Opinie: Universiteitsraad: bescherm de academische vrijheid

Opinie: Universiteitsraad: bescherm de academische vrijheid

Kritiek op nieuwe Human Rights Due Diligence Framework

21-01-2025 · Opinieartikel

De academische vrijheid van de individuele wetenschapper staat onder druk door het nieuwe Human Rights Due Diligence Framework, betoogt universitair hoofddocent aan de faculteit psychologie en neurowetenschappen, Ewout Meijer. Hij pleit voor “de expliciete uitzondering van ERC en Horizon2020 projecten, en objectieve criteria die bepalen of een land of partner de mensenrechten schendt”.

Aanstaande woensdag staat het langverwachte Human Rights Due Diligence Framework op de agenda van de openbare vergadering van de universiteitsraad. Het kader poogt te specificeren welke internationale samenwerkingen wel, en welke niet door de beugel kunnen. Kort samengevat wordt daarvoor eerst per land bekeken of er sprake is van mensenrechtenschendingen. Zo ja, dan weegt een commissie van wijzen of de partner in dit land betrokken is bij deze schendingen. Wederom ja? Dan volgt een negatief advies.

Belofte

In de zomer van 2024 beloofden de rectoren van alle Nederlandse Universiteiten in Trouw dat bij het beoordelen van samenwerkingen de academische vrijheid leidend zou zijn. Daar is in het document weinig van terug te zien. Lees even mee met de bijbehorende memo: ‘The UM Global Engagement Policy 2024-2030, adopted by the Executive Board on 22 April 2024, has announced that UM will develop a Human Rights Due Diligence (HRDD) Framework that can be used to assess whether there are indications that our institutional strategic partnerships are involved in serious human rights violations or international crimes.’  Deze terminologie is zorgvuldig gekozen. Er wordt in de discussie over academische vrijheid namelijk een onderscheid gemaakt tussen zulke institutional strategic partnerships aan de ene kant, en individuele activiteiten aan de andere kant. De partnerships zouden aan de hand van het kader getoetst worden. Individuele activiteiten niet, die zouden beschermd zijn door academische vrijheid, zo was destijds de belofte. Maar nu blijkt dat individuele activiteiten weldegelijk beoordeeld gaan worden. Hoe precies blijft onduidelijk. In eerste instantie lijkt er voor deze activiteiten alleen een vrijwillige zelfevaluatie van toepassing, maar later in het document staat dat je als individuele medewerker met de commissie in dialoog moet, en dat de commissie het project vervolgens aan de hand van een volledige procedure kan toetsen. 

Lat moet hoog liggen

En hoe ziet deze toets er precies uit? Hoe wordt precies vastgesteld of er sprake is van mensenrechtenschendingen, of betrokkenheid daarbij? Gezien het gewicht van de beschuldiging mag je verwachten dat de lat hoog ligt. Objectieve, toetsbare criteria als onherroepelijk veroordelingen door internationale gerechtshoven bijvoorbeeld. Maar volgens de lijst van bronnen mag de commissie haar oordeel ook baseren op allerhande andere bronnen als academische publicaties en rapporten van NGO’s zoals het Internationale Rode Kruis. En dan staat er nog expliciet bij dat de lijst niet uitputtend is, niemand weet waar precies de ondergrens ligt.

Bij de beoordeling van de mensenrechtenschendingen door de partner speelt betrokkenheid bij het leger een belangrijke rol. Zijn er bijvoorbeeld militairen aanwezig op de campus? Is dat het geval, dan betekent dit minimaal indirecte betrokkenheid. Door aanwezigheid gelijk te stellen aan betrokkenheid gaat het kader voorbij aan de mogelijkheid van het recht op zelfbescherming. Illustratief is hier de recente gerechtelijke uitspraak dat de Nederlandse overheid militaire goederen mag leveren aan Israël, mits ze maar voldoende toetst of deze alleen worden ingezet bij zelfverdediging, en niet op een wijze die tot schending van het humanitaire oorlogsrecht zou kunnen leiden. Directe betrokkenheid als criterium dus. Het kader maakt dit onderscheid niet. Het ontkent daarmee de mogelijkheid van het recht op zelfbescherming, en dat is een politiek oordeel dat een universiteit niet past.

Oprekken

Met het oprekken van de inclusiecriteria en de fluïde criteria voor het vaststellen van mensenrechtenschendingen door land of partner krijgt de commissie buitengewoon veel vrijheidsgraden. Waar dat toe kan leiden is te zien in Tilburg. Daar zit het college van bestuur nu in haar maag met een rapport van een commissie die de academische vrijheid terzijde schoof en simpelweg adviseerde alle banden met Israëlische universiteiten te verbreken.

Terug naar de tekentafel

Het kader moet dus nog langs de universiteitsraad. Ik hoop van harte dat zij de academische vrijheid wel serieus neemt. Dat ze het college van bestuur terug naar de tekentafel stuurt, en vraagt om objectieve criteria, aantoonbaar directe verbanden, en de expliciete uitzondering van individuele activiteiten, inclusief ERCs en Horizon 2020. Zonder geitenpaadje. Zodat de universiteit geen politieke positie gaat innemen, het Rode Kruis straks niet bepaalt waar je stage mag lopen, of een collega van een andere faculteit beslist of jij wel of niet je Europese project mag uitvoeren.

Ewout Meijer, universitair hoofddocent faculteit der psychologie en neurowetenschappen

 

 

Auteur: Redactie

Foto: Shutterstock

Tags: opinie,ewout meijer,Human Rights Due Diligence Framework,universiteitsraad,academische vrijheid, hrdd

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.