Dertien eerstejaars studenten European Studies zitten eind september nog maar net op hun stoel als hun tutor, Greta Carlevaro, demonstratief een zalmroze T-shirt met de tekst ‘Ik ben oud en blokkeer jouw promotie’ over haar gewone kleren aantrekt. Het blijft stil in de Engelstalige onderwijsgroep, niemand reageert terwijl de tekst op het shirt overduidelijk niet correspondeert met de leeftijd van hun jonge docent.
Dat gebeurt wel aan het einde van de onderwijsgroep als ze er expliciet aandacht voor vraagt. Is het T-shirt opgevallen? Jazeker, klinkt het. “Is dit een provocatie?”, wil een student weten. “Gaat dit over vooroordelen van ouderen over jongeren? Dat zij meer ervaring hebben en daardoor jonge mensen niet voor vol aanzien?” “Of is dit een verkapte oproep voor meer jongeren aan de UM?”
De tutor, vastbesloten om haar studenten te laten zien dat er ook zoiets als agisme bestaat, gooit het over een andere boeg: “Stel er zou staan: ik ben een vrouw en sta jouw carrière in de weg. Wat zeggen jullie dan?” Dat is seksistisch, klinkt het meteen, dat is discriminerend. “En wat als ik het woord ‘vrouw’ verander door ‘zwart’?”, vraagt Carlevaro. Ook daar hoeven de studenten niet lang over na te denken: “Provocerend en racistisch.”
De tutor gaat door: “Wat is jullie reactie op: ‘Ik ben oud en bang voor computers’.” Er wordt gelachen. “Oké”, vervolgt Carlevaro, “’ik ben vrouw en bang voor computers’.” Weer gelach, maar klinkt het dan: “Het eerste statement is een grap, het tweede is een slechte grap.” “Dus als het over leeftijd gaat is het niet zo erg?”, vraagt de docent.
Jong en de toekomst
Discriminatie op basis van leeftijd zit ingebakken in onze maatschappij, legt Aagje Swinnen, hoogleraar Aging Studies, uit. Weinigen zijn er zich bewust van, ook aan de Universiteit Maastricht. “We hebben het geïnternaliseerd, daarom maken we het nu expliciet door typische vooroordelen op T-shirts te zetten.” Denk aan ‘Ik ben oud en kan niet wachten tot mijn pensioen’, of ‘Ik ben oud en digibeet’, ‘Ik ben jong en innovatief’.
Deze weken lopen medewerkers en studenten - ambassadeurs genoemd - twee dagen in T-shirts met deze uitspraken. Belangrijk is de “visuele contradictie” met de eigen leeftijd van de student of medewerker en de zin op het T-shirt, zegt Swinnen. Denk aan een zestigplusser met de tekst: ‘Ik ben jong en tech savvy.’ Oftewel handig met alles wat met de digitale wereld te maken heeft.
Het project heeft als doel om de dialoog op gang te brengen over agisme: “Op leeftijd gebaseerde vooroordelen, discriminerende praktijken en institutioneel beleid; hoe we denken en voelen over onszelf en anderen op basis van leeftijd.” Met studenten in de onderwijsgroep, maar ook met collega’s bij de koffiemachine. Swinnen: “We willen niet belerend zijn, maar wel aanzetten tot nadenken en zo bijdragen aan een leeftijdsvriendelijkere universiteit.”
In de steek gelaten
Niet voor niets ondertekende toenmalig rector Rianne Letschert in maart 2018 de tien principes voor een leeftijdsvriendelijke universiteit, waarmee de UM als eerste continentale Europese instelling onderdeel werd van het Age-Friendly University (UFA) Global Network. Zo’n universiteit heeft oog voor de noden en wensen van gepensioneerden en van oudere medewerkers. Maar zorgt er ook voor dat de verschillende generaties studenten en personeel meer samenwerken en leren inzien welke waarde elke leeftijdsfase heeft. De intenties waren goed, maar hoeveel is daar in de praktijk van terecht gekomen?
Wat is er bijvoorbeeld gebeurd met een eerder onderzoek van Swinnen in 2019 naar de ervaringen van bijna en pas gepensioneerde wetenschappelijk medewerkers. De uitkomsten waren ronduit schokkend, de titel van het eindrapport laat weinig te raden over: “Care is what you miss from the organization”. De (bijna) gepensioneerde UM’ers voelden zich in de steek gelaten door de universiteit, niet in de laatste plaats omdat op de eerste dag van het pensioen hun e-mailadres verdween (terwijl alumni wel een mailadres houden), de UM-kaart niet meer werkte en de lijst met wetenschappelijke publicaties niet meer op de UM-website stond. “Een administratieve dood”, noemde iemand het. Ook de willekeur was menigeen een doorn in het oog: waar de ene onderzoeker betrokken bleef bij zijn of haar vakgroep, en/of een mooi afscheid kreeg, kon de ander met de stille trom vertrekken.
E-mailadres behouden na pensioen
Navraag leert dat de gepensioneerden inmiddels een nieuwe UM-kaart kunnen aanvragen, zodat men toegang houdt tot de universiteitsbibliotheek. Het e-mailadres is een ander verhaal: dat wordt volgens de UM-procedure nog steeds met het personeelsaccount meteen na het pensioen geblokkeerd. Uitgezonderd zijn medewerkers die nog werkzaamheden verrichten voor de UM, denk aan het begeleiden van promovendi. Of dit in de nabije toekomst nog gaat veranderen, is onduidelijk. Op dit moment werkt de universiteit aan een zogenoemd “off boarding beleid”, vertelt beleidsmedewerker Manon Duchateau. De focus binnen People & Development, het vroegere HR, lag lang op on boarding, klinkt het, het werven en selecteren van nieuw personeel. Nu richt de aandacht zich ook op mensen die vertrekken, of door pensioen, of omdat men elders aan de slag gaat, de off boarding. Dat staat nog in de kinderschoenen.
