Eind oktober 1986
Het is mooi meegenomen, moet de 19-jarige economiestudente Desiree de Roo erkennen. Ze heeft net haar eerste basisbeurs van 293 gulden ontvangen (omgerekend naar nu: zo’n 130 euro) dankzij de Wet Studiefinanciering die eerder deze maand is ingevoerd. Voortaan krijgen zowel thuiswonende als uitwonende studenten een vast geldbedrag en dat komt de studente heel goed uit. “Ik heb net mijn collegegeld (1604 gulden, zo’n 710 euro) betaald en elk dubbeltje dat nu weer binnenkomt, kan ik wel gebruiken.”
Ze is niet de enige die er zo over denkt, al hebben sommigen in haar omgeving fel geprotesteerd tegen de nieuwe regeling. “Zij zeggen dat het niet eerlijk is dat studenten met rijke ouders evenveel krijgen als studenten uit een gezin waar ze het minder breed hebben.” Een paar studiegenoten van De Roo hebben nog naakt geprotesteerd op het Binnenhof, om uit te leggen dat ze zich uitgekleed voelen door minister Deetman van Onderwijs. Kreten als ‘Deetman, je snapt er geen reet van’ duiken veelvuldig op in gesprekken op de universiteit.
De Roo concentreert zich liever op haar studie die ze binnen vier jaar wil afronden, om eventuele boetes te ontlopen. “In de nieuwe wet staat dat studenten die langer dan zes jaar over hun studie doen, meer collegegeld moeten betalen. Zij krijgen straks een verhoging van 40 procent, dat zie ik niet zitten.”
De studente gaat zorgvuldig om met haar geld. Zo moet ze onder andere rekening houden met een jaarlijks bedrag van 800 gulden (zo’n 356 euro) voor boeken en leermiddelen. “Gelukkig hebben mijn ouders aangeboden om dit jaar mijn zorgverzekering te betalen. Die is 450 gulden (zo’n 200 euro), het scheelt enorm dat ik me daar niet druk om hoef te maken.”
Een andere meevaller is dat De Roo voorlopig nog thuis kan blijven wonen. Ze had graag op kamers gewild, maar ondanks een uitgebreide zoektocht en talloze hospiteeravonden heeft ze geen geschikte woonruimte kunnen vinden. Dat betekent wel dat ze elke dag op en neer moet fietsen naar de universiteit vanuit haar geboortedorp. “Een half uur heen en dan weer terug. Het is te doen, zeker als je bedenkt dat het me niks kost.”
Dat laatste geldt niet voor De Roo’s vriendin. Zij ontvangt een uitwonende beurs van 626 gulden (zo’n 278 euro), waarvan de helft - 330 gulden (zo’n 147 euro) - opgaat aan de huur van een kleine kamer in de binnenstad. “Ze moet de keuken en de badkamer delen met twee anderen. Dan kies ik toch liever voor mijn zolderkamer.”
Als ze niet studeert, of thuis is, werkt De Roo in het plaatselijke café, waar ze zoveel mogelijk uurtjes probeert bij te springen. Dat levert haar elke maand gemiddeld zo’n 160 gulden op (71 euro). “En vergeet de fooien niet”, voegt ze eraan toe. “Die zijn ook heel welkom.”
Zomer 2003
Nog net op tijd heeft Pieter de Wit een kamer weten te vinden. “Het was een helse zoektocht, maar twee dagen voor de start van het nieuwe studiejaar kon ik verhuizen”, vertelt de 21-jarige student cultuurwetenschappen die bezig is aan zijn tweede jaar. “Mijn broertje heeft minder geluk gehad, hij woont daarom nog thuis en krijgt dus een lagere beurs.” De Wit ontvangt een basisbedrag van 220 euro per maand, zijn broertje moet het doen met zo’n 70 euro.
“Ik heb daarnaast ook nog een lening en aanvullende beurs, mijn ouders verdienen niet zo veel, waardoor ik uiteindelijk op bijna 700 euro per maand uitkom. Ik heb dat ook wel nodig”, denkt De Wit. Hij is niet de enige: uit cijfers van de Informatie Beheer Groep, die de beurzen uitkeert, blijkt dat er vorig jaar - 2002 - voor 478 miljoen euro is geleend. Dat is fors meer dan vijf jaar geleden toen studenten zich voor bijna 249 miljoen euro in de schulden staken.
Een paar maanden geleden stond De Wit met zo’n achtduizend studenten op het Haagse Malieveld, om te demonstreren tegen een verdubbeling van het collegegeld en lagere beurzen. “We hielden het heel beschaafd, met een protestmars langs het Binnenhof en de bezuinigingen zijn mooi van tafel”, glundert De Wit.
Van zijn beurs en aanvullingen betaalt de student onder andere zijn collegegeld (1445 euro), boeken, andere leermiddelen en de huur. Hij woont net buiten het centrum van Maastricht en heeft een ruimte van 21 vierkante meter waarvoor hij 360 euro betaalt. Daarmee zit hij wel boven de gemiddelde huurprijs van 15,70 euro per vierkante meter in de stad, maar nog altijd onder de prijzen die in Amsterdam gangbaar zijn. Daar vragen verhuurders bijna 27 euro per vierkante meter.
