Ik ben de nieuwe Fons Elbersen. Ik moet meteen denken aan een artikel in de NRC over gedrag op de werkvloer. Komt de directeur met de nieuwe stagiaire langs en zegt hij: ‘Dit is de nieuwe Anne.’ Alsof ze inwisselbaar zijn. Iedereen brengt juist iets bijzonders mee. Ik kom van buiten de UM, heb lang in de culturele sector gewerkt. Fons, mijn voorganger en oud-journalist, zat veel op de woordvoering en heeft fantastisch werk verricht rondom de hack. Het was goed om zo transparant te zijn over wat er gebeurd was, die aanpak onderschrijf ik. Maar woordvoering is niet mijn vakgebied, daarvoor hebben we drie goede mensen in dienst. Ik kom vanuit de bedrijfskunde en houd me bezig met strategische communicatie: hoe wil de universiteit zich laten zien in de buitenwereld en aan potentiële studenten en medewerkers? Dat wil ik scherp krijgen.
In de friettent bestel ik … Poeh, wanneer ben ik daar voor het laatst geweest? O ja, dat was in Maastricht, met mijn partner op een mooie avond in de week vóór de INKOM. Een frietje met zoervleis en Belgische mayonaise op de Kommel. We aten samen uit een puntzak.
Wat is er moeilijk aan de liefde? [Het blijft even stil] Je moet blijven praten met elkaar, communiceren. Dat lukt niet altijd, soms verlies je je in de waan van de dag. Ik woon van maandag tot en met donderdag in Maastricht, op vrijdag werk ik thuis in Amsterdam. Het weekend probeer ik vrij te houden voor mijn familie en vrienden. Ik heb niet het gevoel dat ik veel mis nu ik vaak van huis ben. Als ik Orris zie, heb ik alle aandacht voor hem. Toen ik nog eigen ondernemer was liepen werk en privé super door elkaar. Als ik er nu ben, ben ik er echt. En het is ook verfrissend om soms samen met Victoria en Orris te zijn en soms alleen.
Ik erger me aan … Het politieke klimaat met zijn totale gebrek aan empathie voor andermans perspectieven. Aan politici die bij conflicten olie op het vuur gooien en vergeten dat ze een voorbeeldfunctie hebben, die de mond vol hebben van normen en waarden, maar zich daar zelf niet aan houden.
Wanneer heb je voor de laatste keer hard gelachen? Vorig weekend. Mijn vader vierde zijn 71ste verjaardag met de hele familie: mijn moeder, mijn broer, zussen, aanhang en zeven kleinkinderen. Het was zijn laatste verjaardag, hij heeft een uitgezaaide hersentumor en gaat dood. Alles krijgt daardoor een bijzondere betekenis. Maar toen we ‘lang zal hij leven’ gingen zingen, moesten we lachen, ondanks alle ellende. Hij ook.
Wat voor een kind was je? Ik was nieuwsgierig en lief en hield enorm van voetballen, droomde van een profcarrière, maar ik was niet goed genoeg. Dat wist ik al bij de E-tjes want ik kwam niet in het eerste team. Ik kom uit een echt middenstandsgezin. Mijn ouders hadden een delicatessenzaak. Ik ben een nakomertje, mijn zussen (een eeneiige tweeling) zijn zes jaar ouder, mijn broer is acht jaar ouder. Iedereen had het druk en dus regelde ik veel zelf: met wie ik ging spelen en waar. Wij waren al vroeg zelfstandig en gaan onze eigen weg, maar als er iets is, dan zijn we er voor elkaar.
Het moeilijkste aan deze baan is... Dat je moet opereren in een organisatie die soms ondoorzichtig is. Wat ik daarmee bedoel? Ik ben het niet gewend dat je voor iets verantwoordelijk bent, maar er niet volledige zeggenschap over hebt – dat je soms iets moet leveren, maar dan niet gaat over het geld dat je daarvoor nodig hebt.
Wat zou je aan jezelf willen veranderen? [Denkt na] Niets eigenlijk, ik ben een tevreden mens. Ik leer nu heel veel in deze nieuwe baan. Dat is een rode draad in mijn leven, ik koos steeds voor plekken en situaties waar ik veel kan leren. Ik heb in de culturele sector gewerkt en die is net als de UM heel inhoudelijk gedreven. Mijn klanten waren vaak klein en werken met kleine budgetten, daardoor zijn ze heel creatief en inventief. Ik hoop die kennis mee te nemen naar de UM.
Valkuil? Mijn ongeduld. Ik heb veel ideeën, wil daar meteen mee aan de slag, maar moet geduld en respect opbrengen voor de universiteit die al bijna vijftig jaar bestaat en waar zaken op een bepaalde manier zijn gegroeid. Ik zou graag sneller stappen zetten, bijvoorbeeld als het gaat om de website en andere digitale communicatie. Die website is onlangs al verbeterd, daar ben ik blij mee, maar er kan nog meer. Ik wil nu met een externe digitale strateeg aan de slag die ons verder uitdaagt.
Mijn geduld wordt bij de UM op de proef gesteld, maar ook thuis. Als we te laat wakker worden en Orris moet naar de oppas dan heb ik haast, maar zo werkt het niet bij een driejarige. Die wil nog even met zijn auto’s spelen. Ik wil heel graag het leven op mijn eigen manier invullen, maar dat lukt niet altijd met een peuter en ook niet [lacht] met een organisatie van 4500 medewerkers.
Guilty pleasure? Ik heb een jaar in Moskou gewerkt (2013-2014, in de aanloop naar de annexatie van de Krim) bij het Strelka Institute als research fellow in urban strategy. Ik heb daar veel vrienden gemaakt en ben gefascineerd geraakt door de Russische cultuur. Hier in Nederland lijken de mensen open, maar zijn het niet per se. Daar is het andersom: als je ze leert kennen, stellen ze hun huis en hart voor je open. Ze koken voor je, je hebt nachtelijke gesprekken, gaat uit. Sinds de oorlog in Oekraïne – waar ik volledig tegen ben – is mijn fascinatie voor Russische cultuur een soort guilty pleasure geworden.