Op dit moment inventariseert zij de “verbeterpunten” die met de hulp van een werkgroep tot concrete acties moet leiden. In het voorjaar van 2025 moeten de eerste beloften zijn ingelost. Denk aan een “warm afscheid voor iedereen die vertrekt, met waardering en respect voor wat iemand voor de UM heeft betekend”. Maar ook een betere informatievoorziening en begeleiding op weg naar het pensioen. “Niet op het laatste nippertje, dat kan ook al een aantal jaren van tevoren.” Er lopen inmiddels al zes gecertificeerde pensioenambassadeurs rond aan de UM om dit samen met de HR-adviseurs (inmiddels People & Organisation Advisors, POA’s, genoemd) op te pakken. Ook het behoud van het e-mailadres na het pensioen (wat zijn de mogelijkheden?) zal in de werkgroep aan de orde komen, verwacht ze.
Bang
Terug naar het nieuwe onderzoek dat een direct uitvloeisel is van het vorige uit 2019: een van de conclusies was immers dat een cultuurverandering binnen de UM nodig is, wil de situatie van de (bijna) gepensioneerde wetenschappelijke staf verbeteren.
Het was niet heel makkelijk om voldoende ambassadeurs te vinden. Een paar gevestigde wetenschappers was huiverig, of zei in eerste instantie enthousiast toe om zich daarna toch terug te trekken. De reden? Swinnen kan er slechts naar gissen. “Ik vermoed dat een enkeling bezorgd was dat de provocerende uitspraak op zijn T-shirt kan worden gezien als kritiek op de universiteit. Dat is absoluut niet de bedoeling van ons project. Of misschien zijn ze bang om het stempel woke te krijgen.”
De in totaal 25 ambassadeurs van het anti-agisme-project hebben de opdracht om notities te maken van de gesprekken die ontstaan. Swinnen en haar team – bestaande uit lya Malafei, Greta Carlevaro, Sara De Vuyst en Emma Hizette - gaan die analyseren. “Ik verwacht dat we eind 2024 alle data binnen hebben, medio volgend jaar zullen we het onderzoek afronden.”
Oud en wijs
Leeftijdsdiscriminatie ‘past’ in een wereld waar ‘jong zijn’ en ‘jeugdigheid’ de norm is (kijk alleen al naar het beeld dat marketeers in reclames schetsen) en menig vijftig- en zestigplusser blij is met de opmerking: wat zie je er goed uit voor je leeftijd. Het gaat gepaard met tal van stereotypen, aldus Swinnen, die of te negatief of te positief zijn. “Ze gaan uit van niet bewezen aannames over carrière, ambitie, productiviteit, technologie, ervaring, mentaliteit en cognitieve vermogens. Jong staat voor creatief, open minded, snel aanpassen, productief en digitaal handig. Oud staat voor geen zin om te veranderen, out of touch met maatschappelijke en technische verandering, mentaal en fysiek minder capabel. Op één punt scoort ouderdom: dat met het stijgen der jaren de wijsheid toeneemt. En ook dat is niet altijd waar.” Bovendien scheren de stereotyperingen hele leeftijdsgroepen over een kam. Alsof alle twintigers, vijftigers of tachtigers hetzelfde zijn. “We vergeten dat er in een leeftijdsgroep heel grote verschillen bestaan. Al is de categorie ouderen de meest diverse.”
Oké boomer
De eerste indruk op basis van de al binnengekomen notities? “De kennis van leeftijdsdiscriminatie is nog minder dan gedacht. Mensen herkennen het niet, zelfs na uitleg zien ze niet hoe problematisch het is als iemand bijvoorbeeld tegen een zestiger zegt dat hij of zij er nog jong uitziet. Hiermee onderstreep je dat jeugdigheid de norm is en dat succesvol ouder worden betekent dat je helemaal niet ouder wordt. Als je niet meer jeugdig bent, hoor je er niet meer bij. Denk aan de uitspraak: ‘Oké boomer.’ Je wordt weggezet als niet de moeite waard om naar te luisteren: je bent ouderwets en blijven stilstaan.
“En dat moment komt voor ieder van ons op een zeker moment want jeugd is een moveable marker. Je wordt - uiteraard - jong geboren, hebt dan een geprivilegieerde positie, maar langzaam maar zeker treedt ooit de ouderdom in. We mogen meer uitgaan van het individu, niet van de categorieën ‘oud’ en ‘jong’ of ‘boomer’ en ‘generatie Z’. Leeftijd is maar één factor die bepaalt wie je op dit moment bent.”
Wij zijn jong
Terug naar de onderwijsgroep, een international classroom die, zo is Swinnens droom, ooit een intergenerational classroom zal worden. De discussie gaat inmiddels alle kanten op. Over een vader die een nieuwe studie wilde doen, maar geen tijd had om de lessen overdag te volgen, over Italië waar jongeren geen werk kunnen vinden en ouderen de dienst uit zouden maken. Als de les ten einde is concludeert Carlevaro: “Als het gaat over racisme of seksisme hebben jullie dat meteen door, maar als het gaat over leeftijdsdiscriminatie niet.” Het valt even stil. Dan vertolkt een student de gedachten van de groep: “Onderling hebben we het er niet over, wij zijn jong, we denken er nooit over na.”