Elke zaterdag en twee avonden per week werkt de student bij de Makro, de groothandel voor de horeca. Dat levert hem nog eens 330 euro per maand op. “Ik zou misschien ergens anders meer kunnen verdienen, maar dan is het vaak zwart en op onregelmatige tijden. Het is echt wel aanpoten, van mijn ouders heb ik de tip gekregen om precies op te schrijven wat er binnenkomt en wat er uitgaat.”
Op dat lijstje noteert hij onder andere zijn fitnessabonnement en zijn ziektekostenverzekering, die hem samen ongeveer 50 euro per maand kosten. En de boodschappen? “Die doe ik twee keer in de week, ik pak de normale dingen, zoals brood, wat beleg, fruit, melk, frisdrank. Ik let op, maar koop wel gewoon een biertje.”
De Wit schat dat de tochtjes naar de supermarkt hem zo’n 30 euro lichter maken. Wat hij overhoudt, gaat op aan zijn mobiele telefoonabonnement, avondjes stappen en af en toe nieuwe kleding of schoenen. “Een broek van honderd euro koop ik nu niet meer zo snel.”
September 2024
“De zomer is voorbijgevlogen”, verzucht de 20-jarige rechtenstudente Marieke Witmaker. Ze maakt zich op voor haar derde jaar, met een studiebeurs, een jaar geleden is die opnieuw ingevoerd. “Ik heb nu nog twee jaar recht op een basisbeurs en een aanvulling, voor het restant van mijn studie. En dat is heel prettig”, zegt de studente die bij DUO ook dit jaar nog een collegegeldkrediet en een lening heeft afgesloten. “Toen ik begon met mijn studie, had je het leenstelsel, dus ik ben wel gewend om wat lenen”, lacht ze. “Maar leuk is anders.”
Alles bij elkaar opgeteld ontvangt Witmaker 1264,49 euro, heeft ze uitgerekend. Ze woont op kamers en krijgt 302,39 euro. Daarbovenop heeft ze een aanvullende beurs van 457,60 euro, omdat haar ouders weinig tot niets kunnen bijdragen. “En dan dus nog die lening en het krediet, waarmee ik mijn collegegeld van 2530 euro betaal. Ook moet ik mijn huur ophoesten, ik woon aan de rand van Maastricht voor 515 euro.” Daarmee zit de derdejaars studente nog onder het landelijk gemiddelde. Haar vriend, die in Amsterdam is neergestreken, legt maandelijks ruim 900 euro neer voor wat Witmaker “een bezemkast” noemt. “Iets anders kan ik er niet van maken, hij heeft echt nauwelijks ruimte.”
Behalve die twee grote kostenposten, heeft de rechtenstudente nog een hele waslijst aan vaste lasten. “Ik zag een tijdje geleden zo’n berekening langskomen, die klopt aardig.” Witmaker doelt op het huishoudboekje van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting, het Nibud. Daarin staan onder andere wat de uitgaven zijn voor boodschappen (244 euro per maand), studieboeken en leermiddelen (41 euro), een telefoon-, televisie- en internetabonnement (71 euro) en verzekeringen, zoals die voor aansprakelijkheid en zorg. “De premie voor de basisverzekering is inmiddels 134 euro en de aanvullende polis kost nog eens 24 euro. Ik heb zorgtoeslag aangevraagd en daardoor vallen die kosten wel wat lager uit, gelukkig.”
Om af en toe ook nog wat leuke dingen te kunnen doen, werkt Witmaker in de plaatselijke supermarkt. Ze draait 16 uur in de week mee achter de kassa voor een bruto uurloon van 10,94 euro. “Ik zou heus wel meer willen werken, maar nog veel liever ben ik gewoon op tijd klaar met mijn studie, voordat de langstudeerboete eraan komt.”
Daarmee loopt ze vooruit op de plannen van het kabinet dat in 2026 geld wil zien van studenten die meer dan een jaar uitlopen, zij moeten 3000 euro collegegeld extra betalen. Dat ziet Witmaker niet zitten: ze heeft al genoeg financiële ‘uitdagingen’, met een inmiddels opgebouwde studieschuld. En daarin is ze niet de enige. De gemiddelde schuld van alle (oud-) studenten ligt rond de 18 duizend euro, met uitschieters naar vijftigduizend euro en zelfs meer dan een ton, becijferde het Centraal Bureau van de Statistiek onlangs.
“Ik denk daar liever maar niet over na”, zegt Witmaker. “Het is er allemaal niet makkelijker op geworden. Als ik kijk naar wat mijn ouders kregen aan beurs en ik nu, zie ik niet eens zo veel verschil. En voor mijn gevoel was het leven toen echt wel wat goedkoper. Misschien pak ik vanavond wel een filmpje om mijn gedachten te verzetten.” Daarvoor heeft ze nog wel wat budget over, verzekert ze. “Voor zaken als sport, ontspanning en een avondje uit, leg ik elke maand zeker nog wat opzij. Dat blijf ik doen.”