“Kunnen we ophouden met de virtuele wereld een ‘bijna-echte’ realiteit te noemen?!”

“Kunnen we ophouden met de virtuele wereld een ‘bijna-echte’ realiteit te noemen?!”

"Deze benadering leidt ons weg van de vragen die we moeten stellen"

28-11-2024 · Opinieartikel

Door virtuele werelden af te doen als ‘bijna echt’, kom je niet toe aan de kritische vragen die ertoe doen, zoals in hoeverre ze bijdragen aan relaties of betekenis geven, schrijft filosoof Ike Kamphof in dit opinieartikel.

Discussies over virtuele werelden zijn opnieuw opgelaaid in de media, naar aanleiding van de Netflix-documentaire The Remarkable Life of Ibelin, die 25 oktober verscheen. Centraal staan de avonturen, vreugdes en romances van tiener Mats Steen, die op 25-jarige leeftijd overleed aan spierdystrofie. Zijn ouders vreesden dat zijn leven – hij was gekluisterd aan een rolstoel en verslaafd aan het online rollenspel World of Warcraft – was verspild in de virtuele wereld. Totdat ze na zijn overlijden werden overspoeld met dierbare verhalen van echte vrienden die Mats’ alter ego Ibelin online had gemaakt. De documentaire biedt belangrijke inzichten over virtualiteit.

Virtualiteit

Wat is virtualiteit? De term heeft meerdere betekenissen, ik zal er hier een paar noemen die steeds terugkeren in maatschappelijke debatten over virtuele werelden.

Een tiener die wil gaan feesten, kondigt aan dat ze hun huiswerk ‘virtually’ helemaal afhebben. Lees: bijna. Dit ‘bijna’ achtervolgt ons in discussies over door technologie gegenereerde virtuele werelden. Net als de Latijnse wortel ‘virtus’ verwijst ‘virtueel’ naar perfecties die bestaan, maar nooit volledig worden geëffectueerd.

De ontwerpers van deze virtuele werelden doen hun best om ze – online of toegankelijk via een headset – tot een overtuigende ervaring te maken. In deze context wordt virtualiteit niet gemeten aan de hand van hoe realistisch het is, maar hoe zeer iemand zich erin ondergedompeld voelt. Vaak met de kanttekening dat volledige onderdompeling bijna wordt bereikt – dat ligt, net als de deugden (virtues), voor altijd in de toekomst.

Hyperrealiteit

Critici van virtuele werelden—zoals de bekende MIT-professor Sherry Turkle—benutten het door het woord bijna aangeduide verschil op hun eigen manier. Virtualiteit simuleert de realiteit, stellen zij, maar mist de rijkdom en complexiteit ervan en daardoor ook de authenticiteit. Tegelijkertijd zien zij een duistere kracht in dat bijna. Het bijna zou weleens precies kunnen zijn wat gebruikers daadwerkelijk willen van de realiteit. Virtualiteit is verleidelijk, we gaan er vereenvoudigde, soepel lopende en risicovrije ervaringen door verkiezen boven de rommelige, weerbarstige werkelijkheid. Virtualiteit wordt hier een geïdealiseerde ontsnapping aan de feiten van het leven.

Merk op hoe de deugden en gebreken van realiteit en virtualiteit hier opeens verschuiven. Het virtuele is niet meer bijna echt naar superecht – een soort hyperrealiteit, waarbij de werkelijkheid banaal afsteekt, in plaats van rijk.

Dergelijke critici kijken met afschuw naar wat mijn collega en ik onderzoeken: op de natuur gebaseerde interventies in dementiezorg, zoals virtualiteitsinstallaties die een tuin- of boswandeling nabootsen voor bewoners van gesloten psychogeriatrische afdelingen. Door de virtuele natuur wandelen wordt beschouwd als een Ersatz-ervaring. Misschien beter dan niets. Maar er klinken waarschuwingen: overbelaste zorgverleners zullen ze misschien als beter dan alles gaan zien en bewoners zullen hun smaak voor de echte wereld verliezen. Hoe groen is de natuur wel niet in de installatie, hoeveel vogels tjilpen er wel niet, overal vlinders, een eeuwige lente!

Naar hun mening concurreert virtualiteit met de realiteit, imiteert, simuleert en vervangt het, en door te verschuiven van bijna echt naar superecht, overtreft het de realiteit en bespot het onze gehechtheid eraan. Deze benadering helpt niet en leidt ons weg van de vragen die we wél moeten stellen over virtuele werelden.

Echte spierpijn

Ten eerste, zoals The Remarkable Life of Ibelin laat zien, heeft het leven in virtuele werelden echte effecten, zoals vriendschappen. Zoals het genezen van je trauma, doordat je virtueel je fobieën onder ogen hebt gezien. Zoals echte spierpijn oplopen van een virtueel potje tennis. En zoals echte tranen teweegbrengen door een onderdompeling in een zingend, computer gegenereerd bos.

Ten tweede heeft virtualiteit niet alleen echte effecten, het was altijd al onderdeel van de realiteit. Filosofen maken een onderscheid tussen virtualiteit en mogelijkheid. Het mogelijke kan wel of niet worden gerealiseerd, zoals de verkiezing van Donald Trump als de 47e president van de Verenigde Staten. Het virtuele wordt niet gerealiseerd—dat is de fout in de logica van het bijna. Het wordt geactualiseerd, concreet gemaakt, niet door vooraf gegeven werkelijkheden te weerspiegelen, maar door deze te differentiëren. Wat zal het 47e presidentschap worden, een gouden tijdperk of een nieuwe vorm van fascisme, zoals Timothy Snyder stelt (The New Yorker, 8 november 2024)?

Kritische vragen

Virtualiteiten zijn ontastbaar, zoals ‘gemeenschap’ of ‘vertrouwen’, en uiten zich op verschillende manieren. Het zijn relaties die ontstaan uit het spel tussen kunstmatige bomen, vogels en creatieve mensen van vlees en bloed, met en zonder dementie. Ze kunnen actueel worden als het ontwerp van zulke installaties meerdere momenten van vreugde en verbinding mogelijk maakt, in plaats van bijna, maar nooit helemaal echt te zijn. Kritische vragen richten zich daarom op hoe goed bepaalde installaties wederzijds spel en verbeelding bevorderen, voorbij de bestaande hiërarchieën tussen patiënten en zorgverleners.

Tot slot: The Remarkable Life of Ibelin, alias Mats Steen, gaat niet over een virtueel leven dat bijna net zo goed is als een echt leven, omdat het ervaringen zoals vriendschap, strijd en liefde bevatte, zoals nieuwsberichten suggereren. Het gaat over het realiseren van deze ervaringen op andere manieren, door ze te differentiëren. Virtualiteit is het materialiseren van gemeenschap en vertrouwen in uitdagende tijden. Het gaat over huiswerk dat af is, alleen niet op de verwachte manier —maar zeg dat laatste alsjeblieft niet tegen onze studenten.

Ike Kamphof, universitair docent wijsbegeerte bij de Faculty Arts and Social Sciences

Auteur: Redactie

Foto: Bradley Hook via Pexels

Tags: filosofie,virtuele werelden,realiteit,ouderenzorg

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.