Natuurlijke of niet-natuurlijke dood? “De vraag moet zijn waarom iemand is overleden”

Natuurlijke of niet-natuurlijke dood? “De vraag moet zijn waarom iemand is overleden”

Nederlands systeem van postmortaal onderzoek laat te wensen over, concludeert forensisch arts en promovenda

29-10-2024 · Wetenschap

Wanneer iemand doodgaat, moet een arts niet alleen het overlijden vaststellen, maar ook de oorzaak ervan – zo wordt althans verwacht. Toch gaat het invullen van de overlijdensakte verrassend vaak mis, concludeert forensisch arts Cécile Woudenberg-van den Broek. Ze promoveerde onlangs op het onderwerp en stelt dat het Nederlandse systeem onduidelijk, foutgevoelig en zelfs in strijd met Europese afspraken is.

De problemen beginnen al bij de eerste vraag die een arts zich moet stellen: is het een natuurlijk overlijden of niet? “Bij dat eerste kun je denken aan een ziekte of een complicatie na een ingreep”, zegt Woudenberg-van den Broek. “In de andere categorie vallen bijvoorbeeld suïcide, euthanasie, medische fouten of een misdrijf, iets van buitenaf.”

Het Nederlandse systeem maakt van oudsher onderscheid tussen een natuurlijke en niet-natuurlijke dood. Maar zo simpel als dat lijkt, is het uiteindelijk toch niet, waarschuwt de promovenda die acht jaar onderzoek deed voor haar proefschrift Death in Denial. “Bacteriën of virussen komen ook van buitenaf”, waarmee ze maar wil zeggen hoe gemakkelijk fouten kunnen worden gemaakt.

Overlijdenspapieren

“Laten we simpel beginnen. Als iemand sterft, moet er worden geschouwd. Zo staat het in de Nederlandse wet”, vertelt Woudenberg-van den Broek. De huisarts óf behandelend arts moet na uitwendig onderzoek vaststellen of een persoon daadwerkelijk is overleden en waaraan. “Pas als die overtuigd is van een natuurlijke dood mogen de overlijdenspapieren worden afgegeven.”

En daar gaat al het nodige mis. “Als iemand thuis is gestorven, blijft de huisarts soms rustig op de drempel van de kamer staan, werpt een blik naar binnen en tekent de overlijdenspapieren, terwijl er dus niet echt is gekeken. Misschien heeft de patiënt wel onverklaarbaar letsel en is het helemaal niet zo natuurlijk.” Het kan zelfs nog gekker. “Ik heb meegemaakt dat iemand werd doodverklaard, die niet dood bleek te zijn.”

Zo kent het Nederlandse systeem meer onvolkomenheden, bijvoorbeeld als het gaat om onafhankelijkheid. “Stel, iemand overlijdt in het ziekenhuis. Dan is de behandelend arts degene die schouwt en beoordeelt of er een fout is gemaakt of dat het gaat om een complicatie.” In het eerste geval is er sprake van een niet-natuurlijke dood en dat zal een arts niet snel willen toegeven. “Het is als de slager die zijn eigen vlees keurt.” 

Forensisch arts

Zodra er enige twijfel is of iemand wel op natuurlijke wijze is gestorven, volgt een ander traject: dan gaat een forensisch arts - zoals Woudenberg-van den Broek - aan de slag. “Dat kan zijn op een plaats delict, als er een misdrijf is gepleegd. Maar dus ook als er bedenkingen zijn over een sterfgeval. Ik kan dan alsnog concluderen dat er niks aan de hand is en vaststellen dat het een natuurlijke dood is”, legt ze het proces uit.

“Maar als ik vind dat juist meer onderzoek nodig is, bel ik de officier van justitie en adviseer ik een gerechtelijke sectie.” Vanaf dat moment neemt het NFI, het Nederlands Forensisch Instituut, de zaak over en zit haar werk erop. “Voor de duidelijkheid: ik snij dus niet, ik doe een uitwendige schouw.”

Het vakgebied van Woudenberg-van den Broek is minder bekend dan je wellicht zou verwachten in de medische wereld en dat komt doordat het niet thuishoort in het standaard curriculum van de geneeskunde. “Sommige artsen weten niet eens van ons bestaan”, verzucht ze.

Die onwetendheid zie je terug in de praktijk, waarin nog vaak te makkelijk een verklaring van natuurlijk overlijden wordt afgegeven. “Daar rammelt het. Slechts 6,7 procent van de artsen vult de overlijdenspapieren correct in. Ze weten niet beter, omdat ze het in de opleiding niet meekrijgen en in de praktijk alleen het voorbeeld krijgen van hun leermeester. Maar die weet het ook vaak niet.”

Afspraken geschonden

Wat de promovenda betreft, gaat het Nederlandse systeem grondig op de schop en worden de termen natuurlijke en niet-natuurlijke dood losgelaten. Niet in de laatste plaats omdat met het onderscheid artikel 2 van het Verdrag voor de Rechten van de Mens wordt geschonden. “Daarin staat dat je recht hebt op leven, de staat moet dat beschermen”, legt Woudenberg-van den Broek uit. “Dat betekent ook dat als iemand overlijdt, er onderzocht moet worden of dat recht geschonden is en de dood voorkomen had kunnen worden.” Om aan die eis te voldoen, is het zaak feiten, oorzaken en aard van overlijden goed in kaart te brengen. “En dat doen we dus heel slecht.”

Ze noemt Engeland als goed voorbeeld. “Daar is de vraag die een arts zichzelf moet stellen ‘how did the person come by their death’? Dus ‘waarom is iemand overleden’?” Het is een essentiële vraag, meent ze, want pas als je dat weet, kunnen vervolgstappen worden gezet. Bijvoorbeeld strafrechtelijk, als er sprake is van een misdrijf. “Maar je kunt ook maatschappelijk ingrijpen. Dat laatste vind ik belangrijk, dat je ook iets verder kijkt.”

Eén zaak in Engeland is haar goed bijgebleven, een rugbyspeler overleed na een klap op zijn hoofd. “Hij wilde aanvankelijk verder spelen, gaf zelf aan dat het kon, en viel uiteindelijk dood neer. Iedereen snapt wat daar is gebeurd, maar na onderzoek door de Engelse coroner, een speciaal soort jurist, is er toch een belangrijk advies uitgerold.” Bij alle rugbywedstrijden is voortaan een verpleegkundige aanwezig die beoordeelt of iemand na een klap wel verder kan spelen. “Daar ga je uiteraard niet alles mee voorkomen, maar ik vind het heel mooi dat je maatschappelijk ook iets doet met wat er is gebeurd.”

Foto: Shutterstock

Tags: forensische geneeskunde, promovenda, death in denial, doodsoorzaak, overlijden

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.