“Zowat iedereen in die zaal zat te schreeuwen, maar Katrin bleef rustig, respectvol en beheerst”, herinnert Goebel zich een gespannen bijeenkomst in Brussel zo’n tien jaar geleden. Daar was hij een van de ‘mediators’ die in gesprek ging met het bestuur van het Human Brain Project (HBP). Dat was in 2013 van start gegaan als een van de grootste Europese onderzoeksprojecten ooit en maakte aanspraak op honderden miljoenen aan EU-subsidies. Het ambitieuze doel: in tien jaar tijd een model ontwikkelen dat het complete menselijke brein kan simuleren.
Maar al binnen een jaar ontstonden er problemen. Wereldwijd toonden wetenschappers zich kritisch, onder meer via een vernietigende brief in Nature. “Het doel was onhaalbaar”, zegt Roebroeck. “De hersenen bevatten zo’n honderd miljard zenuwcellen, zogeheten neuronen, met biljoenen onderlinge verbindingen: zelfs de huidige supercomputers zijn niet in staat om dit volledig te simuleren. Bovendien was er een betere balans nodig, de focus lag te veel op data en supercomputers en te weinig op neurowetenschap.” En, zegt Goebel, het project moest democratischer, zodat “de koers niet meer eigenhandig bepaald werd door een handvol leiders.”
Dat gebeurde onder leiding van Amunts – na de bijeenkomst in Brussel werd ze door collega’s verkozen tot de nieuwe wetenschappelijk directeur van het project. “Vanaf dat moment werd het HBP een groot succes”, zegt Roebroeck. “En als er toch weer iets mis dreigde te gaan, dan wist Katrin telkens de boel te redden. Wetenschappers zijn vaak nu eenmaal gepassioneerd over hun vak, wat soms tot verhitte discussies kan leiden. Het is een talent om dan kalm te blijven, zelfs als de belangen groot zijn.” Ook Goebel, die Amunts als medebestuurslid enkele jaren van dichtbij meemaakte, is onder de indruk van haar leiderschapskwaliteiten. “Bedenk dat er meer dan vijfhonderd onderzoekers van zo’n 150 instituten betrokken waren en er uiteindelijk ruim een half miljard euro naar het project ging. Iedereen wil natuurlijk geld voor zijn eigen niche-onderwerp. Het is een enorme klus om de neuzen dezelfde kant op te houden, maar Katrin slaagde daar geweldig goed in. Zonder haar was er geen HBP geweest.”
Monsterklus
De vruchten van dat succes worden nu geplukt, vertelt Goebel. Het project eindigde in september 2023, maar de resultaten stromen nog steeds binnen in vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften. “Want mede dankzij Katrin lag de focus op uitdagende, maar wel haalbare doelen.” Bijvoorbeeld begrijpen hoe een epileptische aanval zich verspreidt van kleine gebieden naar de rest van het brein, zegt Roebroeck. Of in kaart brengen hoe de hersenen de handen besturen, wat weer van pas kan komen bij het ontwikkelen van robotarmen. “En een beter begrip van hoe het brein functioneert, zal ook helpen bij het alsmaar verbeteren van kunstmatige intelligentie (AI).”
Overigens speelde Amunts hierin niet alleen als bestuurder een belangrijke rol, benadrukken beiden. Ook haar wetenschappelijke bijdragen zijn “baanbrekend” en “visionair”, vindt Roebroeck. “Katrin durft dingen te doen die anderen onbegonnen werk vinden.” Goebel: “Ze denkt niet in beurzen van twee tot drie jaar, maar in projecten die misschien wel twintig jaar duren. Daar is lef, geduld en doorzettingsvermogen voor nodig.” Een goed voorbeeld daarvan, zegt Roebroeck, is de Jülich-Brain Atlas: een driedimensionale kaart van het hele menselijk brein, waarin je als een soort Google Maps kunt inzoomen op zelfs de kleinste structuren. “Een gigantische klus, waarbij je een brein in flinterdunne laagjes snijdt en onder een microscoop legt, om vervolgens alle informatie weer samen te brengen in één model. Terwijl het onduidelijk was of deze techniek het gewenste resultaat zou opleveren toen ze eraan begon zo’n vijftien jaar geleden. Het werkte, en wij borduren nu weer op haar resultaten voort in ons eigen onderzoek. Maar als zij het risico niet had genomen, zaten we nu waarschijnlijk nog steeds te twijfelen of we aan zo’n monsterklus moesten beginnen.”
Inspiratiebron
Daarmee zit Amunts vingerafdruk niet alleen op het huidige Maastrichtse onderzoek, maar ook het onderwijs. “In haar werk verbindt ze knap de werking van het brein op microniveau van de neuronen met het macroniveau, bijvoorbeeld het functioneren van complete hersengebieden”, zegt Roebroeck. “Daarvoor moet je uiteenlopende technieken onder de knie hebben en kennis van verschillende vakgebieden: neurowetenschap, psychologie, biologie, wiskunde, IT”, vult Goebel aan. “Op die manier was ze een van de grote inspiratiebronnen voor de afgelopen september gestarte bachelor Brain Science, waar die brede benadering het uitgangspunt is.”
Het eredoctoraat dat ze komende vrijdag ontvangt is haar eerste. “Op zichzelf is dat niet vreemd”, meent Goebel, “want die ontvang je vaak pas later in je carrière. Maar het is wel meer dan verdiend.” Bovendien, zo besluit Roebroeck met een knipoog, “is het eigenlijk een eer dat wij de eersten zijn die haar een eredoctoraat geven. Er zullen ongetwijfeld nog veel meer onderscheidingen volgen.”