Het project Erkennen en Waarderen (E&W: zie kader) zal het gros van het wetenschappelijk personeel bekend in de oren klinken. Maar voor het ondersteunend personeel aan de UM is het nog een bijna onbeschreven blad. Reden voor een commissie van de universiteitsraad om vorige week woensdagmiddag te brainstormen met zowel leden van diverse faculteits- en dienstraden als de vicevoorzitter van het college van bestuur Jan-Tjitte Meindersma en HR-directeur Nieke Guillory.
Een ding is de elf aanwezigen helder, blijkt al snel: bij de wetenschappers zijn de carrièrestappen overzichtelijk, van promovendus tot hoogleraar, al zal niet iedereen uiteindelijk prof. voor zijn naam kunnen zetten. Hoe anders is dat voor het ondersteunend personeel: dat bestaat uit een veelheid aan functies - van mensamedewerker, ict’er, receptionist, managementassistent, directeur tot beleidsmedewerker – die te verschillend zijn voor een one size fits all benadering.
Daar komt bij, zo vertelde een aantal raadsleden, dat lang niet iedereen behoefte heeft aan een andere baan. “Ik wil mijn werk goed doen, ik hoef niet te groeien”, horen ze vaker.
Erkennen en Waarderen is veel meer dan alleen bonussen en de weg naar een ‘hogere’ functie, het zit hem ook en vooral in de kleine dingen, vindt een raadslid van de faculteit rechten. “Er zijn Law Talks voor onderzoekers die zo op de hoogte blijven van elkaars wetenschappelijk werk. Wij willen dit ook voor het obp, zodat zij zien wat hun collega’s even verderop in het gebouw doen.”
Serieus nemen
Er is nog heel wat werk te doen, beseft hij, maar “het belangrijkste is dat het personeel wordt gehoord, dat hun punten serieus worden genomen”. Een raadslid van de faculteit Health Medicine and Life sciences sluit zich daarbij aan: “Er zit veel kennis en ervaring bij het obp, het kost jaren om dat op te bouwen. Maar men erkent dat vaak niet. Mensen gaan met pensioen en weg is de expertise.” Een u-raadslid reageert: “Waarom laten we een vervanger niet een tijdje meelopen met zo’n ervaren pensionado, zoals de huidige vicevoorzitter een paar maanden meeliep met de vorige, Nick Bos? Dat moet toch ook voor het obp kunnen?” Nu komt die opvolger soms pas maanden later, waardoor de zittende staf het werk op moet vangen, met alle gevolgen voor de werkdruk.
Nog een ander punt: “Je voelt je als obp-er niet altijd deel van de academische gemeenschap, we werken hard, zonder ons draait het hier niet, maar toch. Soms plaatsen we er ons zelf buiten, waarom ging er bijvoorbeeld maar zo weinig ondersteunend personeel naar de demonstratie in Den Haag? Maar we worden ook niet altijd behandeld als deel van de gemeenschap.”
Geen idee
Wie wel door wil stromen, heeft vaak geen idee wat mogelijk is. Meer transparantie is nodig, vindt men eensgezind. Het gesprek komt op de cursussen die nodig zijn voor een volgende stap. Wat als de baas nee zegt? Sinds november 2024, zo laat de HR-directeur weten, kan een medewerker zichzelf opgeven voor een cursus, toestemming van de leidinggevende is niet nodig, wel vooraf overleg. En dan de functionerings- oftewel PersoonlijkOntwikkelingsPlan-gesprekken (POP) waarin iemand kan zeggen dat hij graag wil doorgroeien. Ook die blijken nog niet overal gemeengoed, weet Guillory. “Er is beleid, maar niet iedereen houdt zich daaraan.”
Over twee jaar
Dan vraagt vicevoorzitter Meindersma, die aan het begin van de bijeenkomst al vertelde dat hij E&W voor het ondersteunend personeel als een van zijn prioriteiten ziet, naast bijvoorbeeld cybersecurity, “wat moeten wij over twee jaar bereikt hebben op dit gebied?”
Maak transparant en helder wat de taken binnen een bepaalde functie zijn, wat de promotiemogelijkheden zijn en wat je moet doen om op die nieuwe stek te komen, vindt een van de aanwezigen. En zorg dat het ondersteund wordt door de leidinggevende, vult een ander aan. Het is niet de eerste keer dat men deze middag op de cruciale rol van de baas wijst. Ook Meindersma noemt het in zijn afsluiting: “E&W moet in het DNA van de leiders komen. Persoonlijk OntwikkelingsPlan-gesprekken zijn belangrijk, wij moeten hen helpen om die gesprekken te voeren. Die zijn belangrijk voor de medewerkers.”