Een ander staflid vertelt in gebrekkig Nederlands wat haar functie bij de UM is. De anderen luisteren aandachtig en moedigen haar aan door te gaan. Dit is de eerste editie van de Dutch Lunch – twee keer per maand een gezellige bijeenkomst in het Nederlands tijdens lunchtijd – met vandaag twee native speakers en drie buitenlanders, onder andere uit Spanje en Italië
Betrokken zijn
Het initiatief om collega's op weg te helpen met hun Nederlands kwam van Michelle Scheffers, Monica Garcia-Salmones Rovira en Massimo Fichera. Alleen voor Scheffers is het haar moedertaal, maar ze weet dat het “voor internationals niet makkelijk is om in een formele setting ineens Nederlands te gaan leren”. En ook als het minder formeel is, in pauzes van onderwijsgroepen bijvoorbeeld, “schakelen Nederlandse collega’s en studenten liever over op hun eigen taal. Op zulke momenten voel je je meer betrokken als je Nederlands spreekt", zegt de Spaanse Garcia-Salmones Rovira.
Omschakelen
De deelnemers volgen of volgden allemaal al taalcursussen bij het UM-talencentrum. Vaak met de nodige hindernissen: “De lessen zijn midden op de dag, ik moet mijn lunch vaak overslaan om erbij te zijn”, klinkt het. Avondlessen zijn ook lastig. Na een dag in het Engels werken is omschakelen naar het Nederlands zwaar. “Bij zo’n lunch is de stap veel kleiner. Geen druk, geen cijfers – gewoon samen oefenen,” vindt Scheffers. Fichera: "Wij zijn erg gemotiveerd, we vinden talen geweldig. En er waren collega’s die mij spontaan hebben gevraagd of ze mee konden doen. Aan de andere kant, niet iedereen was even enthousiast.”
Taal in onderwijs
De landstaal leren is in deze faculteit niet alleen sociaal nuttig. Een Nederlandstalige docent en een Spaanse collega wijzen op het belang ervan binnen specifieke juridische vakgebieden: “Zee- en natuurrecht, bijvoorbeeld – daar kun je echt niet zonder.” Een ander voorbeeld: bijeenkomsten op de faculteit die afwisselend in het Nederlands en Engels plaatsvinden, zoals zogenoemde ‘jurisprudentielunches’.
Alleen maar spanningen
Werd de behoefte aan een initiatief als dit misschien groter door de aangekondigde strengere taalregels van de overheid, waarbij het Nederlands weer belangrijker zou moeten worden dan het Engels? Niet direct, en Garcia-Salmones Rovira vindt de ophef daarover ook nogal overdreven: “De media doen alsof er alleen maar spanningen zijn.” Scheffers: “Iedereen waardeert hier juist de diversiteit en samenwerking. Internationale studenten en medewerkers maken de UM toch uniek.”
En mocht er straks meer taalbeheersing van de buitenlanders verwacht worden, dan hopen ze één ding: dat de lessen meer in werktijd worden geïntegreerd.