Met een zo complex onderwerp is het belangrijk om geen al te hoge verwachtingen te koesteren, zegt Olga Zvonareva. Ze is filosoof bij de vakgroep Metamedica en doet onderzoek naar het snijvlak van politiek en wetenschap. “Denk niet dat een tool, hoe die er ook uit gaat zien, een wondermiddel is. Hij kan heel goed zijn, maar dit zijn complexe problemen waarbij allerlei zaken met elkaar verweven zijn. Daar is niet één simpele oplossing voor.”
Verwacht ook niet, zegt ze, dat je politiek en wetenschap kunt scheiden: “Ze zijn altijd met elkaar verbonden.” De publieke opinie, de politieke wind die er waait: dat wat burgers in democratieën belangrijk vinden, zie je terug in de keuzes die in de wetenschap worden gemaakt.
Onder autoritaire regimes is die invloed vaak duidelijk onwenselijk. “Als je in Rusland op dit moment ook maar iets rondom ‘gender’ probeert te doen, of dat woord zelfs maar noemt in je onderzoeksaanvraag, kun je rekenen op onaangename aandacht, mogelijk ook van de veiligheidsdiensten”, vertelt Zvonareva, zelf Russisch. “Er is geen wet die genderstudies verbiedt, maar mensen denken zo vanzelf wel drie keer na voordat ze eraan beginnen.”
Niet hier
Zoiets zal hier natuurlijk nooit gebeuren, denkt de Nederlander nu. Maar hoewel minder heftig, ziet Zvonareva ook in Westerse democratieën zaken die ze “problematisch” vindt. “Ethische commissies zijn bijvoorbeeld steeds meer bezig met mogelijke reputatieschade voor de instelling. Zij beoordelen of er risico’s aan onderzoek verbonden zijn en of het verantwoord is om die risico’s te nemen. Stel, je wil veldwerk doen in een oorlogsgebied, dan is daar een duidelijk risico aan verbonden. Maar bij onderzoekfinanciers – ik heb het gelukkig nog niet bij de Universiteit Maastricht meegemaakt – wordt steeds vaker ook de vraag gesteld: wat betekent het voor onze reputatie als wij met dit onderzoek geassocieerd worden?”
Het betekent dat onderwerpen die mogelijk controversieel of gevoelig zijn, eerder gemeden worden en moeilijk te financieren zijn. “Terwijl universiteiten er juist zijn om ook het onpopulaire, maar wellicht wel maatschappelijk relevante onderzoek te doen.” Ze noemt een recent Canadees voorbeeld waar een onderzoeker – die onderzoek deed naar hulp bij zelfdoding – werd gedagvaard. Hij zou zijn vertrouwelijke data moeten prijsgeven. Op dat moment stond op betrokkenheid bij euthanasie maximaal veertien jaar gevangenisstraf. “Hij wilde de namen van de deelnemers aan zijn onderzoek niet vrijgeven, maar werd daarin niet gesteund door zijn universiteit. Zij trokken hun handen van hem af, bang voor reputatieschade. Weer een drempel voor anderen om ook dergelijk onderzoek te doen.”
Diepgravend
Kortom, je kunt ook met een tool politieke beïnvloeding niet helemaal uitsluiten. Zelfcensuur kan overal een rol spelen. Mede daarom vindt Zvonareva het van groot belang dat wanneer bepaalde instituten onder de loep worden genomen, dat zeer zorgvuldig gebeurt. “Ik hoop dat de HRDD-tool ook inhoudt dat er een commissie komt die elk geval diepgravend onderzoekt.”
Ze is bang dat het “automatisch, dus met alle instellingen in een bepaalde regio, zonder ze individueel te bekijken” verbreken van banden onbedoelde gevolgen kan hebben. “Ik kan uit eigen ervaring zeggen dat nadat Nederland de banden met Rusland verbrak, dit evenveel effect had op zowel overtuigde aanhangers van de oorlog als andersdenkenden, die blijven proberen om respect voor mensenrechten en het internationaal recht in hun onderwijs en onderzoek aan Russische universiteiten te behouden.”
Zaadjes
Wetenschappelijke samenwerking zal geen grote conflicten oplossen of autoritaire regimes ten val brengen, maar zegt Zvonareva, je kunt wel zaadjes planten. “Ten tijde van de Koude Oorlog zijn er altijd contacten blijven bestaan. Dat droeg bij aan het begrip, aan de conversatie. Na het uiteenvallen van de Sovjetunie waren het juist die zaadjes die een enorme bijdrage hebben geleverd aan het openbreken van de oude systemen.”
Een ander nadeel als je de samenwerking opzegt: je hebt minder zicht op wat zich in het gebied afspeelt. “Het is vrijwel onmogelijk om onderzoek te doen in een land zonder dat je plaatselijke contacten hebt. Dus zonder samenwerking gaat het niet. En dat roept de vraag op: helpt een boycot bij het voorkomen van mensenrechtenschendingen? Want dat is het uiteindelijke doel van de HRDD-tool: ervoor zorgen wij als universiteit op geen enkele manier bijdragen aan het schenden van mensenrechten. Dan moet je je afvragen hoe je dat gaat bereiken. En bedenken hoe je voorkomt dat je bondgenoten verliest, geen zaadjes voor een vreedzamere toekomst meer kunt planten en niet meer weet wat er speelt.”
Individuele samenwerkingen
Maar zou dat alles niet in stand kunnen worden gehouden via samenwerkingen tussen individuele wetenschappers? Voorstanders van een boycot benadrukken dat ze daar geen problemen mee hebben. “Tot nu toe – in het geval van Rusland – is het door universiteiten altijd zo geïnterpreteerd dat zodra je samen iets op onderzoeks- of onderwijsgebied doet, dat een institutionele samenwerking is. Want jij vertegenwoordigt een instituut en zij ook. Dat maakt alleen persoonlijk contact mogelijk, mijn e-mails en telefoongesprekken worden niet gecontroleerd. Zodra het professioneel wordt, bevind je je op verboden terrein. Dus tenzij die interpretatie verandert, staat het verbreken van institutionele banden gelijk aan het verbreken van álle banden.”