wie', maar 'ten gunste van wie'.”